| Onderwijssoort | Doelpopulatie (N) | Steekproef (n) | Respons (n) | Foutmarge |
|---|---|---|---|---|
| BO | 6.148 | 239 | 151 | 8% |
| Vmbo | 1.501 | 232 | 233 | 8% |
| Havo/vwo | 1.197 | 158 | 98 | 9% |
| SO | 304 | 170 | 93 | 8% |
| VSO | 311 | 170 | 80 | 9% |
| Samenwerkingsverbanden | 151 | 151 | 101 | 6% |

Technisch rapport passend onderwijs. De Staat van het Onderwijs 2026
Technisch rapport passend onderwijs. De Staat van het Onderwijs 2026
Inleiding
In dit technische rapport vindt u de verantwoording van onderzoeksgegevens die zijn gebruikt bij de analyses voor het hoofdstuk Passend onderwijs van de Staat van het Onderwijs 2026. In dit technisch rapport besteden we aandacht aan:
- Tussentijdse uitstroom uit het regulier onderwijs
- Vragenlijst uitstroomgegevens (voortgezet) speciaal onderwijs
- Vragenlijsten voor de Staat van het Onderwijs
In dit technische rapport vindt u ook de verantwoording over de vragenlijsten die in het kader van de Staat van het Onderwijs 2026 zijn uitgezet. Dit vragenlijst-onderzoek is uitgevoerd onder scholen en samenwerkingsverbanden in het funderend onderwijs (basisonderwijs (bo), voortgezet onderwijs (vo) en (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so)) en bij studenten in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en hoger onderwijs (ho).
Databronnen en definities
Databronnen
DUO-ROD
Vanuit de dienst uitvoering onderwijs (DUO) krijgt de Inspectie van het Onderwijs inschrijvingsbestanden uit het register onderwijsdeelnemers (ROD), ook wel 1-cijferbestanden genoemd, met o.a. leerlingaantallen, achtergrondkenmerken, eindtoets- en examengegevens. De 1-cijferbestanden zijn gebaseerd op afspraken tussen ketenpartners als het ministerie van OCW, CBS, DUO, de Inspectie van het Onderwijs en koepelorganisaties, om zo op een eenduidige manier onderwijsgegevens te ontsluiten volgens van tevoren vastgestelde definities. Dit betreft de inschrijving op peildatum 1 oktober van het betreffende school- of studiejaar. Of de diplomering van leerlingen of studenten in het betreffende school- of studiejaar. Voor de analyses worden alleen de hoofdinschrijvingen of -diploma’s in de sector op bekostigde scholen of instellingen meegenomen.
Sectorstromen
Om de leerlingen/studentenstromen tussen onderwijssoorten in opeenvolgende jaren in kaart te brengen heeft de Inspectie van het Onderwijs een sectorstromenbestand gemaakt. Hiervoor zijn de inschrijvingsbestanden van alle sectoren aan elkaar gekoppeld. Als een leerling/student in het zelfde jaar in meerdere bestanden voorkomt, dan geldt dat een diploma-inschrijving in hetzelfde jaar voor een inschrijving in een andere sector gaat; en in het geval van meerdere inschrijvingen in hetzelfde jaar geldt de volgorde: hho voor mbo; (v)so voor vo; vo voor po.
Steekproefonderzoeken
Sinds september 2023 voert de inspectie steekproefsgewijs kwaliteitsonderzoeken uit op scholen in het po, vo en (v)so en vanaf januari 2024 ook bij opleidingen in het mbo. We onderzoeken daarbij scholen op een aantal standaarden uit het onderzoekskader en de scholen en opleidingen krijgen een eindoordeel. De resultaten van deze onderzoeken staan in de technisch rapporten Steekproefonderzoeken in het funderend onderwijs 2023-2024 en 2024-2025 en Steekproefonderzoeken in het mbo 2024 en 2025.
Vragenlijst uitstroomgegevens uit het (voortgezet) speciaal onderwijs
Elk jaar vult elke (v)so school een vragenlijst in ten behoeve van het in kaart brengen van de uitstroomgegevens van de school. Hierin wordt onder andere aangegeven welk deel van de leerlingen op, onder of boven het ontwikkelingsperspectief uitstroomt. Ook geven scholen hierin aan welk deel van de leerlingen uit uitstroomprofiel dagbesteding naar verschillende vormen van dagbesteding (belevingsgerichte, activerende en arbeidsgerichte dagbesteding) uitstroomt. Ook wordt er aan scholen die plaatsen bieden aan leerlingen die verblijven in een residentiële instelling een aantal vragen gesteld over onder andere het (beoogde) uitstroomniveau van de leerlingen.
Vragenlijsten ten behoeve van de Staat van het Onderwijs 2026
Scholen en samenwerkingsverbanden
In het kader van de Staat van het Onderwijs 2026 zijn vragenlijsten uitgezet bij scholen en samenwerkingsverbanden in het funderend onderwijs. Hieronder beschrijven we de steekproef, respons en opzet van dit vragenlijstonderzoek.
Steekproef
De doelpopulaties bestaan uit alle bo-scholen, vo-afdelingen, so-scholen, vso-scholen en samenwerkingsverbanden die actueel zijn in schooljaar 2025-2026, met uitzondering van:
- Bo en vo: particuliere scholen, internationale scholen en scholen in het buitenland of in Caribisch Nederland
- Bo: nieuwkomersvoorzieningen type 1/2, tijdelijke voorzieningen (azc; varend; rijdend) en scholen jonger dan 3 jaar. Sbo-scholen maakten ook geen deel uit van de doelpopulatie.
- Vo: pro-afdelingen, ISK- en EOA-afdelingen (internationale schakelklassen en eerste opvang anderstaligen) en onderbouw-afdelingen waarbij geen bovenbouw-afdeling op dezelfde vestiging aanwezig is
- So en vso: scholen behorende bij een Justitiële Jeugdinrichting, volledig residentiele scholen, en scholen jonger dan 1 jaar
Uit de doelpopulatie bo zijn aselect 239 basisscholen getrokken.
Uit de doelpopulaties so en vso zijn aselect respectievelijk 170 so- en 170 vso-scholen getrokken, proportioneel gestratificeerd naar (voormalig) cluster (1, 2, 3 en 4).
Uit de doelpopulatie vo zijn aselect 390 afdelingen getrokken, proportioneel gestratificeerd naar zowel onderwijssoort (vmbo-b; vmbo-k; vmbo-(g)t; havo; vwo) als het aanbod op de vestiging waar de afdeling deel van uitmaakt (vmbo breed/havo/vwo; vmbo-(g)t/havo/vwo; vmbo breed; vmbo-b/-k; havo/vwo; categoraal vmbo-(g)t; categoraal vwo). Een aanvullende eis aan de steekproef was dat er maximaal één afdeling per vestiging in de steekproef mocht voorkomen. Om hieraan te voldoen is van elke vestiging aselect één afdeling geselecteerd (deze afdelingen vormen een beperkt steekproefkader) en is de steekproef uit dit beperkte steekproefkader getrokken. Dit beperkte steekproefkader bevatte in elk stratum genoeg afdelingen om het percentage afdelingen per stratum in de doelpopulatie en in de steekproef overeen te laten komen.
Voor de samenwerkingsverbanden is geen steekproef getrokken, maar zijn alle 151 samenwerkingsverbanden gevraagd een vragenlijst in te vullen.
Dataverzameling
In de periode oktober-november 2025 is bij alle scholen/afdelingen uit de steekproeven, en bij alle samenwerkingsverbanden, een digitale vragenlijst uitgezet. De school- en afdelingsleiders werden gevraagd deze in te vullen, waar nodig samen met collega’s. De vragenlijst bevatte vragen over de onderwerpen kwaliteit van het onderwijs, financiën, basisvaardigheden, gelijke kansen, passend onderwijs, sociale en digitale veiligheid en onderwijspersoneel.
Een eerste versie van de vragenlijst is gepilot bij 3 wetenschappelijk medewerkers van de inspectie. Dit heeft geleid tot een aantal aanpassingen van antwoordopties, vraagstellingen en formuleringen.
