Inspectie van het Onderwijs banner
Technisch rapport passend onderwijs. De Staat van het Onderwijs 2026

Publicatiedatum

april 2026

Inleiding

In dit technische rapport vindt u de verantwoording van onderzoeksgegevens die zijn gebruikt bij de analyses voor het hoofdstuk Passend onderwijs van de Staat van het Onderwijs 2026. In dit technisch rapport besteden we aandacht aan:

  • Tussentijdse uitstroom uit het regulier onderwijs
  • Vragenlijst uitstroomgegevens (voortgezet) speciaal onderwijs
  • Vragenlijsten voor de Staat van het Onderwijs

In dit technische rapport vindt u ook de verantwoording over de vragenlijsten die in het kader van de Staat van het Onderwijs 2026 zijn uitgezet. Dit vragenlijst-onderzoek is uitgevoerd onder scholen en samenwerkingsverbanden in het funderend onderwijs (basisonderwijs (bo), voortgezet onderwijs (vo) en (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so)) en bij studenten in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en hoger onderwijs (ho).

Databronnen en definities

Databronnen

DUO-ROD

Vanuit de dienst uitvoering onderwijs (DUO) krijgt de Inspectie van het Onderwijs inschrijvingsbestanden uit het register onderwijsdeelnemers (ROD), ook wel 1-cijferbestanden genoemd, met o.a. leerlingaantallen, achtergrondkenmerken, eindtoets- en examengegevens. De 1-cijferbestanden zijn gebaseerd op afspraken tussen ketenpartners als het ministerie van OCW, CBS, DUO, de Inspectie van het Onderwijs en koepelorganisaties, om zo op een eenduidige manier onderwijsgegevens te ontsluiten volgens van tevoren vastgestelde definities. Dit betreft de inschrijving op peildatum 1 oktober van het betreffende school- of studiejaar. Of de diplomering van leerlingen of studenten in het betreffende school- of studiejaar. Voor de analyses worden alleen de hoofdinschrijvingen of -diploma’s in de sector op bekostigde scholen of instellingen meegenomen.

Sectorstromen

Om de leerlingen/studentenstromen tussen onderwijssoorten in opeenvolgende jaren in kaart te brengen heeft de Inspectie van het Onderwijs een sectorstromenbestand gemaakt. Hiervoor zijn de inschrijvingsbestanden van alle sectoren aan elkaar gekoppeld. Als een leerling/student in het zelfde jaar in meerdere bestanden voorkomt, dan geldt dat een diploma-inschrijving in hetzelfde jaar voor een inschrijving in een andere sector gaat; en in het geval van meerdere inschrijvingen in hetzelfde jaar geldt de volgorde: hho voor mbo; (v)so voor vo; vo voor po.

Steekproefonderzoeken

Sinds september 2023 voert de inspectie steekproefsgewijs kwaliteitsonderzoeken uit op scholen in het po, vo en (v)so en vanaf januari 2024 ook bij opleidingen in het mbo. We onderzoeken daarbij scholen op een aantal standaarden uit het onderzoekskader en de scholen en opleidingen krijgen een eindoordeel. De resultaten van deze onderzoeken staan in de technisch rapporten Steekproefonderzoeken in het funderend onderwijs 2023-2024 en 2024-2025 en Steekproefonderzoeken in het mbo 2024 en 2025.

Vragenlijst uitstroomgegevens uit het (voortgezet) speciaal onderwijs

Elk jaar vult elke (v)so school een vragenlijst in ten behoeve van het in kaart brengen van de uitstroomgegevens van de school. Hierin wordt onder andere aangegeven welk deel van de leerlingen op, onder of boven het ontwikkelingsperspectief uitstroomt. Ook geven scholen hierin aan welk deel van de leerlingen uit uitstroomprofiel dagbesteding naar verschillende vormen van dagbesteding (belevingsgerichte, activerende en arbeidsgerichte dagbesteding) uitstroomt. Ook wordt er aan scholen die plaatsen bieden aan leerlingen die verblijven in een residentiële instelling een aantal vragen gesteld over onder andere het (beoogde) uitstroomniveau van de leerlingen.

Vragenlijsten ten behoeve van de Staat van het Onderwijs 2026

Scholen en samenwerkingsverbanden

In het kader van de Staat van het Onderwijs 2026 zijn vragenlijsten uitgezet bij scholen en samenwerkingsverbanden in het funderend onderwijs. Hieronder beschrijven we de steekproef, respons en opzet van dit vragenlijstonderzoek.

Steekproef

De doelpopulaties bestaan uit alle bo-scholen, vo-afdelingen, so-scholen, vso-scholen en samenwerkingsverbanden die actueel zijn in schooljaar 2025-2026, met uitzondering van:

  • Bo en vo: particuliere scholen, internationale scholen en scholen in het buitenland of in Caribisch Nederland
  • Bo: nieuwkomersvoorzieningen type 1/2, tijdelijke voorzieningen (azc; varend; rijdend) en scholen jonger dan 3 jaar. Sbo-scholen maakten ook geen deel uit van de doelpopulatie.
  • Vo: pro-afdelingen, ISK- en EOA-afdelingen (internationale schakelklassen en eerste opvang anderstaligen) en onderbouw-afdelingen waarbij geen bovenbouw-afdeling op dezelfde vestiging aanwezig is
  • So en vso: scholen behorende bij een Justitiële Jeugdinrichting, volledig residentiele scholen, en scholen jonger dan 1 jaar

Uit de doelpopulatie bo zijn aselect 239 basisscholen getrokken.

Uit de doelpopulaties so en vso zijn aselect respectievelijk 170 so- en 170 vso-scholen getrokken, proportioneel gestratificeerd naar (voormalig) cluster (1, 2, 3 en 4).

Uit de doelpopulatie vo zijn aselect 390 afdelingen getrokken, proportioneel gestratificeerd naar zowel onderwijssoort (vmbo-b; vmbo-k; vmbo-(g)t; havo; vwo) als het aanbod op de vestiging waar de afdeling deel van uitmaakt (vmbo breed/havo/vwo; vmbo-(g)t/havo/vwo; vmbo breed; vmbo-b/-k; havo/vwo; categoraal vmbo-(g)t; categoraal vwo). Een aanvullende eis aan de steekproef was dat er maximaal één afdeling per vestiging in de steekproef mocht voorkomen. Om hieraan te voldoen is van elke vestiging aselect één afdeling geselecteerd (deze afdelingen vormen een beperkt steekproefkader) en is de steekproef uit dit beperkte steekproefkader getrokken. Dit beperkte steekproefkader bevatte in elk stratum genoeg afdelingen om het percentage afdelingen per stratum in de doelpopulatie en in de steekproef overeen te laten komen.

Voor de samenwerkingsverbanden is geen steekproef getrokken, maar zijn alle 151 samenwerkingsverbanden gevraagd een vragenlijst in te vullen.

Dataverzameling

In de periode oktober-november 2025 is bij alle scholen/afdelingen uit de steekproeven, en bij alle samenwerkingsverbanden, een digitale vragenlijst uitgezet. De school- en afdelingsleiders werden gevraagd deze in te vullen, waar nodig samen met collega’s. De vragenlijst bevatte vragen over de onderwerpen kwaliteit van het onderwijs, financiën, basisvaardigheden, gelijke kansen, passend onderwijs, sociale en digitale veiligheid en onderwijspersoneel.

Een eerste versie van de vragenlijst is gepilot bij 3 wetenschappelijk medewerkers van de inspectie. Dit heeft geleid tot een aantal aanpassingen van antwoordopties, vraagstellingen en formuleringen.

