| 2023-2024 | 2024-2025 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| % | n | % | n | ||
| Lager dan 1F | 0,8 | 1.298 | 1,2 | 1.874 | |
| 1F | 24,0 | 39.458 | 25,2 | 41.021 | |
| 2F | 75,3 | 123.915 | 73,6 | 119.732 | |
| Totaal | 100,0 | 164.671 | 100,0 | 162.627 | |

Technisch rapport basisvaardigheden. De Staat van het Onderwijs 2026.
Technisch rapport basisvaardigheden. De Staat van het Onderwijs 2026.
Inleiding
Dit is het technisch rapport dat ten grondslag ligt aan het hoofdstuk Basisvaardigheden van de Staat van het Onderwijs 2026. In dit rapport staat de verantwoording van de onderzoeksgegevens. In dit technisch rapport besteden we aandacht aan:
- Toetsresultaten doorstroomtoets in het funderend onderwijs
- Toetsresultaten schoolexamen rekenen in het voortgezet onderwijs
- Examenresultaten generiek examen in het middelbaar beroepsonderwijs
- Vragenlijsten voor de Staat van het Onderwijs
Databronnen en definities
Databronnen
DUO-ROD
Vanuit de dienst uitvoering onderwijs (DUO) krijgt de Inspectie van het Onderwijs bestanden uit het register onderwijsdeelnemers (ROD), ook wel 1-cijferbestanden genoemd, met o.a. leerlingaantallen, achtergrondkenmerken, eindtoets- en examengegevens (met uitzondering van de mbo-examengegevens). De 1-cijferbestanden zijn gebaseerd op afspraken tussen ketenpartners als het ministerie van OCW, CBS, DUO, de Inspectie van het Onderwijs en koepelorganisaties, om zo op een eenduidige manier onderwijsgegevens te ontsluiten volgens van tevoren vastgestelde definities. Dit betreft de inschrijving op peildatum 1 oktober van het betreffende school- of studiejaar. Of de diplomering van leerlingen of studenten in het betreffende school- of studiejaar. Voor de analyses worden alleen de hoofdinschrijvingen of -diploma’s in de sector op bekostigde scholen of instellingen meegenomen.
Vragenlijsten ten behoeve van de Staat van het Onderwijs 2026
Voor de Staat van het Onderwijs 2026 zijn vragenlijsten uitgezet onder samenwerkingsverbanden, scholen in het funderend onderwijs (basisonderwijs (bo), voortgezet onderwijs (vo) en (voortgezet) speciaal onderwijs (v)so)) en studenten in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en hoger onderwijs (ho). Informatie over de steekproef, respons en opzet van dit vragenlijst onderzoek is te vinden in het technisch rapport behorende bij het hoofdstuk Passend onderwijs van de Staat van het Onderwijs 2026 (Inspectie van het Onderwijs, 2026).
Definities
Inschrijvingsjaar
Het kalenderjaar waarin op teldatum 1 oktober unieke (hoofd)inschrijvingen worden geteld
School/studiejaar
School/studiejaar met teldatum 1 oktober waarop de unieke (hoofd)inschrijvingen worden geteld.
Diplomajaar
Het schooljaar waarin de student een diploma heeft behaald. Diplomajaar 2017 heeft bijvoorbeeld betrekking op schooljaar 2017-2018. Aangezien de meeste studenten hun diploma aan het einde van het schooljaar behalen, wijkt het diplomajaar dus af van het kalenderjaar waarin het diploma naar alle waarschijnlijkheid is behaald.
Referentieniveaus (po, (v)so, vo en mbo)
Het referentiekader bestaat uit fundamentele niveaus en streefniveaus (zie https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/basisvaardigheden/referentieniveaus-taal-en-rekenen). Het fundamentele niveau (1F-niveau) is de basis die zo veel mogelijk leerlingen moeten beheersen. Het streefniveau (2F/1S-niveau) heeft iedereen nodig om in de maatschappij mee te kunnen doen.
Voor leerlingen in het po, (v)so, vo en mbo gelden de volgende eindniveaus:
- (S)bo en so: rekenen 1F en 1S en taal 1F en 2F
- Praktijkonderwijs (pro): rekenen 1F en taal 1F
- Vmbo: rekenen 2F en taal 2F
- Havo: rekenen 3F en taal 3F
- Vwo: rekenen 3F en taal 4F
- Mbo niveau 1/entreeopleiding, mbo niveau 2 en niveau 3: taal 2F en rekenen 2F
- Mbo niveau 4: taal 3F en rekenen 3F
Doorstroomtoets (po en so)
Voor scholen in het po en so is het verplicht om bij leerlingen (leerlingen met een ontheffing uitgezonderd) in het laatste leerjaar een doorstroomtoets af te nemen. Een doorstroomtoets geeft naast het schooladvies een advies voor het best passende brugklastype.