Respons
Tabel 1 geeft per onderwijssoort de omvang van de doelpopulatie, steekproef en het aantal scholen/afdelingen/samenwerkingsverbanden dat de vragenlijst heeft ingevuld (de respons) weer, evenals de bijbehorende foutmarge (met een betrouwbaarheid van 95%). Voor de vo-afdelingen kijken we apart naar de havo/vwo- en de vmbo-afdelingen. Een foutmarge van 8% met een betrouwbaarheidspercentage van 95% betekent dat als bijvoorbeeld 60% van de scholen in de steekproef aangeeft iets te doen, we met een zekerheid van 95% weten dat dit percentage in de doelpopulatie als geheel tussen de 52% en de 68% ligt.
Representativiteit
Toen de dataverzameling was afgerond hebben we voor onderstaande kenmerken gecontroleerd of de scholen/afdelingen in de respons afweken van die in de doelpopulatie, met chi-kwadraat toetsen:
- Bo: regio, stedelijkheid, risicoscore op de prestatiemonitor, schoolgrootte, schoolweging, denominatie
- Vo: onderwijssoort, regio, stedelijkheid, risicoscore op de prestatiemonitor, afdelingsgrootte, percentage leerlingen woonachtig in een armoedeprobleemcumulatiegebied (APCG), onderwijsaanbod vanaf leerjaar 3 op de vestiging
- So en vso: regio, stedelijkheid, risicoscore op de prestatiemonitor en (voormalig) cluster
De tabellen in Bijlage I laten per onderwijssoort zien hoe de scholen/afdelingen in de doelpopulatie en respons verdeeld zijn voor de onderzochte kenmerken. Er werden geen afwijkingen vastgesteld, dus er zijn geen aanwijzingen voor een selectieve respons.
Studenten
In het kader van de Staat van het Onderwijs 2026 zijn vragenlijsten uitgezet onder studenten in het mbo en ho. Hieronder beschrijven we de steekproef, respons en opzet van dit vragenlijstonderzoek.
Steekproef
De doelpopulatie bestaat uit alle studenten die op 1 oktober 2024 stonden ingeschreven aan een voltijd bekostigde opleiding in het hbo (bachelor), wo (bachelor en master) of mbo (bol en bbl), met uitzondering van:
- Studenten die op 1 oktober 2024 jonger dan 16 jaar, of 40 jaar of ouder, zijn
- Hbo-master studenten
- Internationale studenten in het ho
- Mbo-studenten aan entree-opleidingen
Uit de doelpopulatie is een aselecte steekproef van 20.000 studenten getrokken, proportioneel gestratificeerd naar onderwijssoort en niveau.
Dataverzameling
In de periode september-oktober 2025 is bij de studenten uit de steekproef een digitale vragenlijst uitgezet. De vragenlijsten bevatte vragen over digitalisering in het onderwijs. Een eerste versie van de vragenlijst is gepilot bij experts op het gebied van digitalisering in het onderwijs. Dit heeft geleid tot een aantal aanpassingen van antwoordopties, vraagstellingen en formuleringen.
Respons
Tabel 2 geeft per onderwijssoort en niveau de omvang van de doelpopulatie, steekproef en respons weer, evenals de bijbehorende foutmarge (met een betrouwbaarheid van 95%).
| Onderwijssoort | Doelpopulatie (N) | Steekproef (n) | Respons (n) | Foutmarge |
|---|---|---|---|---|
| MBO niv 2 | 74.819 | 2.660 | 162 | 8% |
| MBO niv 3 | 90.970 | 2.310 | 106 | 10% |
| MBO niv 4 | 263.605 | 4.685 | 397 | 5% |
| HBO Ba | 324.445 | 5.089 | 395 | 5% |
| WO Ba | 156.900 | 2.618 | 259 | 6% |
| WO Ma | 83.918 | 1.400 | 121 | 9% |
Representativiteit
We hebben gecontroleerd of de respondenten afweken van de gehele doelpopulatie met betrekking tot geslacht, migratieachtergrond en sectorkamer, met chi-kwadraat toetsen. Dit hebben we apart bekekeken voor de mbo studenten aan een bol opleiding op niveau 2, 3 en 4, mbo studenten aan een bbl opleiding (niet uitgesplitst naar niveau vanwege de kleine aantallen), hbo bachelor studenten, wo bachelor studenten en wo master studenten.
De tabellen in Bijlage I laten de verdelingen van de studenten in de doelpopulatie en de respons zien, voor bovenstaande kenmerken. Voor de meeste groepen week de respons significant af van de doelpopulatie wat betreft geslacht en/of migratieachtergrond. Zo waren vrouwelijke studenten oververtegenwoordigd in de respons. In een aantal groepen was er ook sprake van een significante afwijking wat betreft sectorkamer; hierbij ging het echter om vrij kleine afwijkingen (kleiner dan 6 procentpunt).
Wanneer de respons significant afweek van de doelpopulatie met betrekking tot geslacht en/of migratieachtergrond hebben we de resultaten van de betreffende groep studenten gewogen. Dit leidde tot weging voor de onderstaande groepen en kenmerken:
- mbo bbl studenten: geslacht
- mbo bol niveau 2 studenten: geslacht
- mbo bol niveau 3 studenten: migratieachtergrond
- mbo bol niveau 4 studenten: geslacht en migratieachtergrond
- hbo bachelor studenten: geslacht
- wo bachelor studenten: migratieachtergrond
Gewichten zijn berekend door middel van celweging (Pickery, 2010). Hierbij hebben we groepen gedefinieerd op basis van geslacht en/of migratieachtergrond. In het geval van 1 variabele zijn deze groepen de categorieen van die variabele (geslacht: mannen en vrouwen; migratieachtergrond: Nederlandse herkomst, kinderen van migranten, migranten, en onbekend). In het geval van 2 variabelen zijn de groepen de cellen van een kruistabel van beide variabelen. Het gewicht van elke groep werd bepaald als het aantal studenten behorende tot die groep in de doelpopulatie gedeeld door het aantal studenten behorende tot die groep in de respons. Het gewicht van een groep kenden we toe aan alle respondenten binnen die groep. Hierdoor worden de resultaten van respondenten met achtergrondkenmerken die ondervertegenwoordigd waren zwaarder meegewogen dan de resultaten van respondenten met achtergrondkenmerken die oververtegenwoordigd waren.
Definities
Inschrijvingsjaar
Het kalenderjaar waarin op teldatum 1 oktober unieke (hoofd)inschrijvingen worden geteld.
Schooljaar/studiejaar
Schooljaar/studiejaar met teldatum 1 oktober waarop de unieke (hoofd)inschrijvingen worden geteld.
Leeftijd
Leeftijd van de leerling op 1 oktober van het inschrijvingsjaar in jaren.
Migratieachtergrond
Naar aanleiding van een advies van de WRR zijn ketenpartners, als DUO en de inspectie, samen met een nieuwe indeling van migratieachtergrond gekomen. Op basis van het eigen geboorteland en het geboorteland van de juridische ouders worden leerlingen ingedeeld in drie categorieën: Nederlandse herkomst; migranten; en kinderen van migranten. Vervolgens kunnen deze drie categorieën nader worden ingedeeld op basis van de geografische ligging van het herkomstland: Nederland; migranten uit Europa; migranten van buiten Europa; kinderen van migranten uit Europa; kinderen van migranten van buiten Europa.
Stedelijkheid
Stedelijkheid is bepaald op basis van de gemiddelde omgevingsadressendichtheid (oad) van de postcode waar een vestiging zich bevindt. Voor deze variabele worden vijf verschillende categorieën onderscheiden (gelijk aan CBS indeling): Zeer sterk stedelijk (2500 of meer adressen per km2), sterk stedelijk (1500 tot 2500 adressen per km2), matig stedelijk (1000 tot 1500 adressen per km2), weinig stedelijk (500 tot 1000 adressen per km2), niet stedelijk (minder dan 500 adressen per km2).
Regio
Op basis van provincie onderscheiden we vier regio’s. Drenthe, Groningen en Friesland behoren tot regio Noord. Gelderland en Overijssel behoren tot regio Oost. Noord-Holland, Utrecht, Zuid Holland en Flevoland behoren tot de regio midden. Zeeland, Limburg en Noord Brabant behoren tot de regio zuid.