Respons

Tabel 1 geeft per onderwijssoort de omvang van de doelpopulatie, steekproef en het aantal scholen/afdelingen/samenwerkingsverbanden dat de vragenlijst heeft ingevuld (de respons) weer, evenals de bijbehorende foutmarge (met een betrouwbaarheid van 95%). Voor de vo-afdelingen kijken we apart naar de havo/vwo- en de vmbo-afdelingen. Een foutmarge van 8% met een betrouwbaarheidspercentage van 95% betekent dat als bijvoorbeeld 60% van de scholen in de steekproef aangeeft iets te doen, we met een zekerheid van 95% weten dat dit percentage in de doelpopulatie als geheel tussen de 52% en de 68% ligt.

Tabel 1: Overzicht van doelpopulatie, steekproef, respons en foutmarge - Instellingsvragenlijsten
Onderwijssoort Doelpopulatie (N) Steekproef (n) Respons (n) Foutmarge
BO 6.148 239 151 8%
Vmbo 1.501 232 233 8%
Havo/vwo 1.197 158 98 9%
SO 304 170 93 8%
VSO 311 170 80 9%
Samenwerkingsverbanden 151 151 101 6%

Representativiteit

Toen de dataverzameling was afgerond hebben we voor onderstaande kenmerken gecontroleerd of de scholen/afdelingen in de respons afweken van die in de doelpopulatie, met chi-kwadraat toetsen:

  • Bo: regio, stedelijkheid, risicoscore op de prestatiemonitor, schoolgrootte, schoolweging, denominatie
  • Vo: onderwijssoort, regio, stedelijkheid, risicoscore op de prestatiemonitor, afdelingsgrootte, percentage leerlingen woonachtig in een armoedeprobleemcumulatiegebied (APCG), onderwijsaanbod vanaf leerjaar 3 op de vestiging
  • So en vso: regio, stedelijkheid, risicoscore op de prestatiemonitor en (voormalig) cluster

De tabellen in Bijlage I laten per onderwijssoort zien hoe de scholen/afdelingen in de doelpopulatie en respons verdeeld zijn voor de onderzochte kenmerken. Er werden geen afwijkingen vastgesteld, dus er zijn geen aanwijzingen voor een selectieve respons.

Studenten

In het kader van de Staat van het Onderwijs 2026 zijn vragenlijsten uitgezet onder studenten in het mbo en ho. Hieronder beschrijven we de steekproef, respons en opzet van dit vragenlijstonderzoek.

Steekproef

De doelpopulatie bestaat uit alle studenten die op 1 oktober 2024 stonden ingeschreven aan een voltijd bekostigde opleiding in het hbo (bachelor), wo (bachelor en master) of mbo (bol en bbl), met uitzondering van:

  • Studenten die op 1 oktober 2024 jonger dan 16 jaar, of 40 jaar of ouder, zijn
  • Hbo-master studenten
  • Internationale studenten in het ho
  • Mbo-studenten aan entree-opleidingen

Uit de doelpopulatie is een aselecte steekproef van 20.000 studenten getrokken, proportioneel gestratificeerd naar onderwijssoort en niveau.

Dataverzameling

In de periode september-oktober 2025 is bij de studenten uit de steekproef een digitale vragenlijst uitgezet. De vragenlijsten bevatte vragen over digitalisering in het onderwijs. Een eerste versie van de vragenlijst is gepilot bij experts op het gebied van digitalisering in het onderwijs. Dit heeft geleid tot een aantal aanpassingen van antwoordopties, vraagstellingen en formuleringen.

Respons

Tabel 2 geeft per onderwijssoort en niveau de omvang van de doelpopulatie, steekproef en respons weer, evenals de bijbehorende foutmarge (met een betrouwbaarheid van 95%).

Tabel 2: Overzicht van doelpopulatie, steekproef, respons en foutmarge - Studentvragenlijsten
Onderwijssoort Doelpopulatie (N) Steekproef (n) Respons (n) Foutmarge
MBO niv 2 74.819 2.660 162 8%
MBO niv 3 90.970 2.310 106 10%
MBO niv 4 263.605 4.685 397 5%
HBO Ba 324.445 5.089 395 5%
WO Ba 156.900 2.618 259 6%
WO Ma 83.918 1.400 121 9%
Representativiteit

We hebben gecontroleerd of de respondenten afweken van de gehele doelpopulatie met betrekking tot geslacht, migratieachtergrond en sectorkamer, met chi-kwadraat toetsen. Dit hebben we apart bekekeken voor de mbo studenten aan een bol opleiding op niveau 2, 3 en 4, mbo studenten aan een bbl opleiding (niet uitgesplitst naar niveau vanwege de kleine aantallen), hbo bachelor studenten, wo bachelor studenten en wo master studenten.

De tabellen in Bijlage I laten de verdelingen van de studenten in de doelpopulatie en de respons zien, voor bovenstaande kenmerken. Voor de meeste groepen week de respons significant af van de doelpopulatie wat betreft geslacht en/of migratieachtergrond. Zo waren vrouwelijke studenten oververtegenwoordigd in de respons. In een aantal groepen was er ook sprake van een significante afwijking wat betreft sectorkamer; hierbij ging het echter om vrij kleine afwijkingen (kleiner dan 6 procentpunt).

Wanneer de respons significant afweek van de doelpopulatie met betrekking tot geslacht en/of migratieachtergrond hebben we de resultaten van de betreffende groep studenten gewogen. Dit leidde tot weging voor de onderstaande groepen en kenmerken:

  • mbo bbl studenten: geslacht
  • mbo bol niveau 2 studenten: geslacht
  • mbo bol niveau 3 studenten: migratieachtergrond
  • mbo bol niveau 4 studenten: geslacht en migratieachtergrond
  • hbo bachelor studenten: geslacht
  • wo bachelor studenten: migratieachtergrond

Gewichten zijn berekend door middel van celweging (Pickery, 2010). Hierbij hebben we groepen gedefinieerd op basis van geslacht en/of migratieachtergrond. In het geval van 1 variabele zijn deze groepen de categorieen van die variabele (geslacht: mannen en vrouwen; migratieachtergrond: Nederlandse herkomst, kinderen van migranten, migranten, en onbekend). In het geval van 2 variabelen zijn de groepen de cellen van een kruistabel van beide variabelen. Het gewicht van elke groep werd bepaald als het aantal studenten behorende tot die groep in de doelpopulatie gedeeld door het aantal studenten behorende tot die groep in de respons. Het gewicht van een groep kenden we toe aan alle respondenten binnen die groep. Hierdoor worden de resultaten van respondenten met achtergrondkenmerken die ondervertegenwoordigd waren zwaarder meegewogen dan de resultaten van respondenten met achtergrondkenmerken die oververtegenwoordigd waren.

Definities

Inschrijvingsjaar

Het kalenderjaar waarin op teldatum 1 oktober unieke (hoofd)inschrijvingen worden geteld.

Schooljaar/studiejaar

Schooljaar/studiejaar met teldatum 1 oktober waarop de unieke (hoofd)inschrijvingen worden geteld.

Leeftijd

Leeftijd van de leerling op 1 oktober van het inschrijvingsjaar in jaren.

Migratieachtergrond

Naar aanleiding van een advies van de WRR zijn ketenpartners, als DUO en de inspectie, samen met een nieuwe indeling van migratieachtergrond gekomen. Op basis van het eigen geboorteland en het geboorteland van de juridische ouders worden leerlingen ingedeeld in drie categorieën: Nederlandse herkomst; migranten; en kinderen van migranten. Vervolgens kunnen deze drie categorieën nader worden ingedeeld op basis van de geografische ligging van het herkomstland: Nederland; migranten uit Europa; migranten van buiten Europa; kinderen van migranten uit Europa; kinderen van migranten van buiten Europa.

Stedelijkheid

Stedelijkheid is bepaald op basis van de gemiddelde omgevingsadressendichtheid (oad) van de postcode waar een vestiging zich bevindt. Voor deze variabele worden vijf verschillende categorieën onderscheiden (gelijk aan CBS indeling): Zeer sterk stedelijk (2500 of meer adressen per km2), sterk stedelijk (1500 tot 2500 adressen per km2), matig stedelijk (1000 tot 1500 adressen per km2), weinig stedelijk (500 tot 1000 adressen per km2), niet stedelijk (minder dan 500 adressen per km2).

