Onderzoeken bij samenwerkingsverbanden
Bij veruit de meeste samenwerkingsverbanden heeft zowel in de periode 2016-2021 (onder kader 2017) als in de periode 2022-2025 (onder kader 2021) een bestuursonderzoek plaatsgevonden.
Tabel 11 geeft de resultaten weer (in aantallen) van de vierjaarlijkse onderzoeken bij samenwerkingsverbanden in de periode 2022-2025.
Van de 40 onvoldoende samenwerkingsverbanden was er bij 16 sprake van tekortkomingen in het dekkend netwerk. Dit was vaker het geval in het vo (11 keer) dan in het po (5 keer) (Tabel 12).
Bij 132 samenwerkingsverbanden heeft zowel in de periode 2016-2021 (kader 2017) als in de periode 2022-2025 (kader 2021) een bestuursonderzoek plaatsgevonden. We bekeken hoeveel van deze samenwerkingsverbanden in geen van deze perioden, in één van de twee perioden, of in beide perioden voldeden aan de basiskwaliteit. Dit deden we door de uitkomst ‘op elke standaard ten minste het oordeel Voldoende’ voor de twee perioden tegen elkaar af te zetten (Tabel 13).
Er waren 58 samenwerkingsverbanden (44%) die in beide perioden voor elke standaard ten minste het oordeel Voldoende kregen. Van de 40 samenwerkingsverbanden die in de tweede periode een onvoldoende kregen voor ten minste 1 standaard, waren er 18 waarbij dit tijdens de eerste periode ook al het geval was.
Tabel 14 en Tabel 15 laten bovenstaande resultaten afzonderlijk zien voor de po en vo samenwerkingsverbanden. Er zijn meer samenwerkingsverbanden in het po (33 van de 66; 50%) dan in het vo (25 van de 66; 38%) die in beide periodes voor elke standaard minstens een voldoende kregen. Het aandeel samenwerkingsverbanden dat in beide periodes een onvoldoende kreeg voor ten minste 1 standaard is vergelijkbaar (12% in po en 15% in vo).
Bij 77 van de 97 (79%) herstelonderzoeken onder kader 2021 waren alle standaarden minstens een voldoende, wat betekent dat aan de basiskwaliteit werd voldaan (Tabel 16).
De samenwerkingsverbanden waar in de eerste periode een herstelonderzoek plaatsvond vanwege geconstateerde tekortkomingen kregen tijdens het herstelonderzoek allemaal een voldoende op de standaard onderwijsresultaten (OR1; deze standaard werd in kader 2021 vervangen door de standaarden RPO1, RPO2 en RPO3), zowel in het po als het vo. Tekortkomingen op het gebied van de kwaliteitszorg en de verantwoording werden niet altijd in één keer hersteld (Tabel 17).
In de tweede periode (kader 2021) slaagden niet alle samenwerkingsverbanden erin om alle vastgestelde tekortkomingen in het dekkend netwerk (standaard RPO1) te herstellen. Ook tekortkomingen op het gebied van kwaliteitszorg en verantwoording werden niet altijd in één keer hersteld (Tabel 18).
Verspreid over de twee onderzoeksperioden zijn er 239 bestuurs- en herstelonderzoeken met een daaropvolgend onderzoek. Bij ruim drie kwart van de samenwerkingsverbanden waar in het voorlaatste onderzoek alle standaarden voldeden aan de basiskwaliteit was dit tijdens het eerstvolgende onderzoek nog steeds het geval (95 van de 125, 76%). 19 van de samenwerkingsverbanden waar in het voorlaatste onderzoek alle standaarden voldeden aan de basiskwaliteit (15,2%) verslechterden naar 2 of meer standaarden met oordeel Onvoldoende. Bij samenwerkingsverbanden met 1 onvoldoende standaard was dit ook het geval. De meeste samenwerkingsverbanden met 2 of meer onvoldoende standaarden voldeden tijdens het daaropvolgende onderzoek weer aan de basiskwaliteit (35 van 55, 63,6%) of bleven 1 onvoldoende houden (12 van de 55, 21,8%) (Tabel 19).
We hebben ook bekeken of het aandeel van de samenwerkingsverbanden dat in de tweede periode voldeed aan de basiskwaliteit (op alle standaarden minstens een voldoende) verschilde tussen de samenwerkingsverbanden waar in de eerste periode wel of geen sprake was van geïntensiveerd toezicht vanwege geconstateerde tekortkomingen (die leidden tot een herstelonderzoek). Van de 39 samenwerkingsverbanden waar tijdens de eerste periode sprake was van geïntensiveerd toezicht kregen er in de tweede periode 28 (71,8%) voor alle standaarden minstens het oordeel voldoende, dus was de basiskwaliteit in orde. Onder de 93 samenwerkingsverbanden waar het toezicht niet eerder was geïntensiveerd was percentage 68,8% (Tabel 20).
Tabel 21 en Tabel 22 geven dezelfde resultaten weer als Tabel 20, afzonderlijk voor de po en vo samenwerkingsverbanden.
Risico-onderzoeken scholen en opleidingen
Onderstaande tabellen geven de resultaten weer van de kwaliteitsonderzoeken naar aanleiding van risico’s bij scholen en opleidingen.