Denominatie
In het po hanteren we een denominatie-indeling in 4 groepen: Openbaar, Rooms-katholiek, Protestants-christelijk en Overig bijzonder.
Schoolweging (bo)
De schoolweging is een maat voor de complexiteit van de leerlingenpopulatie op een basisschool. Het CBS berekent de schoolweging van een school op basis van het opleidingsniveau van de ouders, het gemiddelde opleidingsniveau van alle moeders, het land van herkomst van de ouders, de verblijfsduur van de moeders in Nederland, en of ouders in de schuldsanering zitten. De schoolweging loopt van 20 tot 40. Hoe lager de schoolweging, hoe minder complex de leerlingenpopulatie.
Tussentijdse uitstroompercentage naar het (v)so (bo en vo)
Leerlingen zijn tussentijds uitgestroomd naar het so als ze in jaar t staan ingeschreven in het basisonderwijs (bo) en in jaar t+1 in het so. Als leerlingen in jaar t staan ingeschreven in het vo (exclusief pro) en in jaar t+1 in het vso dan zijn ze tussentijds uitgestroomd naar het vso. Het uitstroompercentage naar het (v)so is per school/samenwerkingsverband per schooljaar berekend door het totaal aan bekostigde leerlingen dat is uitgestroomd te delen door de leerlingen die niet zijn uitgestroomd. Leerlingen die naar een volgende onderwijssoort zijn uitgestroomd (bijvoorbeeld van bo naar vo of van bo naar vso) zijn niet meegenomen. Vervolgens is per school/samenwerkingsverband op basis van de schooljaren 2021-2022 t/m 2023-2024 het driejaarsgemiddelde van het verwijspercentage berekend.
Percentage leerlingen woonachtig in een armoedeprobleemcumulatiegebied (vo)
Een armoedeprobleemcumulatiegebied (APCG) is een postcodegebied waarin zowel het percentage huishoudens met lage inkomens, als het percentage huishoudens met een uitkering én het percentage niet-westerse allochtonen hoger ligt dan 80% van alle postcodegebieden in Nederland.
Onderwijsaanbod op een vestiging (vo)
Met betrekking tot het onderwijsaanbod op een vo-vestiging houden we onderstaande indeling aan.
- alleen onderbouw (geen aanbod vanaf leerjaar 3)
- alleen pro
- vmbo-b en/of vmbo-k
- alleen vmbo-g/t
- vmbo-breed
- vmbo-breed+havo, of vmbo-breed+havo+vwo
- vmbo-g/t+havo, vmbo-g/t+vwo, of vmbo-g/t+havo+vwo
- havo+vwo (of alleen havo)
- alleen vwo
Voormalig cluster ((v)so)
In het (voortgezet) speciaal onderwijs werden vier clusters geregistreerd: cluster 1, voor blinde en slechtziende leerlingen; cluster 2, voor dove, slechthorende en doofblinde leerlingen en voor leerlingen met een taal-spraakontwikkelingsstoornis; cluster 3 voor lichamelijk gehandicapte en/of verstandelijk gehandicapte en langdurig zieke leerlingen (somatisch); en cluster 4 voor leerlingen met psychische stoornissen en gedragsproblemen. Tegenwoordig zijn clusters 3 en 4 samengevoegd als cluster overig. Bij de stratificatie van de (v)so-steekproeven van het vragenlijstonderzoek ten behoeve van de Staat van het Onderwijs 2026 gebruikten we de voormalige indeling in 4 clusters.
Niveau (mbo)
Het mbo heeft opleidingen op 4 niveaus: - Entreeopleiding (niveau 1): bedoeld voor jongeren zonder diploma van een vooropleiding of met een diploma van het praktijkonderwijs. Deze opleiding bereid jongeren voor op de arbeidsmarkt of doorstroom naar een niveau 2 opleiding. - Basisberoepsopleiding (niveau 2): bereid studenten voor op uitvoerende werkzaamheden. - Vakopleiding (niveau 3): studenten leren werkzaamheden zelfstandig uit te voeren.
- Middenkaderopleiding (niveau 4): studenten leren werkzaamheden volledig zelfstandig uit te voeren. Studenten met een diploma van niveau 4 kunnen doorstromen naar een vervolgopleiding in het hbo.
Leerweg (mbo)
Er zijn verschillende leerwegen in het mbo:
- Beroeps Opleidende Leerweg (bol): geeft praktijkervaring in de vorm van stages naast vastgestelde contacturen op school.
- Beroeps Begeleidende Leerweg (bbl): de student werkt 4 dagen in de week en gaat daarnaast 1 dag per week naar school voor de theoretische vorming.
- Ovo, derde leerweg: volwassen kunnen in de derde leerweg via een maatwerktraject een volwaardig mbo-diploma behalen. De opleidingen kennen geen wettelijke urennorm en houden zo optimaal mogelijk rekening met wat een student al weet en kan.
- Examendeelnemer: student die alleen staat ingeschreven om deel te nemen aan het examen. Dit betekent dat hij geen lessen volgt of stage loopt.
In het vragenlijstonderzoek ten behoeve van de Staat van het Onderwijs 2026 kijken we afzonderlijk naar de resultaten van studenten aan bol niveau 2, bol niveau 3, bol niveau 4 en bbl opleidingen. De resultaten van de bbl studenten splitsen we niet uit naar niveau vanwege het kleine aantal studenten binnen elke bbl-niveau groep. Ovo studenten en examendeelnemers waren uitgesloten van dit onderzoek.
Kwaliteitsoordeel (po, (v)so, vo, mbo)
Tijdens een steekproef kwaliteitsonderzoek beoordeelt de inspectie scholen volgens het voor die sector geldende onderzoekskader (zie https://www.onderwijsinspectie.nl/onderwerpen/toezicht-2017/onderzoekskaders). Het onderzoekskader bestaat uit de standaarden onderwijsproces (OP), veiligheid en schoolklimaat (VS), onderwijsresultaten (OR) en sturen, kwaliteitszorg en ambitie (SKA). Na beoordeling van deze standaarden komen we tot een eindoordeel. Het eindoordeel kan Voldoende, Onvoldoende of Zeer Zwak zijn.
Resultaten
Tussentijdse uitstroom uit het regulier onderwijs
In Tabel 3 en Tabel 4 staat het aantal en het percentage leerlingen dat per schooljaar tussentijds uitstroomt van het bo of vo naar het (v)so.
| n | % | |
|---|---|---|
| 2021 | ||
| Geen uitstroom naar so | 1.180.879 | 99,70 |
| Uitstroom naar so | 3.524 | 0,30 |
| Totaal | 1.184.403 | 100,00 |
| 2022 | ||
| Geen uitstroom naar so | 1.176.884 | 99,68 |
| Uitstroom naar so | 3.755 | 0,32 |
| Totaal | 1.180.639 | 100,00 |
| 2023 | ||
| Geen uitstroom naar so | 1.173.773 | 99,67 |
| Uitstroom naar so | 3.841 | 0,33 |
| Totaal | 1.177.614 | 100,00 |
| Totaal | ||
| Geen uitstroom naar so | 3.531.536 | 99,69 |
| Uitstroom naar so | 11.120 | 0,31 |
| Totaal | 3.542.656 | 100,00 |
| n | % | |
|---|---|---|
| 2021 | ||
| Geen uitstroom naar vso | 705.086 | 99,56 |
| Uitstroom naar vso | 3.084 | 0,44 |
| Totaal | 708.170 | 100,00 |
| 2022 | ||
| Geen uitstroom naar vso | 710.261 | 99,54 |
| Uitstroom naar vso | 3.274 | 0,46 |
| Totaal | 713.535 | 100,00 |
| 2023 | ||
| Geen uitstroom naar vso | 704.063 | 99,58 |
| Uitstroom naar vso | 3.003 | 0,42 |
| Totaal | 707.066 | 100,00 |
| Totaal | ||
| Geen uitstroom naar vso | 2.119.410 | 99,56 |
| Uitstroom naar vso | 9.361 | 0,44 |
| Totaal | 2.128.771 | 100,00 |
Leerlingen zijn gemiddeld 6,8 (po) en 13,7 (vo) jaar als ze vanuit het regulier onderwijs naar een (v)so-school uitstromen (zie Tabel 5, Tabel 6). De meerderheid van de naar het vso uitstromende leerlingen wordt aan het begin van de middelbare school (leerjaar 1 of 2) verwezen (zie Tabel 7).
| Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Gem. | SD | Min. | Max. | n | |
| 2021 | 6,8 | 2,0 | 4,0 | 12,0 | 3.524 |
| 2022 | 6,8 | 2,0 | 4,0 | 12,0 | 3.755 |
| 2023 | 6,8 | 2,0 | 4,0 | 13,0 | 3.841 |
| Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Gem. | SD | Min. | Max. | n | |
| 2021 | 13,7 | 1,3 | 10,0 | 18,0 | 3.084 |
| 2022 | 13,7 | 1,3 | 10,0 | 18,0 | 3.274 |
| 2023 | 13,7 | 1,2 | 10,0 | 18,0 | 3.003 |
| n | % | |
|---|---|---|
| 2021 | ||
| Bo | 3.524 | 53,3 |
| Brug | 1.951 | 29,5 |
| Vmbob | 192 | 2,9 |
| Vmbok | 208 | 3,1 |
| Vmbogt | 309 | 4,7 |
| Havo | 279 | 4,2 |
| Vwo | 145 | 2,2 |
| Totaal | 6.608 | 100,0 |
| 2022 | ||
| Bo | 3.755 | 53,4 |
| Brug | 2.121 | 30,2 |
| Vmbob | 222 | 3,2 |
| Vmbok | 221 | 3,1 |
| Vmbogt | 324 | 4,6 |
| Havo | 226 | 3,2 |
| Vwo | 160 | 2,3 |
| Totaal | 7.029 | 100,0 |
| 2023 | ||
| Bo | 3.841 | 56,1 |
| Brug | 2.093 | 30,6 |
| Vmbob | 154 | 2,3 |
| Vmbok | 171 | 2,5 |
| Vmbogt | 248 | 3,6 |
| Havo | 208 | 3,0 |
| Vwo | 129 | 1,9 |
| Totaal | 6.844 | 100,0 |
| Totaal | ||
| Bo | 11.120 | 54,3 |
| Brug | 6.165 | 30,1 |
| Vmbob | 568 | 2,8 |
| Vmbok | 600 | 2,9 |
| Vmbogt | 881 | 4,3 |
| Havo | 713 | 3,5 |
| Vwo | 434 | 2,1 |
| Totaal | 20.481 | 100,0 |
In Figuur 1 en Figuur 2 staan de verschillen tussen samenwerkingsverbanden in de tussentijdse uitstroom uit het regulier onderwijs. Gemiddeld werd in 2023-2024 per samenwerkingsverband een heel klein deel van de leerlingen verwezen naar het (v)so (vanuit bo: 0,3%; vanuit vo: 0,4%) . In sommige samenwerkingsverbanden stroomde minder dan 0,1% van de leerlingen uit terwijl in andere samenwerkingsverbanden dit percentage 0,7 (bo) of 0,8 (vo) is.
| Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Gem. | SD | Min. | Max. | n | |
| Po | 0,31 | 0,12 | 0,06 | 0,72 | 76 |
| Vo | 0,44 | 0,15 | 0,11 | 0,76 | 75 |
| Totaal | 0,38 | 0,15 | 0,06 | 0,76 | 151 |
| Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Gem. | SD | Min. | Max. | n | |
| Po | 49 | 34 | 3 | 177 | 76 |
| Vo | 42 | 30 | 3 | 181 | 75 |
| Totaal | 45 | 32 | 3 | 181 | 151 |
Voor leerlingen die het onderwijs kortdurend niet (volledig) op een reguliere school kunnen volgen heeft een deel van de samenwerkingsverbanden minstens 1 orthopedagogisch didactisch centrum (opdc) geregistreerd (po: 5; vo: 35). We hebben met lineaire regressieanalyses hebben we getoetst of er verschillen zijn in het uitstroompercentage naar het (v)so tussen samenwerkingsverbanden met en zonder een opdc (zie Tabel 10 en Tabel 11). In samenwerkingsverbanden met een opdc stromen gemiddeld net zoveel leerlingen uit naar het (v)so als in samenwerkingsverbanden zonder een opdc.
| Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Gem. | SD | Min. | Max. | n | |
| Opdc | 0,43 | 0,16 | 0,11 | 0,75 | 40 |
| Geen opdc | 0,36 | 0,15 | 0,06 | 0,76 | 111 |
| Totaal | 0,38 | 0,15 | 0,06 | 0,76 | 151 |
| Model 1 | Model 2 | Model 3 | Model 4 | |
|---|---|---|---|---|
| Intercept | 0,360 *** | 0,313 *** | 0,313 *** | 0,317 *** |
| (0,014) | (0,016) | (0,016) | (0,016) | |
| Opdc | 0,069 * | 0,001 | -0,066 | |
| (0,027) | (0,028) | (0,063) | ||
| Vo | 0,132 *** | 0,131 *** | 0,119 *** | |
| (0,022) | (0,025) | (0,027) | ||
| Opdc x vo | 0,084 | |||
| (0,070) | ||||
| N | 151 | 151 | 151 | 151 |
| R squared | 0,041 | 0,193 | 0,193 | 0,201 |
| Loglikelihood | 75,133 | 88,157 | 88,157 | 88,885 |
| AIC | -144,267 | -170,313 | -168,315 | -167,770 |
| *** p < 0,001; ** p < 0,01; * p < 0,05. | ||||
Daarnaast hebben we met lineaire regressieanalyses onderzocht of er verschillen zijn in het uitstroompercentage naar het (v)so tussen scholen die bij een steekproefkwaliteitsonderzoek een kwaliteitsoordeel voldoende hebben gekregen en scholen waar dit niet voor geldt (zie Tabel 12 en Tabel 13). Er zijn geen verschillen in het gemiddeld uitstroompercentage naar het (v)so tussen scholen die als voldoende zijn beoordeeld en scholenden die als onvoldoende zijn beoordeeld.
| Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Gem. | SD | Min. | Max. | n | |
| Voldoende | 0,4 | 0,5 | 0,0 | 2,9 | 318 |
| Onvoldoende | 0,4 | 0,5 | 0,0 | 3,7 | 58 |
| Totaal | 0,4 | 0,5 | 0,0 | 3,7 | 376 |
| Model | |
|---|---|
| Intercept | 0,408 *** |
| (0,027) | |
| Onvoldoende oordeel | -0,006 |
| (0,068) | |
| N | 376 |
| R squared | 0,000 |
| Loglikelihood | -255,647 |
| AIC | 517,294 |
| *** p < 0,001; ** p < 0,01; * p < 0,05. | |
Vragenlijst uitstroomgegevens (voortgezet) speciaal onderwijs
Leerlingen wonen soms tijdelijk niet thuis, omdat ze bijvoorbeeld uit huis geplaatst zijn of intensieve behandeling nodig hebben. Soms gaan leerlingen dan naar een school die verbonden is aan de instelling waar zij wonen: een zogenoemde residentiële school. Er zijn 5 soorten residentiële plaatsing: in een justitiële jeugdinrichting (jji) (vso: 6), in een gesloten jeugdzorginstelling (gji) (so: 1; vso 15), in integrale (open) jeugdhulpverlening (ijh) (so: 37; vso: 55), in het kader van gehandicaptenzorg (so: 6; vso: 6) en in het kader van jeugdgezondheidszorg (so: 16; vso: 13).