Regio

Op basis van provincie onderscheiden we vier regio’s. Drenthe, Groningen en Friesland behoren tot regio Noord. Gelderland en Overijssel behoren tot regio Oost. Noord-Holland, Utrecht, Zuid Holland en Flevoland behoren tot de regio midden. Zeeland, Limburg en Noord Brabant behoren tot de regio zuid.

Denominatie

In het po hanteren we een denominatie-indeling in 4 groepen: Openbaar, Rooms-katholiek, Protestants-christelijk en Overig bijzonder.

Schoolweging (bo)

De schoolweging is een maat voor de complexiteit van de leerlingenpopulatie op een basisschool. Het CBS berekent de schoolweging van een school op basis van het opleidingsniveau van de ouders, het gemiddelde opleidingsniveau van alle moeders, het land van herkomst van de ouders, de verblijfsduur van de moeders in Nederland, en of ouders in de schuldsanering zitten. De schoolweging loopt van 20 tot 40. Hoe lager de schoolweging, hoe minder complex de leerlingenpopulatie.

Tussentijdse uitstroompercentage naar het (v)so (bo en vo)

Leerlingen zijn tussentijds uitgestroomd naar het so als ze in jaar t staan ingeschreven in het basisonderwijs (bo) en in jaar t+1 in het so. Als leerlingen in jaar t staan ingeschreven in het vo (exclusief pro) en in jaar t+1 in het vso dan zijn ze tussentijds uitgestroomd naar het vso. Het uitstroompercentage naar het (v)so is per school/samenwerkingsverband per schooljaar berekend door het totaal aan bekostigde leerlingen dat is uitgestroomd te delen door de leerlingen die niet zijn uitgestroomd. Leerlingen die naar een volgende onderwijssoort zijn uitgestroomd (bijvoorbeeld van bo naar vo of van bo naar vso) zijn niet meegenomen. Vervolgens is per school/samenwerkingsverband op basis van de schooljaren 2021-2022 t/m 2023-2024 het driejaarsgemiddelde van het verwijspercentage berekend.

Percentage leerlingen woonachtig in een armoedeprobleemcumulatiegebied (vo)

Een armoedeprobleemcumulatiegebied (APCG) is een postcodegebied waarin zowel het percentage huishoudens met lage inkomens, als het percentage huishoudens met een uitkering én het percentage niet-westerse allochtonen hoger ligt dan 80% van alle postcodegebieden in Nederland.

Onderwijsaanbod op een vestiging (vo)

Met betrekking tot het onderwijsaanbod op een vo-vestiging houden we onderstaande indeling aan.

  • alleen onderbouw (geen aanbod vanaf leerjaar 3)
  • alleen pro
  • vmbo-b en/of vmbo-k
  • alleen vmbo-g/t
  • vmbo-breed
  • vmbo-breed+havo, of vmbo-breed+havo+vwo
  • vmbo-g/t+havo, vmbo-g/t+vwo, of vmbo-g/t+havo+vwo
  • havo+vwo (of alleen havo)
  • alleen vwo

Voormalig cluster ((v)so)

In het (voortgezet) speciaal onderwijs werden vier clusters geregistreerd: cluster 1, voor blinde en slechtziende leerlingen; cluster 2, voor dove, slechthorende en doofblinde leerlingen en voor leerlingen met een taal-spraakontwikkelingsstoornis; cluster 3 voor lichamelijk gehandicapte en/of verstandelijk gehandicapte en langdurig zieke leerlingen (somatisch); en cluster 4 voor leerlingen met psychische stoornissen en gedragsproblemen. Tegenwoordig zijn clusters 3 en 4 samengevoegd als cluster overig. Bij de stratificatie van de (v)so-steekproeven van het vragenlijstonderzoek ten behoeve van de Staat van het Onderwijs 2026 gebruikten we de voormalige indeling in 4 clusters.

Niveau (mbo)

Het mbo heeft opleidingen op 4 niveaus: - Entreeopleiding (niveau 1): bedoeld voor jongeren zonder diploma van een vooropleiding of met een diploma van het praktijkonderwijs. Deze opleiding bereid jongeren voor op de arbeidsmarkt of doorstroom naar een niveau 2 opleiding. - Basisberoepsopleiding (niveau 2): bereid studenten voor op uitvoerende werkzaamheden. - Vakopleiding (niveau 3): studenten leren werkzaamheden zelfstandig uit te voeren.
- Middenkaderopleiding (niveau 4): studenten leren werkzaamheden volledig zelfstandig uit te voeren. Studenten met een diploma van niveau 4 kunnen doorstromen naar een vervolgopleiding in het hbo.

Leerweg (mbo)

Er zijn verschillende leerwegen in het mbo:

  • Beroeps Opleidende Leerweg (bol): geeft praktijkervaring in de vorm van stages naast vastgestelde contacturen op school.
  • Beroeps Begeleidende Leerweg (bbl): de student werkt 4 dagen in de week en gaat daarnaast 1 dag per week naar school voor de theoretische vorming.
  • Ovo, derde leerweg: volwassen kunnen in de derde leerweg via een maatwerktraject een volwaardig mbo-diploma behalen. De opleidingen kennen geen wettelijke urennorm en houden zo optimaal mogelijk rekening met wat een student al weet en kan.
  • Examendeelnemer: student die alleen staat ingeschreven om deel te nemen aan het examen. Dit betekent dat hij geen lessen volgt of stage loopt.

In het vragenlijstonderzoek ten behoeve van de Staat van het Onderwijs 2026 kijken we afzonderlijk naar de resultaten van studenten aan bol niveau 2, bol niveau 3, bol niveau 4 en bbl opleidingen. De resultaten van de bbl studenten splitsen we niet uit naar niveau vanwege het kleine aantal studenten binnen elke bbl-niveau groep. Ovo studenten en examendeelnemers waren uitgesloten van dit onderzoek.

Kwaliteitsoordeel (po, (v)so, vo, mbo)

Tijdens een steekproef kwaliteitsonderzoek beoordeelt de inspectie scholen volgens het voor die sector geldende onderzoekskader (zie https://www.onderwijsinspectie.nl/onderwerpen/toezicht-2017/onderzoekskaders). Het onderzoekskader bestaat uit de standaarden onderwijsproces (OP), veiligheid en schoolklimaat (VS), onderwijsresultaten (OR) en sturen, kwaliteitszorg en ambitie (SKA). Na beoordeling van deze standaarden komen we tot een eindoordeel. Het eindoordeel kan Voldoende, Onvoldoende of Zeer Zwak zijn.

Resultaten

Tussentijdse uitstroom uit het regulier onderwijs

In Tabel 3 en Tabel 4 staat het aantal en het percentage leerlingen dat per schooljaar tussentijds uitstroomt van het bo of vo naar het (v)so.