Primair onderwijs
Iets meer dan de helft van de risico-onderzoeken in het primair onderwijs kreeg een eindoordeel Onvoldoende, hoger dan in schooljaar 2023-2024 (Tabel 23). Het percentage scholen met eindoordeel Zeer Zwak bleef nagenoeg gelijk. Ten opzichte van 2023-2024 is het percentage onvoldoendes op de standaard Resultaten hoger in 2024-2025, namelijk 33,5% tegenover 42,6%. De overige standaarden zijn redelijk gelijk beoordeeld tussen 2023-2024 en 2024-2025.
Voortgezet onderwijs
Het percentage eindoordelen Voldoende in het vo is nagenoeg hetzelfde gebleven in het laatste schooljaar (Tabel 24). Echter, het percentage eindoordeel Zeer Zwak ligt hoger dan het voorgaande jaar, met 12,7% tegenover 5,0% in 2023-2024 en 2,9% in 2022-2023.
(Voortgezet) speciaal onderwijs
In het (v)so waren de percentages Voldoende, Onvoldoende en Zeer Zwak in 2024-2025 vergelijkbaar met 2023-2024 (Tabel 25). Vanwege het lage aantal onderzoeken moeten de percentages echter met terughoudendheid geinterpreteerd worden.
Middelbaar beroepsonderwijs
In 2024-2025 was het percentage eindoordelen Voldoende in het mbo 82,8%, ten opzichte van 60,3% het schooljaar ervoor (Tabel 26). De standaard Evaluatie, verantwoording en dialoog was bij alle opleidingen waar dit beoordeeld is Voldoende, waar in 2023-2024 47,6% Onvoldoende was. Ook hier moeten de percentages, vanwege het lage aantal onderzoeken, met terughoudendheid geinterpreteerd worden.
Herstelonderzoeken scholen en opleidingen
Onderstaande tabellen geven de resultaten weer van de herstelonderzoeken bij scholen en opleidingen.
Primair onderwijs
Bijna 60% van de scholen in het po werd in 2024-2025 bij een herstelonderzoek Voldoende bevonden, iets minder dan de 64,8% van het schooljaar ervoor (Tabel 27).
Voortgezet onderwijs
Het percentage vo-scholen dat op herstelonderzoeken in schooljaar 2024-2025 het eindoordeel Voldoende kreeg was 60,0%, ten opzichte van 73,1% het schooljaar ervoor (Tabel 28). Onderwijsresultaten waren onvoldoende voor 23,7% van de afdelingen, ten opzichte van 3,0% in 2023-2024.
(Voortgezet) speciaal onderwijs
Bij de herstelonderzoeken in het so kreeg in schooljaar 2024-2025 66,7% van scholen het eindoordeel Voldoende, ten opzichte van 84,2% het schooljaar ervoor. Vanwege het lage aantal onderzoeken moeten de percentages met terughoudendheid geinterpreteerd worden (Tabel 29).
Middelbaar beroepsonderwijs
Het percentage opleidingen in 2024-2025 met eindoordeel Voldoende ligt hoger dan het schooljaar ervoor (Tabel 30). Vanwege het lage aantal onderzoeken moeten ook hier de percentages met terughoudendheid geinterpreteerd worden.
Steekproef kwaliteitsonderzoeken
Informatie over de steekproef kwaliteitsonderzoeken (sko’s) in het funderend onderwijs rapporteren we in het technisch rapport Steekproef kwaliteitsonderzoeken in het funderend onderwijs 2023-2024 en 2024-2025 (Inspectie van het Onderwijs, 2026a). Hieronder rapporteren we een aanvullende analyse die is uitgevoerd op de sko-data.
Net als afgelopen jaar hebben we dit jaar, nu er meer steekproef kwaliteitsonderzoeken zijn uitgevoerd, weer gekeken naar de samenhang tussen oordelen op de standaarden die betrekking hebben op de kwaliteitszorg en het onderwijsproces van scholen. Ook nu de steekproef groter is zien we een samenhang tussen deze standaarden. Scholen die een onvoldoende krijgen op standaarden SKA1, SKA2 of SKA3 krijgen ook vaker een onvoldoende op standaarden OP2 en OP3, zowel in het po als vo. De tabellen hieronder geven de kruisingen van de 3 SKA standaarden met de 2 OP standaarden weer, apart voor de steekproefonderzoeken in het po en vo.
Uitstroom (v)so leerlingen ten opzichte van hun ontwikkelingsperspectief
(V)so-scholen zijn verplicht om voor alle leerlingen een ontwikkelingsperspectief (OPP) op te stellen. Dit bevat onder andere het beoogde uitstroomniveau van de leerling. De inspectie hanteert de norm dat minimaal 75% van de leerlingen uitstroomt op (of boven) het niveau in het ontwikkelingsperspectief. In 2024-2025 voldeed 99% van de so-scholen en 93% van de vso-scholen aan deze norm (Tabel 52 t/m Tabel 55).
Tabel 52 geeft de resultaten van de afgelopen 5 schooljaren weer voor alle so-scholen, en Tabel 53 voor de so-scholen met minstens 10 uitgestroomde leerlingen.
Tabel 54 geeft de resultaten van de afgelopen 5 schooljaren weer voor alle vso-scholen, en Tabel 55 voor de vso-scholen met minstens 10 uitgestroomde leerlingen.