In Tabel 14 staat het gemiddeld aantal leerlingen dat op een residentiële plaats zit op een niet-residentiële school en op een residentiële school. En in Tabel 15 staat de gemiddelde tijd dat deze leerlingen op een residentiële plaats op een school zitten. De meeste leerlingen (so: 90%; vso: 77%) zitten er gemiddeld langer dan 6 maanden. Bij ongeveer de helft van de scholen volgen leerlingen gemiddeld langer dan 1 jaar onderwijs
| So | Vso | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Gem. | SD | Min. | Max. | n | Gem. | SD | Min. | Max. | n | ||
| Geen residentiële onderwijskundige eenheid | 25,3 | 27,3 | 1,0 | 139,0 | 32 | 41,1 | 57,8 | 1,0 | 317,0 | 41 | |
| Residentiële onderwijskundige eenheid | 70,5 | 31,2 | 9,0 | 109,0 | 10 | 101,9 | 86,6 | 15,0 | 288,0 | 19 | |
| So | Vso | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| % | n | % | n | ||
| 0 tot 2 maanden | 4,8 | 2 | 1,7 | 1 | |
| 2 tot 4 maanden | 2,4 | 1 | 1,7 | 1 | |
| 4 tot 6 maanden | 2,4 | 1 | 20,0 | 12 | |
| 6 tot 12 maanden | 40,5 | 17 | 28,3 | 17 | |
| 12 tot 24 maanden | 28,6 | 12 | 30,0 | 18 | |
| 24 maanden of langer | 21,4 | 9 | 18,3 | 11 | |
| Totaal | 42 | 60 | |||
In Tabel 16 en (tbl_res_5?) staat welke verschillende uitstroomprofielen leerlingen op op scholen met residentiële plaatsen hebben volgens hun ontwikkelingsperspectief. Voor de meerderheid van de vso-scholen geldt dat ze leerlingen hebben waarvan het beoogde uitstroomniveau mbo is. Bij ruim 1 op de 3 zijn er leerlingen die kunnen doorstromen naar het ho.
| Totaal | ||
|---|---|---|
| % | n | |
| Vso dagbesteding - belevingsgericht | 9,5 | 4 |
| Vso dagbesteding - activerend | 16,7 | 7 |
| Vso dagbesteding - arbeidsgericht | 33,3 | 14 |
| Vso arbeidsmarktgericht/praktijkgericht onderwijs | 45,2 | 19 |
| Vso vervolgonderwijs - vmbo-b | 45,2 | 19 |
| Vso vervolgonderwijs - vmbo-k | 38,1 | 16 |
| Vso vervolgonderwijs - vmbo-g | 19,0 | 8 |
| Vso vervolgonderwijs - vmbo-t | 31,0 | 13 |
| Vso vervolgonderwijs - havo | 19,0 | 8 |
| Vso vervolgonderwijs - vwo | 11,9 | 5 |
| Vso vervolgonderwijs - vmbo-b/k | 35,7 | 15 |
| Vso vervolgonderwijs - vmbo-g/t | 23,8 | 10 |
| Vso vervolgonderwijs - vmbo-t/havo | 16,7 | 7 |
| Vso vervolgonderwijs - havo/vwo | 16,7 | 7 |
| Regulier vervolgonderwijs - praktijkonderwijs (pro) | 23,8 | 10 |
| Regulier vervolgonderwijs - vmbo-b | 26,2 | 11 |
| Regulier vervolgonderwijs - vmbo-k | 28,6 | 12 |
| Regulier vervolgonderwijs - vmbo-g | 11,9 | 5 |
| Regulier vervolgonderwijs - vmbo-t | 28,6 | 12 |
| Regulier vervolgonderwijs - havo | 14,3 | 6 |
| Regulier vervolgonderwijs - vwo | 11,9 | 5 |
| Regulier vervolgonderwijs - pro/vmbo-b | 9,5 | 4 |
| Regulier vervolgonderwijs - vmbo-b/k | 9,5 | 4 |
| Regulier vervolgonderwijs - vmbo-g/t | 11,9 | 5 |
| Regulier vervolgonderwijs - vmbo-t/havo | 11,9 | 5 |
| Regulier vervolgonderwijs - havo/vwo | 11,9 | 5 |
| Onbekend | 33,3 | 14 |
| Totaal | ||
|---|---|---|
| % | n | |
| Dagbesteding - belevingsgericht | 11,7 | 7 |
| Dagbesteding - activerend | 28,3 | 17 |
| Dagbesteding - arbeidsgericht | 53,3 | 32 |
| Beschut werk/beschermde werkomgeving | 58,3 | 35 |
| Arbeidstrainingscentrum (atc) welke niet verbonden is aan een mbo | 16,7 | 10 |
| Reguliere arbeidsplaats | 65,0 | 39 |
| Middelbaar beroepsonderwijs niveau 1 (entreeopleiding; bol/bbl) | 68,3 | 41 |
| Middelbaar beroepsonderwijs niveau 2 (mbo bol/bbl) | 58,3 | 35 |
| Middelbaar beroepsonderwijs niveau 3 (mbo bol/bbl) | 50,0 | 30 |
| Middelbaar beroepsonderwijs niveau 4 (mbo bol/bbl) | 60,0 | 36 |
| Hoger beroepsonderwijs (hbo) | 28,3 | 17 |
| Universiteit | 10,0 | 6 |
| Onbekend | 16,7 | 10 |
In Tabel 18 en (tbl_res_11?) staat welke verschillende uitstroomprofielen scholen met residentiële plaatsen aanbieden.
| Totaal | ||
|---|---|---|
| % | n | |
| Dagbesteding | 35,7 | 15 |
| Arbeid | 81,0 | 34 |
| Vmbo | 92,9 | 39 |
| Havo/vwo | 76,2 | 32 |
| Totaal | ||
|---|---|---|
| % | n | |
| Dagbesteding | 55,0 | 33 |
| Arbeid | 81,7 | 49 |
| Middelbaar beroepsonderwijs - entree | 78,3 | 47 |
| Middelbaar beroepsonderwijs - niveau 2/3/4 | 78,3 | 47 |
| Hoger onderwijs | 35,0 | 21 |
Vragenlijsten ten behoeve van de Staat van het Onderwijs 2026
Onderstaande tabellen geven de resultaten weer van de vragenlijsten uitgezet onder scholen en samenwerkingsverbanden in het funderend onderwijs en studenten in het mbo en ho die betrekking hebben op passend onderwijs.
Omdat de mbo en ho studenten die de vragelijsten invulden niet representatief waren voor de gehele studentenpopulatie wat betreft geslacht en migratieachtergrond hebben we de resultaten van de studenten-vragenlijsten gewogen voor deze kenmerken. De tabellen over de studenten-vragenlijsten geven gewogen percentages (w) en ongewogen aantallen weer.