Tabel 3: Aantal en percentage leerlingen dat per jaar vanuit het bo uitstroomt naar het so (2021-2022 t/m 2023-2024)
 n   % 
 2021 
   Geen uitstroom naar so  1.180.879  99,70 
   Uitstroom naar so  3.524  0,30 
   Totaal  1.184.403  100,00 
 2022 
   Geen uitstroom naar so  1.176.884  99,68 
   Uitstroom naar so  3.755  0,32 
   Totaal  1.180.639  100,00 
 2023 
   Geen uitstroom naar so  1.173.773  99,67 
   Uitstroom naar so  3.841  0,33 
   Totaal  1.177.614  100,00 
 Totaal 
   Geen uitstroom naar so  3.531.536  99,69 
   Uitstroom naar so  11.120  0,31 
   Totaal  3.542.656  100,00 
Tabel 4: Aantal en percentage leerlingen dat per jaar vanuit het vo uitstroomt naar het vso (2021-2022 t/m 2023-2024)
 n   % 
 2021 
   Geen uitstroom naar vso  705.086  99,56 
   Uitstroom naar vso  3.084  0,44 
   Totaal  708.170  100,00 
 2022 
   Geen uitstroom naar vso  710.261  99,54 
   Uitstroom naar vso  3.274  0,46 
   Totaal  713.535  100,00 
 2023 
   Geen uitstroom naar vso  704.063  99,58 
   Uitstroom naar vso  3.003  0,42 
   Totaal  707.066  100,00 
 Totaal 
   Geen uitstroom naar vso  2.119.410  99,56 
   Uitstroom naar vso  9.361  0,44 
   Totaal  2.128.771  100,00 

Leerlingen zijn gemiddeld 6,8 (po) en 13,7 (vo) jaar als ze vanuit het regulier onderwijs naar een (v)so-school uitstromen (zie Tabel 5, Tabel 6). De meerderheid van de naar het vso uitstromende leerlingen wordt aan het begin van de middelbare school (leerjaar 1 of 2) verwezen (zie Tabel 7).

Tabel 5: Gemiddelde leeftijd van de bo-leerlingen die uitstromen naar het so (2021-2022 t/m 2023-2024)
 Totaal 
 Gem.   SD   Min.   Max.   n 
 2021  6,8  2,0  4,0  12,0  3.524 
 2022  6,8  2,0  4,0  12,0  3.755 
 2023  6,8  2,0  4,0  13,0  3.841 
Tabel 6: Gemiddelde leeftijd van de vo-leerlingen die uitstromen naar het vso (2021-2022 t/m 2023-2024)
 Totaal 
 Gem.   SD   Min.   Max.   n 
 2021  13,7  1,3  10,0  18,0  3.084 
 2022  13,7  1,3  10,0  18,0  3.274 
 2023  13,7  1,2  10,0  18,0  3.003 
Tabel 7: Onderwijssoort die de leerlingen volgen voordat ze (tussentijds) uitstromen naar het (v)so (2021-2022 t/m 2023-2024)
 n   % 
 2021 
   Bo  3.524  53,3 
   Brug  1.951  29,5 
   Vmbob  192  2,9 
   Vmbok  208  3,1 
   Vmbogt  309  4,7 
   Havo  279  4,2 
   Vwo  145  2,2 
   Totaal  6.608  100,0 
 2022 
   Bo  3.755  53,4 
   Brug  2.121  30,2 
   Vmbob  222  3,2 
   Vmbok  221  3,1 
   Vmbogt  324  4,6 
   Havo  226  3,2 
   Vwo  160  2,3 
   Totaal  7.029  100,0 
 2023 
   Bo  3.841  56,1 
   Brug  2.093  30,6 
   Vmbob  154  2,3 
   Vmbok  171  2,5 
   Vmbogt  248  3,6 
   Havo  208  3,0 
   Vwo  129  1,9 
   Totaal  6.844  100,0 
 Totaal 
   Bo  11.120  54,3 
   Brug  6.165  30,1 
   Vmbob  568  2,8 
   Vmbok  600  2,9 
   Vmbogt  881  4,3 
   Havo  713  3,5 
   Vwo  434  2,1 
   Totaal  20.481  100,0 

In Figuur 1 en Figuur 2 staan de verschillen tussen samenwerkingsverbanden in de tussentijdse uitstroom uit het regulier onderwijs. Gemiddeld werd in 2023-2024 per samenwerkingsverband een heel klein deel van de leerlingen verwezen naar het (v)so (vanuit bo: 0,3%; vanuit vo: 0,4%) . In sommige samenwerkingsverbanden stroomde minder dan 0,1% van de leerlingen uit terwijl in andere samenwerkingsverbanden dit percentage 0,7 (bo) of 0,8 (vo) is.

Tabel 8: Gemiddeld percentage leerlingen dat per po of vo samenwerkingsverband (tussentijds) uitstroomt naar het (v)so (driejaarsgemiddelde over 2021-2022 t/m 2023-2024)
 Totaal 
 Gem.   SD   Min.   Max.   n 
 Po  0,31  0,12  0,06  0,72  76 
 Vo  0,44  0,15  0,11  0,76  75 
 Totaal  0,38  0,15  0,06  0,76  151 
Tabel 9: Gemiddeld aantal leerlingen dat per po of vo samenwerkingsverband (tussentijds) uitstroomt naar het (v)so (driejaarsgemiddelde over 2021-2022 t/m 2023-2024)
 Totaal 
 Gem.   SD   Min.   Max.   n 
 Po  49  34  177  76 
 Vo  42  30  181  75 
 Totaal  45  32  181  151 
Figuur 1: Gemiddeld percentage leerlingen dat per po samenwerkingsverband uitstroomt naar het so (driejaarsgemiddelde over 2021-2022 t/m 2023-2024)
Figuur 2: Gemiddeld percentage leerlingen dat per vo samenwerkingsverband uitstroomt naar het vso (driejaarsgemiddelde over 2021-2022 t/m 2023-2024)

Voor leerlingen die het onderwijs kortdurend niet (volledig) op een reguliere school kunnen volgen heeft een deel van de samenwerkingsverbanden minstens 1 orthopedagogisch didactisch centrum (opdc) geregistreerd (po: 5; vo: 35). We hebben met lineaire regressieanalyses hebben we getoetst of er verschillen zijn in het uitstroompercentage naar het (v)so tussen samenwerkingsverbanden met en zonder een opdc (zie Tabel 10 en Tabel 11). In samenwerkingsverbanden met een opdc stromen gemiddeld net zoveel leerlingen uit naar het (v)so als in samenwerkingsverbanden zonder een opdc.

Tabel 10: Percentage leerlingen dat van het bo of vo uitstroomt naar het (v)so (driejaarsgemiddelde over 2021-2022 t/m 2023-2024), uitgesplitst naar de aanwezigheid van een orthopedagogisch didactisch centrum binnen het samenwerkingsverband
 Totaal 
 Gem.   SD   Min.   Max.   n 
 Opdc  0,43  0,16  0,11  0,75  40 
 Geen opdc  0,36  0,15  0,06  0,76  111 
 Totaal  0,38  0,15  0,06  0,76  151 
Tabel 11: Samenhang tussen het percentage leerlingen dat van het bo of vo uitstroomt naar het (v)so (driejaarsgemiddelde over 2021-2022 t/m 2023-2024) en de aanwezigheid van een orthopedagogisch didactisch centrum binnen het samenwerkingsverband
Model 1 Model 2 Model 3 Model 4
Intercept 0,360 *** 0,313 *** 0,313 *** 0,317 ***
(0,014) (0,016) (0,016) (0,016)
Opdc 0,069 * 0,001 -0,066
(0,027) (0,028) (0,063)
Vo 0,132 *** 0,131 *** 0,119 ***
(0,022) (0,025) (0,027)
Opdc x vo 0,084
(0,070)
N 151 151 151 151
R squared 0,041 0,193 0,193 0,201
Loglikelihood 75,133 88,157 88,157 88,885
AIC -144,267 -170,313 -168,315 -167,770
*** p < 0,001; ** p < 0,01; * p < 0,05.

Daarnaast hebben we met lineaire regressieanalyses onderzocht of er verschillen zijn in het uitstroompercentage naar het (v)so tussen scholen die bij een steekproefkwaliteitsonderzoek een kwaliteitsoordeel voldoende hebben gekregen en scholen waar dit niet voor geldt (zie Tabel 12 en Tabel 13). Er zijn geen verschillen in het gemiddeld uitstroompercentage naar het (v)so tussen scholen die als voldoende zijn beoordeeld en scholenden die als onvoldoende zijn beoordeeld.

Tabel 12: Percentage leerlingen dat van het bo uitstroomt naar het so (driejaarsgemiddelde over 2021-2022 t/m 2023-2024), uitgesplitst naar kwaliteitsoordeel van de inspectie over de school
 Totaal 
 Gem.   SD   Min.   Max.   n 
 Voldoende  0,4  0,5  0,0  2,9  318 
 Onvoldoende  0,4  0,5  0,0  3,7  58 
 Totaal  0,4  0,5  0,0  3,7  376 
Tabel 13: Samenhang tussen het percentage leerlingen dat van het bo uitstroomt naar het so (driejaarsgemiddelde over 2021-2022 t/m 2023-2024) en het kwaliteitsoordeel van de inspectie over de school
Model
Intercept 0,408 ***
(0,027)
Onvoldoende oordeel -0,006
(0,068)
N 376
R squared 0,000
Loglikelihood -255,647
AIC 517,294
*** p < 0,001; ** p < 0,01; * p < 0,05.

Vragenlijst uitstroomgegevens (voortgezet) speciaal onderwijs

Leerlingen wonen soms tijdelijk niet thuis, omdat ze bijvoorbeeld uit huis geplaatst zijn of intensieve behandeling nodig hebben. Soms gaan leerlingen dan naar een school die verbonden is aan de instelling waar zij wonen: een zogenoemde residentiële school. Er zijn 5 soorten residentiële plaatsing: in een justitiële jeugdinrichting (jji) (vso: 6), in een gesloten jeugdzorginstelling (gji) (so: 1; vso 15), in integrale (open) jeugdhulpverlening (ijh) (so: 37; vso: 55), in het kader van gehandicaptenzorg (so: 6; vso: 6) en in het kader van jeugdgezondheidszorg (so: 16; vso: 13).

In Tabel 14 staat het gemiddeld aantal leerlingen dat op een residentiële plaats zit op een niet-residentiële school en op een residentiële school. En in Tabel 15 staat de gemiddelde tijd dat deze leerlingen op een residentiële plaats op een school zitten. De meeste leerlingen (so: 90%; vso: 77%) zitten er gemiddeld langer dan 6 maanden. Bij ongeveer de helft van de scholen volgen leerlingen gemiddeld langer dan 1 jaar onderwijs

Tabel 14: Gemiddeld aantal ingeschreven residentiële leerlingen op een school, uitgesplitst naar onderwijssoort
 So     Vso 
 Gem.   SD   Min.   Max.   n     Gem.   SD   Min.   Max.   n 
 Geen residentiële onderwijskundige eenheid  25,3  27,3  1,0  139,0  32    41,1  57,8  1,0  317,0  41 
 Residentiële onderwijskundige eenheid  70,5  31,2  9,0  109,0  10    101,9  86,6  15,0  288,0  19 
Tabel 15: Gemiddeld aantal maanden dat residentiële leerlingen verblijven op een school, uitgesplitst naar onderwijssoort
 So     Vso 
 %   n     %   n 
 0 tot 2 maanden  4,8    1,7 
 2 tot 4 maanden  2,4    1,7 
 4 tot 6 maanden  2,4    20,0  12 
 6 tot 12 maanden  40,5  17    28,3  17 
 12 tot 24 maanden  28,6  12    30,0  18 
 24 maanden of langer  21,4    18,3  11 
 Totaal  42    60 

In Tabel 16 en (tbl_res_5?) staat welke verschillende uitstroomprofielen leerlingen op op scholen met residentiële plaatsen hebben volgens hun ontwikkelingsperspectief. Voor de meerderheid van de vso-scholen geldt dat ze leerlingen hebben waarvan het beoogde uitstroomniveau mbo is. Bij ruim 1 op de 3 zijn er leerlingen die kunnen doorstromen naar het ho.

Tabel 16: Beoogde uitstroomniveaus (in opp) van residentiële leerlingen op een school (so)
 Totaal 
 %   n 
 Vso dagbesteding - belevingsgericht  9,5 
 Vso dagbesteding - activerend  16,7 
 Vso dagbesteding - arbeidsgericht  33,3  14 
 Vso arbeidsmarktgericht/praktijkgericht onderwijs  45,2  19 
 Vso vervolgonderwijs - vmbo-b  45,2  19 
 Vso vervolgonderwijs - vmbo-k  38,1  16 
 Vso vervolgonderwijs - vmbo-g  19,0 
 Vso vervolgonderwijs - vmbo-t  31,0  13 
 Vso vervolgonderwijs - havo  19,0 
 Vso vervolgonderwijs - vwo  11,9 
 Vso vervolgonderwijs - vmbo-b/k  35,7  15 
 Vso vervolgonderwijs - vmbo-g/t  23,8  10 
 Vso vervolgonderwijs - vmbo-t/havo  16,7 
 Vso vervolgonderwijs - havo/vwo  16,7 
 Regulier vervolgonderwijs - praktijkonderwijs (pro)  23,8  10 
 Regulier vervolgonderwijs - vmbo-b  26,2  11 
 Regulier vervolgonderwijs - vmbo-k  28,6  12 
 Regulier vervolgonderwijs - vmbo-g  11,9 
 Regulier vervolgonderwijs - vmbo-t  28,6  12 
 Regulier vervolgonderwijs - havo  14,3 
 Regulier vervolgonderwijs - vwo  11,9 
 Regulier vervolgonderwijs - pro/vmbo-b  9,5 
 Regulier vervolgonderwijs - vmbo-b/k  9,5 
 Regulier vervolgonderwijs - vmbo-g/t  11,9 
 Regulier vervolgonderwijs - vmbo-t/havo  11,9 
 Regulier vervolgonderwijs - havo/vwo  11,9 
 Onbekend  33,3  14 
Tabel 17: Beoogde uitstroomniveaus (in opp) van residentiële leerlingen op een school (vso)
 Totaal 
 %   n 
 Dagbesteding - belevingsgericht  11,7 
 Dagbesteding - activerend  28,3  17 
 Dagbesteding - arbeidsgericht  53,3  32 
 Beschut werk/beschermde werkomgeving  58,3  35 
 Arbeidstrainingscentrum (atc) welke niet verbonden is aan een mbo  16,7  10 
 Reguliere arbeidsplaats   65,0  39 
 Middelbaar beroepsonderwijs niveau 1 (entreeopleiding; bol/bbl)  68,3  41 
 Middelbaar beroepsonderwijs niveau 2 (mbo bol/bbl)  58,3  35 
 Middelbaar beroepsonderwijs niveau 3 (mbo bol/bbl)  50,0  30 
 Middelbaar beroepsonderwijs niveau 4 (mbo bol/bbl)  60,0  36 
 Hoger beroepsonderwijs (hbo)   28,3  17 
 Universiteit  10,0 
 Onbekend  16,7  10 

In Tabel 18 en (tbl_res_11?) staat welke verschillende uitstroomprofielen scholen met residentiële plaatsen aanbieden.

Tabel 18: Aangeboden soorten uitstroomniveaus op een school met residentiële leerlingen (so)
 Totaal 
 %   n 
 Dagbesteding  35,7  15 
 Arbeid  81,0  34 
 Vmbo  92,9  39 
 Havo/vwo  76,2  32 
Tabel 19: Aangeboden soorten uitstroomniveaus op een school residentiële leerlingen (vso)
 Totaal 
 %   n 
 Dagbesteding  55,0  33 
 Arbeid  81,7  49 
 Middelbaar beroepsonderwijs - entree  78,3  47 
 Middelbaar beroepsonderwijs - niveau 2/3/4  78,3  47 
 Hoger onderwijs  35,0  21 

Vragenlijsten ten behoeve van de Staat van het Onderwijs 2026

Onderstaande tabellen geven de resultaten weer van de vragenlijsten uitgezet onder scholen en samenwerkingsverbanden in het funderend onderwijs en studenten in het mbo en ho die betrekking hebben op passend onderwijs.

Omdat de mbo en ho studenten die de vragelijsten invulden niet representatief waren voor de gehele studentenpopulatie wat betreft geslacht en migratieachtergrond hebben we de resultaten van de studenten-vragenlijsten gewogen voor deze kenmerken. De tabellen over de studenten-vragenlijsten geven gewogen percentages (w) en ongewogen aantallen weer.