Vragenlijsten uitgezet onder schoolleiders
| n | % | |
|---|---|---|
| Bo | ||
| Nee | 131 | 86,8 |
| Ja, op een school voor basisonderwijs (bao): | 10 | 6,6 |
| Ja, op een school voor speciaal basisonderwijs (sbo): | 7 | 4,6 |
| Ja, op een school voor speciaal onderwijs (so): | 4 | 2,6 |
| Ja, op een school voor voortgezet speciaal onderwijs (vso): | 0 | 0,0 |
| Ja, op een school voor praktijkonderwijs (pro): | 0 | 0,0 |
| Ja, op een school voor voortgezet onderwijs (vo): | 0 | 0,0 |
| Totaal | 151 | 100,0 |
| Vmbo | ||
| Nee | 79 | 59,4 |
| Ja, op een school voor voortgezet onderwijs (vo): | 44 | 33,1 |
| Ja, op een school voor praktijkonderwijs (pro): | 13 | 9,8 |
| Ja, op een school voor voortgezet speciaal onderwijs (vso): | 11 | 8,3 |
| Ja, op een school voor speciaal onderwijs (so): | 0 | 0,0 |
| Ja, op een school voor speciaal basisonderwijs (sbo): | 0 | 0,0 |
| Ja, op een school voor basisonderwijs (bao): | 0 | 0,0 |
| Totaal | 133 | 100,0 |
| Havo/vwo | ||
| Nee | 66 | 67,3 |
| Ja, op een school voor voortgezet onderwijs (vo): | 23 | 23,5 |
| Ja, op een school voor voortgezet speciaal onderwijs (vso): | 11 | 11,2 |
| Ja, op een school voor speciaal onderwijs (so): | 0 | 0,0 |
| Ja, op een school voor speciaal basisonderwijs (sbo): | 0 | 0,0 |
| Ja, op een school voor praktijkonderwijs (pro): | 0 | 0,0 |
| Ja, op een school voor basisonderwijs (bao): | 0 | 0,0 |
| Totaal | 98 | 100,0 |
| So | ||
| Nee | 62 | 66,7 |
| Ja, op een school voor basisonderwijs (bao): | 25 | 26,9 |
| Ja, op een school voor speciaal basisonderwijs (sbo): | 5 | 5,4 |
| Ja, op een school voor speciaal onderwijs (so): | 1 | 1,1 |
| Ja, op een school voor voortgezet speciaal onderwijs (vso): | 0 | 0,0 |
| Ja, op een school voor praktijkonderwijs (pro): | 0 | 0,0 |
| Ja, op een school voor voortgezet onderwijs (vo): | 0 | 0,0 |
| Totaal | 93 | 100,0 |
| Vso | ||
| Nee | 46 | 57,5 |
| Ja, op een school voor voortgezet onderwijs (vo): | 23 | 28,8 |
| Ja, op een school voor praktijkonderwijs (pro): | 16 | 20,0 |
| Ja, op een school voor voortgezet speciaal onderwijs (vso): | 7 | 8,8 |
| Ja, op een school voor speciaal onderwijs (so): | 0 | 0,0 |
| Ja, op een school voor speciaal basisonderwijs (sbo): | 0 | 0,0 |
| Ja, op een school voor basisonderwijs (bao): | 0 | 0,0 |
| Totaal | 80 | 100,0 |
Vragenlijst uitgezet onder samenwerkingsverbanden
| n | % | |
|---|---|---|
| PO | ||
| Nee, geen van beide | 32 | 65,3 |
| Ja, bovenschoolse voorziening(en) anders dan DUO-geregistreerde OPDC('s) | 15 | 30,6 |
| Ja, DUO-geregistreerde OPDC('s) | 4 | 8,2 |
| Totaal | 49 | 100,0 |
| VO | ||
| Ja, bovenschoolse voorziening(en) anders dan DUO-geregistreerde OPDC('s) | 20 | 38,5 |
| Ja, DUO-geregistreerde OPDC('s) | 18 | 34,6 |
| Nee, geen van beide | 16 | 30,8 |
| Totaal | 52 | 100,0 |
| Totaal | ||
| Nee, geen van beide | 48 | 47,5 |
| Ja, bovenschoolse voorziening(en) anders dan DUO-geregistreerde OPDC('s) | 35 | 34,7 |
| Ja, DUO-geregistreerde OPDC('s) | 22 | 21,8 |
| Totaal | 101 | 100,0 |
Onderstaande 3 vragen over DUO-geregistreerde OPDC’s zijn alleen gesteld aan de samenwerkingsverbanden die aangaven een DUO-geregistreerd OPDC te kennen.
| n | % | |
|---|---|---|
| PO | ||
| Thuiszitters voorbereiden op en terugleiden naar onderwijs | 3 | 75,0 |
| Het voorkomen van thuiszitten | 3 | 75,0 |
| Opvangen van handelingsverlegenheid van de school van inschrijving | 3 | 75,0 |
| Het bieden van begeleiding op scholen om in staat te zijn de leerling terug te ontvangen | 3 | 75,0 |
| Reboundvoorziening/time-out om vastgelopen patronen in gedrag binnen de bekende schoolomgeving te doorbreken | 2 | 50,0 |
| Het voorkomen van voortijdig schoolverlaten | 1 | 25,0 |
| Observatie t.b.v. ondersteuningsadvies aan school van inschrijving | 1 | 25,0 |
| Observatie t.b.v. doorstroom naar andere school (regulier dan wel gespecialiseerd) | 1 | 25,0 |
| Opvangen van tekort aan plaatsen in gespecialiseerd onderwijs | 1 | 25,0 |
| Anders, namelijk | 1 | 25,0 |
| Totaal | 4 | 100,0 |
| VO | ||
| Thuiszitters voorbereiden op en terugleiden naar onderwijs | 13 | 72,2 |
| Het voorkomen van voortijdig schoolverlaten | 13 | 72,2 |
| Reboundvoorziening/time-out om vastgelopen patronen in gedrag binnen de bekende schoolomgeving te doorbreken | 13 | 72,2 |
| Het voorkomen van thuiszitten | 12 | 66,7 |
| Observatie t.b.v. doorstroom naar andere school (regulier dan wel gespecialiseerd) | 12 | 66,7 |
| Observatie t.b.v. ondersteuningsadvies aan school van inschrijving | 11 | 61,1 |
| Het bieden van begeleiding op scholen om in staat te zijn de leerling terug te ontvangen | 10 | 55,6 |
| Opvangen van handelingsverlegenheid van de school van inschrijving | 5 | 27,8 |
| Opvangen van tekort aan plaatsen in gespecialiseerd onderwijs | 3 | 16,7 |
| Anders, namelijk | 1 | 5,6 |
| Totaal | 18 | 100,0 |
| Totaal | ||
| Thuiszitters voorbereiden op en terugleiden naar onderwijs | 16 | 72,7 |
| Het voorkomen van thuiszitten | 15 | 68,2 |
| Reboundvoorziening/time-out om vastgelopen patronen in gedrag binnen de bekende schoolomgeving te doorbreken | 15 | 68,2 |
| Het voorkomen van voortijdig schoolverlaten | 14 | 63,6 |
| Observatie t.b.v. doorstroom naar andere school (regulier dan wel gespecialiseerd) | 13 | 59,1 |
| Het bieden van begeleiding op scholen om in staat te zijn de leerling terug te ontvangen | 13 | 59,1 |
| Observatie t.b.v. ondersteuningsadvies aan school van inschrijving | 12 | 54,5 |
| Opvangen van handelingsverlegenheid van de school van inschrijving | 8 | 36,4 |
| Opvangen van tekort aan plaatsen in gespecialiseerd onderwijs | 4 | 18,2 |
| Anders, namelijk | 2 | 9,1 |
| Totaal | 22 | 100,0 |
| Ontevreden | Enigszins ontevreden | Neutraal | Enigszins tevreden | Tevreden | Totaal | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| n | % | n | % | n | % | n | % | n | % | n | % | ||||||
| PO | |||||||||||||||||
| Thuiszitters voorbereiden op en terugleiden naar onderwijs | 0 | 0,0 | 0 | 0,0 | 0 | 0,0 | 0 | 0,0 | 3 | 100,0 | 3 | 100,0 | |||||
| Het voorkomen van thuiszitten | 0 | 0,0 | 0 | 0,0 | 0 | 0,0 | 1 | 33,3 | 2 | 66,7 | 3 | 100,0 | |||||
| Het voorkomen van voortijdig schoolverlaten | 0 | 0,0 | 0 | 0,0 | 0 | 0,0 | 0 | 0,0 | 1 | 100,0 | 1 | 100,0 | |||||
| Observatie t.b.v. ondersteuningsadvies aan school van inschrijving | 0 | 0,0 | 0 | 0,0 | 0 | 0,0 | 0 | 0,0 | 1 | 100,0 | 1 | 100,0 | |||||
| Observatie t.b.v. doorstroom naar andere school (regulier dan wel gespecialiseerd) | 0 | 0,0 | 0 | 0,0 | 0 | 0,0 | 1 | 100,0 | 0 | 0,0 | 1 | 100,0 | |||||
| Reboundvoorziening/time-out om vastgelopen patronen in gedrag binnen de bekende schoolomgeving te doorbreken | 0 | 0,0 | 0 | 0,0 | 0 | 0,0 | 0 | 0,0 | 2 | 100,0 | 2 | 100,0 | |||||
| Opvangen van tekort aan plaatsen in gespecialiseerd onderwijs | 0 | 0,0 | 0 | 0,0 | 1 | 100,0 | 0 | 0,0 | 0 | 0,0 | 1 | 100,0 | |||||
| Opvangen van handelingsverlegenheid van de school van inschrijving | 0 | 0,0 | 0 | 0,0 | 1 | 33,3 | 0 | 0,0 | 2 | 66,7 | 3 | 100,0 | |||||
| Het bieden van begeleiding op scholen om in staat te zijn de leerling terug te ontvangen | 0 | 0,0 | 0 | 0,0 | 0 | 0,0 | 1 | 33,3 | 2 | 66,7 | 3 | 100,0 | |||||
| VO | |||||||||||||||||
| Thuiszitters voorbereiden op en terugleiden naar onderwijs | 0 | 0,0 | 0 | 0,0 | 2 | 15,4 | 3 | 23,1 | 8 | 61,5 | 13 | 100,0 | |||||
| Het voorkomen van thuiszitten | 0 | 0,0 | 1 | 8,3 | 4 | 33,3 | 4 | 33,3 | 3 | 25,0 | 12 | 100,0 | |||||
| Het voorkomen van voortijdig schoolverlaten | 0 | 0,0 | 1 | 7,7 | 2 | 15,4 | 7 | 53,8 | 3 | 23,1 | 13 | 100,0 | |||||
| Observatie t.b.v. ondersteuningsadvies aan school van inschrijving | 0 | 0,0 | 0 | 0,0 | 2 | 18,2 | 5 | 45,5 | 4 | 36,4 | 11 | 100,0 | |||||
| Observatie t.b.v. doorstroom naar andere school (regulier dan wel gespecialiseerd) | 0 | 0,0 | 0 | 0,0 | 3 | 25,0 | 3 | 25,0 | 6 | 50,0 | 12 | 100,0 | |||||
| Reboundvoorziening/time-out om vastgelopen patronen in gedrag binnen de bekende schoolomgeving te doorbreken | 0 | 0,0 | 1 | 7,7 | 1 | 7,7 | 5 | 38,5 | 6 | 46,2 | 13 | 100,0 | |||||
| Opvangen van tekort aan plaatsen in gespecialiseerd onderwijs | 0 | 0,0 | 1 | 33,3 | 0 | 0,0 | 1 | 33,3 | 1 | 33,3 | 3 | 100,0 | |||||
| Opvangen van handelingsverlegenheid van de school van inschrijving | 0 | 0,0 | 0 | 0,0 | 1 | 20,0 | 1 | 20,0 | 3 | 60,0 | 5 | 100,0 | |||||
| Het bieden van begeleiding op scholen om in staat te zijn de leerling terug te ontvangen | 0 | 0,0 | 1 | 10,0 | 2 | 20,0 | 4 | 40,0 | 3 | 30,0 | 10 | 100,0 | |||||
| Totaal | |||||||||||||||||
| Thuiszitters voorbereiden op en terugleiden naar onderwijs | 0 | 0,0 | 0 | 0,0 | 2 | 12,5 | 3 | 18,8 | 11 | 68,8 | 16 | 100,0 | |||||
| Het voorkomen van thuiszitten | 0 | 0,0 | 1 | 6,7 | 4 | 26,7 | 5 | 33,3 | 5 | 33,3 | 15 | 100,0 | |||||
| Het voorkomen van voortijdig schoolverlaten | 0 | 0,0 | 1 | 7,1 | 2 | 14,3 | 7 | 50,0 | 4 | 28,6 | 14 | 100,0 | |||||
| Observatie t.b.v. ondersteuningsadvies aan school van inschrijving | 0 | 0,0 | 0 | 0,0 | 2 | 16,7 | 5 | 41,7 | 5 | 41,7 | 12 | 100,0 | |||||
| Observatie t.b.v. doorstroom naar andere school (regulier dan wel gespecialiseerd) | 0 | 0,0 | 0 | 0,0 | 3 | 23,1 | 4 | 30,8 | 6 | 46,2 | 13 | 100,0 | |||||
| Reboundvoorziening/time-out om vastgelopen patronen in gedrag binnen de bekende schoolomgeving te doorbreken | 0 | 0,0 | 1 | 6,7 | 1 | 6,7 | 5 | 33,3 | 8 | 53,3 | 15 | 100,0 | |||||
| Opvangen van tekort aan plaatsen in gespecialiseerd onderwijs | 0 | 0,0 | 1 | 25,0 | 1 | 25,0 | 1 | 25,0 | 1 | 25,0 | 4 | 100,0 | |||||
| Opvangen van handelingsverlegenheid van de school van inschrijving | 0 | 0,0 | 0 | 0,0 | 2 | 25,0 | 1 | 12,5 | 5 | 62,5 | 8 | 100,0 | |||||
| Het bieden van begeleiding op scholen om in staat te zijn de leerling terug te ontvangen | 0 | 0,0 | 1 | 7,7 | 2 | 15,4 | 5 | 38,5 | 5 | 38,5 | 13 | 100,0 | |||||
| Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Gem. | SD | Min. | Max. | n | |
| PO | 23,5 | 14,7 | 12,0 | 45,0 | 4 |
| VO | 66,7 | 60,2 | 5,0 | 259,0 | 18 |
| Totaal | 58,9 | 57,0 | 5,0 | 259,0 | 22 |
| n | % | |
|---|---|---|
| PO | ||
| Ja | 19 | 38,8 |
| Nee | 13 | 26,5 |
| Weet ik niet (zeker) | 17 | 34,7 |
| Totaal | 49 | 100,0 |
| VO | ||
| Ja | 36 | 69,2 |
| Nee | 3 | 5,8 |
| Weet ik niet (zeker) | 13 | 25,0 |
| Totaal | 52 | 100,0 |
| Totaal | ||
| Ja | 55 | 54,5 |
| Nee | 16 | 15,8 |
| Weet ik niet (zeker) | 30 | 29,7 |
| Totaal | 101 | 100,0 |
Onderstaande vraag is alleen gesteld aan de samenwerkingsverbanden die aangaven dat er in de afgelopen twee schooljaren leerlingen zijn uitgestroomd naar een (v)so-school verbonden aan een instelling voor residentiële jeugdhulp.
| n | % | |
|---|---|---|
| PO | ||
| Ja, voor alle leerlingen | 6 | 31,6 |
| Vaak, maar niet bij alle leerlingen is dit gebeurd | 1 | 5,3 |
| Soms, bij de meeste leerlingen is dit niet gebeurd | 7 | 36,8 |
| Nee, dit is niet gebeurd | 5 | 26,3 |
| Anders, namelijk... | 0 | 0,0 |
| Totaal | 19 | 100,0 |
| VO | ||
| Ja, voor alle leerlingen | 2 | 5,6 |
| Vaak, maar niet bij alle leerlingen is dit gebeurd | 7 | 19,4 |
| Soms, bij de meeste leerlingen is dit niet gebeurd | 6 | 16,7 |
| Nee, dit is niet gebeurd | 11 | 30,6 |
| Anders, namelijk... | 10 | 27,8 |
| Totaal | 36 | 100,0 |
| Totaal | ||
| Ja, voor alle leerlingen | 8 | 14,5 |
| Vaak, maar niet bij alle leerlingen is dit gebeurd | 8 | 14,5 |
| Soms, bij de meeste leerlingen is dit niet gebeurd | 13 | 23,6 |
| Nee, dit is niet gebeurd | 16 | 29,1 |
| Anders, namelijk... | 10 | 18,2 |
| Totaal | 55 | 100,0 |
| n | % | |
|---|---|---|
| PO | ||
| Ja | 15 | 30,6 |
| Nee | 16 | 32,7 |
| Weet ik niet (zeker) | 18 | 36,7 |
| Totaal | 49 | 100,0 |
| VO | ||
| Ja | 36 | 69,2 |
| Nee | 3 | 5,8 |
| Weet ik niet (zeker) | 13 | 25,0 |
| Totaal | 52 | 100,0 |
| Totaal | ||
| Ja | 51 | 50,5 |
| Nee | 19 | 18,8 |
| Weet ik niet (zeker) | 31 | 30,7 |
| Totaal | 101 | 100,0 |
Onderstaande vraag is alleen gesteld aan de samenwerkingsverbanden die aangaven dat er in de afgelopen twee schooljaren leerlingen zijn teruggekeerd naar of ingestroomd in hun samenwerkingsverband vanuit een (v)so-school verbonden aan een instelling voor residentiële jeugdhulp.