Vragenlijsten uitgezet onder schoolleiders

Tabel 20: Hebben er in het afgelopen schooljaar (2024/2025) leerlingen van uw school deels onderwijs gevolgd op een andere school (symbiose)?
 n   % 
 Bo 
   Nee  131  86,8 
   Ja, op een school voor basisonderwijs (bao):  10  6,6 
   Ja, op een school voor speciaal basisonderwijs (sbo):  4,6 
   Ja, op een school voor speciaal onderwijs (so):  2,6 
   Ja, op een school voor voortgezet speciaal onderwijs (vso):  0,0 
   Ja, op een school voor praktijkonderwijs (pro):  0,0 
   Ja, op een school voor voortgezet onderwijs (vo):  0,0 
   Totaal  151  100,0 
 Vmbo 
   Nee  79  59,4 
   Ja, op een school voor voortgezet onderwijs (vo):  44  33,1 
   Ja, op een school voor praktijkonderwijs (pro):  13  9,8 
   Ja, op een school voor voortgezet speciaal onderwijs (vso):  11  8,3 
   Ja, op een school voor speciaal onderwijs (so):  0,0 
   Ja, op een school voor speciaal basisonderwijs (sbo):  0,0 
   Ja, op een school voor basisonderwijs (bao):  0,0 
   Totaal  133  100,0 
 Havo/vwo 
   Nee  66  67,3 
   Ja, op een school voor voortgezet onderwijs (vo):  23  23,5 
   Ja, op een school voor voortgezet speciaal onderwijs (vso):  11  11,2 
   Ja, op een school voor speciaal onderwijs (so):  0,0 
   Ja, op een school voor speciaal basisonderwijs (sbo):  0,0 
   Ja, op een school voor praktijkonderwijs (pro):  0,0 
   Ja, op een school voor basisonderwijs (bao):  0,0 
   Totaal  98  100,0 
 So 
   Nee  62  66,7 
   Ja, op een school voor basisonderwijs (bao):  25  26,9 
   Ja, op een school voor speciaal basisonderwijs (sbo):  5,4 
   Ja, op een school voor speciaal onderwijs (so):  1,1 
   Ja, op een school voor voortgezet speciaal onderwijs (vso):  0,0 
   Ja, op een school voor praktijkonderwijs (pro):  0,0 
   Ja, op een school voor voortgezet onderwijs (vo):  0,0 
   Totaal  93  100,0 
 Vso 
   Nee  46  57,5 
   Ja, op een school voor voortgezet onderwijs (vo):  23  28,8 
   Ja, op een school voor praktijkonderwijs (pro):  16  20,0 
   Ja, op een school voor voortgezet speciaal onderwijs (vso):  8,8 
   Ja, op een school voor speciaal onderwijs (so):  0,0 
   Ja, op een school voor speciaal basisonderwijs (sbo):  0,0 
   Ja, op een school voor basisonderwijs (bao):  0,0 
   Totaal  80  100,0 

Vragenlijst uitgezet onder samenwerkingsverbanden

Tabel 21: Kent uw samenwerkingsverband DUO-geregistreerde OPDC(’s) en/of andere bovenschoolse voorziening(en)?
 n   % 
 PO 
   Nee, geen van beide  32  65,3 
   Ja, bovenschoolse voorziening(en) anders dan DUO-geregistreerde OPDC('s)  15  30,6 
   Ja, DUO-geregistreerde OPDC('s)  8,2 
   Totaal  49  100,0 
 VO 
   Ja, bovenschoolse voorziening(en) anders dan DUO-geregistreerde OPDC('s)  20  38,5 
   Ja, DUO-geregistreerde OPDC('s)  18  34,6 
   Nee, geen van beide  16  30,8 
   Totaal  52  100,0 
 Totaal 
   Nee, geen van beide  48  47,5 
   Ja, bovenschoolse voorziening(en) anders dan DUO-geregistreerde OPDC('s)  35  34,7 
   Ja, DUO-geregistreerde OPDC('s)  22  21,8 
   Totaal  101  100,0 

Onderstaande 3 vragen over DUO-geregistreerde OPDC’s zijn alleen gesteld aan de samenwerkingsverbanden die aangaven een DUO-geregistreerd OPDC te kennen.

Tabel 22: Welk(e) doel(en) heeft het tijdelijk plaatsen van leerlingen op de DUO-geregistreerde OPDC(’s)?
 n   % 
 PO 
   Thuiszitters voorbereiden op en terugleiden naar onderwijs  75,0 
   Het voorkomen van thuiszitten  75,0 
   Opvangen van handelingsverlegenheid van de school van inschrijving  75,0 
   Het bieden van begeleiding op scholen om in staat te zijn de leerling terug te ontvangen  75,0 
   Reboundvoorziening/time-out om vastgelopen patronen in gedrag binnen de bekende schoolomgeving te doorbreken  50,0 
   Het voorkomen van voortijdig schoolverlaten  25,0 
   Observatie t.b.v. ondersteuningsadvies aan school van inschrijving  25,0 
   Observatie t.b.v. doorstroom naar andere school (regulier dan wel gespecialiseerd)  25,0 
   Opvangen van tekort aan plaatsen in gespecialiseerd onderwijs  25,0 
   Anders, namelijk  25,0 
   Totaal  100,0 
 VO 
   Thuiszitters voorbereiden op en terugleiden naar onderwijs  13  72,2 
   Het voorkomen van voortijdig schoolverlaten  13  72,2 
   Reboundvoorziening/time-out om vastgelopen patronen in gedrag binnen de bekende schoolomgeving te doorbreken  13  72,2 
   Het voorkomen van thuiszitten  12  66,7 
   Observatie t.b.v. doorstroom naar andere school (regulier dan wel gespecialiseerd)  12  66,7 
   Observatie t.b.v. ondersteuningsadvies aan school van inschrijving  11  61,1 
   Het bieden van begeleiding op scholen om in staat te zijn de leerling terug te ontvangen  10  55,6 
   Opvangen van handelingsverlegenheid van de school van inschrijving  27,8 
   Opvangen van tekort aan plaatsen in gespecialiseerd onderwijs  16,7 
   Anders, namelijk  5,6 
   Totaal  18  100,0 
 Totaal 
   Thuiszitters voorbereiden op en terugleiden naar onderwijs  16  72,7 
   Het voorkomen van thuiszitten  15  68,2 
   Reboundvoorziening/time-out om vastgelopen patronen in gedrag binnen de bekende schoolomgeving te doorbreken  15  68,2 
   Het voorkomen van voortijdig schoolverlaten  14  63,6 
   Observatie t.b.v. doorstroom naar andere school (regulier dan wel gespecialiseerd)  13  59,1 
   Het bieden van begeleiding op scholen om in staat te zijn de leerling terug te ontvangen  13  59,1 
   Observatie t.b.v. ondersteuningsadvies aan school van inschrijving  12  54,5 
   Opvangen van handelingsverlegenheid van de school van inschrijving  36,4 
   Opvangen van tekort aan plaatsen in gespecialiseerd onderwijs  18,2 
   Anders, namelijk  9,1 
   Totaal  22  100,0 
Tabel 23: Hoe tevreden bent u over de mate waarin de (bij DUO-geregistreerde) OPDC(’s) deze doelen bereikt hebben/heeft in schooljaar 2024-2025?
 Ontevreden     Enigszins ontevreden     Neutraal     Enigszins tevreden     Tevreden     Totaal 
 n   %     n   %     n   %     n   %     n   %     n   % 
 PO 
   Thuiszitters voorbereiden op en terugleiden naar onderwijs  0,0    0,0    0,0    0,0    100,0    100,0 
   Het voorkomen van thuiszitten  0,0    0,0    0,0    33,3    66,7    100,0 
   Het voorkomen van voortijdig schoolverlaten  0,0    0,0    0,0    0,0    100,0    100,0 
   Observatie t.b.v. ondersteuningsadvies aan school van inschrijving  0,0    0,0    0,0    0,0    100,0    100,0 
   Observatie t.b.v. doorstroom naar andere school (regulier dan wel gespecialiseerd)  0,0    0,0    0,0    100,0    0,0    100,0 
   Reboundvoorziening/time-out om vastgelopen patronen in gedrag binnen de bekende schoolomgeving te doorbreken  0,0    0,0    0,0    0,0    100,0    100,0 
   Opvangen van tekort aan plaatsen in gespecialiseerd onderwijs  0,0    0,0    100,0    0,0    0,0    100,0 
   Opvangen van handelingsverlegenheid van de school van inschrijving  0,0    0,0    33,3    0,0    66,7    100,0 
   Het bieden van begeleiding op scholen om in staat te zijn de leerling terug te ontvangen  0,0    0,0    0,0    33,3    66,7    100,0 
 VO 
   Thuiszitters voorbereiden op en terugleiden naar onderwijs  0,0    0,0    15,4    23,1    61,5    13  100,0 
   Het voorkomen van thuiszitten  0,0    8,3    33,3    33,3    25,0    12  100,0 
   Het voorkomen van voortijdig schoolverlaten  0,0    7,7    15,4    53,8    23,1    13  100,0 
   Observatie t.b.v. ondersteuningsadvies aan school van inschrijving  0,0    0,0    18,2    45,5    36,4    11  100,0 
   Observatie t.b.v. doorstroom naar andere school (regulier dan wel gespecialiseerd)  0,0    0,0    25,0    25,0    50,0    12  100,0 
   Reboundvoorziening/time-out om vastgelopen patronen in gedrag binnen de bekende schoolomgeving te doorbreken  0,0    7,7    7,7    38,5    46,2    13  100,0 
   Opvangen van tekort aan plaatsen in gespecialiseerd onderwijs  0,0    33,3    0,0    33,3    33,3    100,0 
   Opvangen van handelingsverlegenheid van de school van inschrijving  0,0    0,0    20,0    20,0    60,0    100,0 
   Het bieden van begeleiding op scholen om in staat te zijn de leerling terug te ontvangen  0,0    10,0    20,0    40,0    30,0    10  100,0 
 Totaal  
   Thuiszitters voorbereiden op en terugleiden naar onderwijs  0,0    0,0    12,5    18,8    11  68,8    16  100,0 
   Het voorkomen van thuiszitten  0,0    6,7    26,7    33,3    33,3    15  100,0 
   Het voorkomen van voortijdig schoolverlaten  0,0    7,1    14,3    50,0    28,6    14  100,0 
   Observatie t.b.v. ondersteuningsadvies aan school van inschrijving  0,0    0,0    16,7    41,7    41,7    12  100,0 
   Observatie t.b.v. doorstroom naar andere school (regulier dan wel gespecialiseerd)  0,0    0,0    23,1    30,8    46,2    13  100,0 
   Reboundvoorziening/time-out om vastgelopen patronen in gedrag binnen de bekende schoolomgeving te doorbreken  0,0    6,7    6,7    33,3    53,3    15  100,0 
   Opvangen van tekort aan plaatsen in gespecialiseerd onderwijs  0,0    25,0    25,0    25,0    25,0    100,0 
   Opvangen van handelingsverlegenheid van de school van inschrijving  0,0    0,0    25,0    12,5    62,5    100,0 
   Het bieden van begeleiding op scholen om in staat te zijn de leerling terug te ontvangen  0,0    7,7    15,4    38,5    38,5    13  100,0 
Tabel 24: Hoeveel leerlingen (in totaal) maakten in het afgelopen schooljaar gebruik van de DUO-geregistreerde OPDC(’s)?
 Totaal 
 Gem.   SD   Min.   Max.   n 
 PO  23,5  14,7  12,0  45,0 
 VO  66,7  60,2  5,0  259,0  18 
 Totaal  58,9  57,0  5,0  259,0  22 
Tabel 25: Zijn er in de afgelopen twee schooljaren (2023-2024 en 2024-2025), leerlingen binnen uw samenwerkingsverband uitgestroomd naar een (v)so-school verbonden aan een instelling voor residentiële jeugdhulp?
 n   % 
 PO 
   Ja  19  38,8 
   Nee  13  26,5 
   Weet ik niet (zeker)  17  34,7 
   Totaal  49  100,0 
 VO 
   Ja  36  69,2 
   Nee  5,8 
   Weet ik niet (zeker)  13  25,0 
   Totaal  52  100,0 
 Totaal 
   Ja  55  54,5 
   Nee  16  15,8 
   Weet ik niet (zeker)  30  29,7 
   Totaal  101  100,0 

Onderstaande vraag is alleen gesteld aan de samenwerkingsverbanden die aangaven dat er in de afgelopen twee schooljaren leerlingen zijn uitgestroomd naar een (v)so-school verbonden aan een instelling voor residentiële jeugdhulp.

Tabel 26: Heeft de (v)so-school verbonden aan de residentiële instelling aan de voorkant afspraken gemaakt met uw samenwerkingsverband over de terugkeer van de leerling(en)?
 n   % 
 PO 
   Ja, voor alle leerlingen  31,6 
   Vaak, maar niet bij alle leerlingen is dit gebeurd  5,3 
   Soms, bij de meeste leerlingen is dit niet gebeurd  36,8 
   Nee, dit is niet gebeurd  26,3 
   Anders, namelijk...  0,0 
   Totaal  19  100,0 
 VO 
   Ja, voor alle leerlingen  5,6 
   Vaak, maar niet bij alle leerlingen is dit gebeurd  19,4 
   Soms, bij de meeste leerlingen is dit niet gebeurd  16,7 
   Nee, dit is niet gebeurd  11  30,6 
   Anders, namelijk...  10  27,8 
   Totaal  36  100,0 
 Totaal 
   Ja, voor alle leerlingen  14,5 
   Vaak, maar niet bij alle leerlingen is dit gebeurd  14,5 
   Soms, bij de meeste leerlingen is dit niet gebeurd  13  23,6 
   Nee, dit is niet gebeurd  16  29,1 
   Anders, namelijk...  10  18,2 
   Totaal  55  100,0 
Tabel 27: Zijn er in de afgelopen twee schooljaren (2023-2024 en 2024-2025), leerlingen teruggekeerd naar of ingestroomd in uw samenwerkingsverband vanuit een (v)so-school verbonden aan een instelling voor residentiële jeugdhulp?
 n   % 
 PO 
   Ja  15  30,6 
   Nee  16  32,7 
   Weet ik niet (zeker)  18  36,7 
   Totaal  49  100,0 
 VO 
   Ja  36  69,2 
   Nee  5,8 
   Weet ik niet (zeker)  13  25,0 
   Totaal  52  100,0 
 Totaal 
   Ja  51  50,5 
   Nee  19  18,8 
   Weet ik niet (zeker)  31  30,7 
   Totaal  101  100,0 

Onderstaande vraag is alleen gesteld aan de samenwerkingsverbanden die aangaven dat er in de afgelopen twee schooljaren leerlingen zijn teruggekeerd naar of ingestroomd in hun samenwerkingsverband vanuit een (v)so-school verbonden aan een instelling voor residentiële jeugdhulp.