| n | % | |
|---|---|---|
| PO | ||
| Anders, namelijk | 15 | 41,7 |
| Nadat de leerling(en) verhuisd is/zijn | 8 | 22,2 |
| We zijn/worden zelden betrokken | 8 | 22,2 |
| Op het moment dat de leerling(en) thuis is/zijn komen te zitten | 5 | 13,9 |
| Voordat de leerling(en) naar de regio van ons samenwerkingsverband verhuisde(n) | 4 | 11 |
| We zijn/worden nooit betrokken | 3 | 8,3 |
| Totaal | 36 | 100,0 |
| VO | ||
| Voordat de leerling(en) naar de regio van ons samenwerkingsverband verhuisde(n) | 22 | 45 |
| Nadat de leerling(en) verhuisd is/zijn | 22 | 44,9 |
| We zijn/worden zelden betrokken | 14 | 28,6 |
| Op het moment dat de leerling(en) thuis is/zijn komen te zitten | 13 | 26,5 |
| Anders, namelijk | 11 | 22,4 |
| We zijn/worden nooit betrokken | 1 | 2,0 |
| Totaal | 49 | 100,0 |
| Totaal | ||
| Nadat de leerling(en) verhuisd is/zijn | 30 | 35,3 |
| Voordat de leerling(en) naar de regio van ons samenwerkingsverband verhuisde(n) | 26 | 31 |
| Anders, namelijk | 26 | 30,6 |
| We zijn/worden zelden betrokken | 22 | 25,9 |
| Op het moment dat de leerling(en) thuis is/zijn komen te zitten | 18 | 21,2 |
| We zijn/worden nooit betrokken | 4 | 4,7 |
| Totaal | 85 | 100,0 |
Vragenlijst uitgezet onder mbo en ho studenten
| n | % (w) | |
|---|---|---|
| BBL | ||
| Ja | 21 | 17,0 |
| Nee | 91 | 78,6 |
| Dat zeg ik liever niet | 5 | 4,4 |
| Totaal | 117 | 100,0 |
| Niveau 2 BOL | ||
| Ja | 28 | 17,6 |
| Nee | 119 | 72,5 |
| Dat zeg ik liever niet | 15 | 9,9 |
| Totaal | 162 | 100,0 |
| Niveau 3 BOL | ||
| Ja | 25 | 23,0 |
| Nee | 70 | 62,6 |
| Dat zeg ik liever niet | 11 | 14,4 |
| Totaal | 106 | 100,0 |
| Niveau 4 BOL | ||
| Ja | 95 | 23,1 |
| Nee | 283 | 71,6 |
| Dat zeg ik liever niet | 19 | 5,3 |
| Totaal | 397 | 100,0 |
| n | % (w) | |
|---|---|---|
| Hbo bachelor | ||
| Ja | 100 | 25,9 |
| Nee | 285 | 71,7 |
| Dat zeg ik liever niet | 10 | 2,4 |
| Totaal | 395 | 100,0 |
| Wo bachelor | ||
| Ja | 51 | 19,2 |
| Nee | 202 | 78,3 |
| Dat zeg ik liever niet | 6 | 2,5 |
| Totaal | 259 | 100,0 |
| Wo master | ||
| Ja | 23 | 19,0 |
| Nee | 97 | 80,2 |
| Dat zeg ik liever niet | 1 | 0,8 |
| Totaal | 121 | 100,0 |
Onderstaande 4 vragen zijn alleen gesteld aan de studenten die aangaven onder bijzondere omstandigheden te studeren.
| n | % (w) | |
|---|---|---|
| BBL | ||
| Ja | 5 | 21,3 |
| Nee | 16 | 78,7 |
| Totaal | 21 | 100,0 |
| Niveau 2 BOL | ||
| Ja | 8 | 25,8 |
| Nee | 20 | 74,2 |
| Totaal | 28 | 100,0 |
| Niveau 3 BOL | ||
| Ja | 8 | 32,7 |
| Nee | 17 | 67,3 |
| Totaal | 25 | 100,0 |
| Niveau 4 BOL | ||
| Ja | 26 | 29,1 |
| Nee | 69 | 70,9 |
| Totaal | 95 | 100,0 |
| n | % (w) | |
|---|---|---|
| Hbo bachelor | ||
| Ja | 25 | 25,0 |
| Nee | 75 | 75,0 |
| Totaal | 100 | 100,0 |
| Wo bachelor | ||
| Ja | 16 | 32,2 |
| Nee | 35 | 67,8 |
| Totaal | 51 | 100,0 |
| Wo master | ||
| Ja | 5 | 21,7 |
| Nee | 18 | 78,3 |
| Totaal | 23 | 100,0 |
| n | % (w) | |
|---|---|---|
| BBL | ||
| Ja | 5 | 23,5 |
| Nee | 16 | 76,5 |
| Totaal | 21 | 100,0 |
| Niveau 2 BOL | ||
| Ja | 10 | 33,5 |
| Nee | 18 | 66,5 |
| Totaal | 28 | 100,0 |
| Niveau 3 BOL | ||
| Ja | 7 | 28,5 |
| Nee | 18 | 71,5 |
| Totaal | 25 | 100,0 |
| Niveau 4 BOL | ||
| Ja | 19 | 17,7 |
| Nee | 76 | 82,3 |
| Totaal | 95 | 100,0 |
| n | % (w) | |
|---|---|---|
| Hbo bachelor | ||
| Ja | 15 | 13,8 |
| Nee | 85 | 86,2 |
| Totaal | 100 | 100,0 |
| Wo bachelor | ||
| Ja | 7 | 14,9 |
| Nee | 44 | 85,1 |
| Totaal | 51 | 100,0 |
| Wo master | ||
| Ja | 0 | 0,0 |
| Nee | 23 | 100,0 |
| Totaal | 23 | 100,0 |
Onderstaande 2 vragen zijn alleen gesteld aan de studenten die aangaven extra hulpmiddelen voor online onderwijs te krijgen.
| n | % (w) | |
|---|---|---|
| BBL | ||
| Ik krijg geen hulpmiddelen | 2 | 32,4 |
| Van mijn opleiding | 2 | 41,9 |
| Van mijn ouders | 1 | 25,7 |
| Anders, namelijk... | 1 | 25,7 |
| Ik heb ze zelf gekocht | 0 | 0,0 |
| Van het UWV | 0 | 0,0 |
| Van ziekenhuis | 0 | 0,0 |
| Totaal | 5 | 100,0 |
| Niveau 2 BOL | ||
| Van mijn opleiding | 5 | 46,4 |
| Ik krijg geen hulpmiddelen | 4 | 38,6 |
| Van mijn ouders | 3 | 37,9 |
| Ik heb ze zelf gekocht | 0 | 0,0 |
| Van het UWV | 0 | 0,0 |
| Van ziekenhuis | 0 | 0,0 |
| Anders, namelijk... | 0 | 0,0 |
| Totaal | 10 | 100,0 |
| Niveau 3 BOL | ||
| Van mijn opleiding | 3 | 36,0 |
| Van mijn ouders | 3 | 36,0 |
| Ik krijg geen hulpmiddelen | 2 | 24,0 |
| Anders, namelijk... | 1 | 28,0 |
| Ik heb ze zelf gekocht | 0 | 0,0 |
| Van het UWV | 0 | 0,0 |
| Van ziekenhuis | 0 | 0,0 |
| Totaal | 7 | 100,0 |
| Niveau 4 BOL | ||
| Van mijn opleiding | 9 | 39,5 |
| Ik krijg geen hulpmiddelen | 6 | 32,0 |
| Ik heb ze zelf gekocht | 2 | 11,1 |
| Van mijn ouders | 2 | 14,5 |
| Van het UWV | 1 | 4,4 |
| Anders, namelijk... | 1 | 7,4 |
| Van ziekenhuis | 0 | 0,0 |
| Totaal | 19 | 100,0 |
| n | % (w) | |
|---|---|---|
| Hbo bachelor | ||
| Ik krijg geen hulpmiddelen | 6 | 38,4 |
| Van mijn opleiding | 5 | 32,2 |
| Ik heb ze zelf aangeschaft | 4 | 30,2 |
| Anders, namelijk.. | 4 | 26,6 |
| Van mijn ouders | 1 | 6,0 |
| Van het UWV | 0 | 0,0 |
| Van het ziekenhuis | 0 | 0,0 |
| Totaal | 15 | 100,0 |
| Wo bachelor | ||
| Ik krijg geen hulpmiddelen | 5 | 75,6 |
| Van mijn opleiding | 2 | 24,4 |
| Ik heb ze zelf aangeschaft | 1 | 12,2 |
| Van het UWV | 0 | 0,0 |
| Van mijn ouders | 0 | 0,0 |
| Van het ziekenhuis | 0 | 0,0 |
| Anders, namelijk.. | 0 | 0,0 |
| Totaal | 7 | 100,0 |