Tabel 28: Op welk moment is/wordt uw samenwerkingsverband betrokken bij leerlingen die (naar) uw samenwerkingsverband terugkeren of instromen vanuit een vso-school verbonden aan een residentiële instelling?
 n   % 
 PO 
   Anders, namelijk   15  41,7 
   Nadat de leerling(en) verhuisd is/zijn  22,2 
   We zijn/worden zelden betrokken  22,2 
   Op het moment dat de leerling(en) thuis is/zijn komen te zitten  13,9 
   Voordat de leerling(en) naar de regio van ons samenwerkingsverband verhuisde(n)  11 
   We zijn/worden nooit betrokken  8,3 
   Totaal  36  100,0 
 VO 
   Voordat de leerling(en) naar de regio van ons samenwerkingsverband verhuisde(n)  22  45 
   Nadat de leerling(en) verhuisd is/zijn  22  44,9 
   We zijn/worden zelden betrokken  14  28,6 
   Op het moment dat de leerling(en) thuis is/zijn komen te zitten  13  26,5 
   Anders, namelijk   11  22,4 
   We zijn/worden nooit betrokken  2,0 
   Totaal  49  100,0 
 Totaal 
   Nadat de leerling(en) verhuisd is/zijn  30  35,3 
   Voordat de leerling(en) naar de regio van ons samenwerkingsverband verhuisde(n)  26  31 
   Anders, namelijk   26  30,6 
   We zijn/worden zelden betrokken  22  25,9 
   Op het moment dat de leerling(en) thuis is/zijn komen te zitten  18  21,2 
   We zijn/worden nooit betrokken  4,7 
   Totaal  85  100,0 

Vragenlijst uitgezet onder mbo en ho studenten

Tabel 29: Studeer je onder bijzondere omstandigheden (mbo)?
 n   % (w) 
 BBL 
   Ja  21  17,0 
   Nee  91  78,6 
   Dat zeg ik liever niet  4,4 
   Totaal  117  100,0 
 Niveau 2 BOL 
   Ja  28  17,6 
   Nee  119  72,5 
   Dat zeg ik liever niet  15  9,9 
   Totaal  162  100,0 
 Niveau 3 BOL 
   Ja  25  23,0 
   Nee  70  62,6 
   Dat zeg ik liever niet  11  14,4 
   Totaal  106  100,0 
 Niveau 4 BOL 
   Ja  95  23,1 
   Nee  283  71,6 
   Dat zeg ik liever niet  19  5,3 
   Totaal  397  100,0 
Tabel 30: Studeer je onder bijzondere omstandigheden (ho)?
 n   % (w) 
 Hbo bachelor 
   Ja  100  25,9 
   Nee  285  71,7 
   Dat zeg ik liever niet  10  2,4 
   Totaal  395  100,0 
 Wo bachelor 
   Ja  51  19,2 
   Nee  202  78,3 
   Dat zeg ik liever niet  2,5 
   Totaal  259  100,0 
 Wo master 
   Ja  23  19,0 
   Nee  97  80,2 
   Dat zeg ik liever niet  0,8 
   Totaal  121  100,0 

Onderstaande 4 vragen zijn alleen gesteld aan de studenten die aangaven onder bijzondere omstandigheden te studeren.

Tabel 31: Kan je door deze bijzondere omstandigheden minder goed online onderwijs volgen (mbo)
 n   % (w) 
 BBL 
   Ja  21,3 
   Nee  16  78,7 
   Totaal  21  100,0 
 Niveau 2 BOL 
   Ja  25,8 
   Nee  20  74,2 
   Totaal  28  100,0 
 Niveau 3 BOL 
   Ja  32,7 
   Nee  17  67,3 
   Totaal  25  100,0 
 Niveau 4 BOL 
   Ja  26  29,1 
   Nee  69  70,9 
   Totaal  95  100,0 
Tabel 32: Kan je door deze bijzondere omstandigheden minder goed online onderwijs volgen (ho)?
 n   % (w) 
 Hbo bachelor 
   Ja  25  25,0 
   Nee  75  75,0 
   Totaal  100  100,0 
 Wo bachelor 
   Ja  16  32,2 
   Nee  35  67,8 
   Totaal  51  100,0 
 Wo master 
   Ja  21,7 
   Nee  18  78,3 
   Totaal  23  100,0 
Tabel 33: Heb jij behoefte aan extra hulpmiddelen om online onderwijs te kunnen volgen (bijvoorbeeld: software met meeleescursor, vergrotingssoftware, spraak- en voorleessoftware) (mbo)?
 n   % (w) 
 BBL 
   Ja  23,5 
   Nee  16  76,5 
   Totaal  21  100,0 
 Niveau 2 BOL 
   Ja  10  33,5 
   Nee  18  66,5 
   Totaal  28  100,0 
 Niveau 3 BOL 
   Ja  28,5 
   Nee  18  71,5 
   Totaal  25  100,0 
 Niveau 4 BOL 
   Ja  19  17,7 
   Nee  76  82,3 
   Totaal  95  100,0 
Tabel 34: Heb jij behoefte aan extra hulpmiddelen om online onderwijs te kunnen volgen? (bijvoorbeeld: software met meeleescursor, vergrotingssoftware, spraak- en voorleessoftware) (ho)?
 n   % (w) 
 Hbo bachelor 
   Ja  15  13,8 
   Nee  85  86,2 
   Totaal  100  100,0 
 Wo bachelor 
   Ja  14,9 
   Nee  44  85,1 
   Totaal  51  100,0 
 Wo master 
   Ja  0,0 
   Nee  23  100,0 
   Totaal  23  100,0 

Onderstaande 2 vragen zijn alleen gesteld aan de studenten die aangaven extra hulpmiddelen voor online onderwijs te krijgen.

Tabel 35: Op welke wijze krijg je deze hulpmiddelen voor online onderwijs (mbo)?
 n   % (w) 
 BBL 
   Ik krijg geen hulpmiddelen  32,4 
   Van mijn opleiding  41,9 
   Van mijn ouders  25,7 
   Anders, namelijk...  25,7 
   Ik heb ze zelf gekocht  0,0 
   Van het UWV  0,0 
   Van ziekenhuis  0,0 
   Totaal  100,0 
 Niveau 2 BOL 
   Van mijn opleiding  46,4 
   Ik krijg geen hulpmiddelen  38,6 
   Van mijn ouders  37,9 
   Ik heb ze zelf gekocht  0,0 
   Van het UWV  0,0 
   Van ziekenhuis  0,0 
   Anders, namelijk...  0,0 
   Totaal  10  100,0 
 Niveau 3 BOL 
   Van mijn opleiding  36,0 
   Van mijn ouders  36,0 
   Ik krijg geen hulpmiddelen  24,0 
   Anders, namelijk...  28,0 
   Ik heb ze zelf gekocht  0,0 
   Van het UWV  0,0 
   Van ziekenhuis  0,0 
   Totaal  100,0 
 Niveau 4 BOL 
   Van mijn opleiding  39,5 
   Ik krijg geen hulpmiddelen  32,0 
   Ik heb ze zelf gekocht  11,1 
   Van mijn ouders  14,5 
   Van het UWV  4,4 
   Anders, namelijk...  7,4 
   Van ziekenhuis  0,0 
   Totaal  19  100,0 
Tabel 36: Op welke wijze krijg je deze hulpmiddelen voor online onderwijs (ho)?
 n   % (w) 
 Hbo bachelor 
   Ik krijg geen hulpmiddelen  38,4 
   Van mijn opleiding  32,2 
   Ik heb ze zelf aangeschaft  30,2 
   Anders, namelijk..  26,6 
   Van mijn ouders  6,0 
   Van het UWV  0,0 
   Van het ziekenhuis  0,0 
   Totaal  15  100,0 
 Wo bachelor 
   Ik krijg geen hulpmiddelen  75,6 
   Van mijn opleiding  24,4 
   Ik heb ze zelf aangeschaft  12,2 
   Van het UWV  0,0 
   Van mijn ouders  0,0 
   Van het ziekenhuis  0,0 
   Anders, namelijk..  0,0 
   Totaal  100,0 

Bijlage I Representativiteitscontroles vragenlijstonderzoek

Bo

Vo

Vmbo

Havo/vwo

So

So

Vso

Mbo

Beroepsbegeleidende leerweg

Niveau 2

Niveau 3

Niveau 4

Ho

Hbo bachelor

Wo bachelor

Wo master