Diplomaniveau (mbo)
Het mbo kent diploma’s op 4 niveaus:
- Entreeopleiding (niveau 1): Deze opleiding bereidt jongeren voor op de arbeidsmarkt of doorstroom naar een niveau 2-opleiding
- Basisberoepsopleiding (niveau 2): bereid studenten voor op uitvoerende werkzaamheden
- Vakopleiding (niveau 3): studenten leren werkzaamheden zelfstandig uit te voeren
- Middenkaderopleiding (niveau 4): studenten leren werkzaamheden volledig zelfstandig uit te voeren. Studenten met een diploma van niveau 4 kunnen doorstromen naar een vervolgopleiding in het hbo
Resultaten
Toetsresultaten doorstroomtoets (po en so)
Voor de toetsresultaten in het po zijn alleen leerlingen uit het achtste leerjaar, en leerlingen die op de peildatum 1 oktober 9 jaar oud of jonger meegenomen. Voor het so, waar de leerjaarregistratie ontbreekt, is alleen de selectie van leerlingen 9 jaar of ouder gedaan. Sommige leerlingen hoeven de doorstroomtoets niet te maken. Dit geldt voor: leerlingen die korter dan 4 jaar in Nederland zijn en het Nederlands onvoldoende beheersen; meervoudig gehandicapte kinderen die zeer moeilijk leren en zeer moeilijk lerende kinderen. Leerlingen met een ontheffing mogen de doorstroomtoets wel maken. De resultaten van leerlingen met een ontheffing worden buiten beschouwing gelaten. Leerlingen kunnen door ziekte/verhindering op de toetsdatum ook niet hebben deelgenomen aan de doorstroomtoets. De resultaten van leerlingen met een ingevulde reden niet-deelname worden ook buiten beschouwing gelaten.
In Tabel 1 tot en met Tabel 6 staat het aantal en percentage leerlingen in het bo, sbo en so dat op de doorstroomtoets een bepaald referentieniveau beheerst voor de domeinen lezen en taalverzorging. De percentages behaalde referentieniveaus voor lezen en taalverzorging zijn voor het bo en so in 2024 en 2025 redelijk vergelijkbaar. Hoewel in het sbo voor de leerlingen die de doorstroomtoets gemaakt hebben, de behaalde referentieniveaus voor taalverzorging vooruitgang laten zien, blijven deze achter bij het bo en so.
| 2023-2024 | 2024-2025 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| % | n | % | n | ||
| Lager dan 1F | 16,8 | 963 | 16,3 | 892 | |
| 1F | 66,9 | 3.824 | 67,3 | 3.674 | |
| 2F | 16,3 | 931 | 16,4 | 893 | |
| Totaal | 100,0 | 5.718 | 100,0 | 5.459 | |
| 2023-2024 | 2024-2025 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| % | n | % | n | ||
| Lager dan 1F | 13,4 | 438 | 12,4 | 377 | |
| 1F | 56,8 | 1.857 | 57,7 | 1.759 | |
| 2F | 29,8 | 975 | 30,0 | 914 | |
| Totaal | 100,0 | 3.270 | 100,0 | 3.050 | |
| 2023-2024 | 2024-2025 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| % | n | % | n | ||
| Lager dan 1F | 3,6 | 5.971 | 3,0 | 4.875 | |
| 1F | 43,1 | 70.911 | 41,9 | 68.077 | |
| 2F | 53,3 | 87.789 | 55,1 | 89.675 | |
| Totaal | 100,0 | 164.671 | 100,0 | 162.627 | |
| 2023-2024 | 2024-2025 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| % | n | % | n | ||
| Lager dan 1F | 53,9 | 3.080 | 49,1 | 2.681 | |
| 1F | 43,0 | 2.460 | 47,1 | 2.572 | |
| 2F | 3,1 | 178 | 3,8 | 206 | |
| Totaal | 100,0 | 5.718 | 100,0 | 5.459 | |
| 2023-2024 | 2024-2025 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| % | n | % | n | ||
| Lager dan 1F | 33,4 | 1.091 | 30,0 | 914 | |
| 1F | 56,2 | 1.837 | 58,4 | 1.782 | |
| 2F | 10,5 | 342 | 11,6 | 354 | |
| Totaal | 100,0 | 3.270 | 100,0 | 3.050 | |
In Tabel 7 tot en met Tabel 9 staat het aantal en percentage leerlingen in het bo, sbo en so dat op de doorstroomtoets een bepaald referentieniveau beheerst voor het domein rekenen/wiskunde. De beheersing van de refentieniveaus liggen voor rekenen/wiskunde lager dan voor taal. Dit geldt zowel voor de bo en sbo-leerlingen als voor de so-leerlingen.
| 2023-2024 | 2024-2025 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| % | n | % | n | ||
| Lager dan 1F | 8,1 | 13.398 | 7,0 | 11.414 | |
| 1F | 46,3 | 76.198 | 49,6 | 80.589 | |
| 1S | 45,6 | 75.075 | 43,4 | 70.624 | |
| Totaal | 100,0 | 164.671 | 100,0 | 162.627 | |
| 2023-2024 | 2024-2025 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| % | n | % | n | ||
| Lager dan 1F | 75,0 | 4.288 | 72,6 | 3.963 | |
| 1F | 22,4 | 1.278 | 24,3 | 1.326 | |
| 1S | 2,7 | 152 | 3,1 | 170 | |
| Totaal | 100,0 | 5.718 | 100,0 | 5.459 | |
| 2023-2024 | 2024-2025 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| % | n | % | n | ||
| Lager dan 1F | 52,4 | 1.713 | 47,0 | 1.435 | |
| 1F | 38,7 | 1.266 | 42,6 | 1.299 | |
| 1S | 8,9 | 291 | 10,4 | 316 | |
| Totaal | 100,0 | 3.270 | 100,0 | 3.050 | |
Toetsresultaten rekentoets (vo)
Leerlingen in het vmbo en havo die geen eindexamen doen in wiskunde moeten het schoolexamen rekenen afleggen. Het resultaat komt op een bijlage bij de cijferlijst van leerlingen. Het cijfer telt niet mee voor de uitslag en er is geen minimumcijfer. In Tabel 10 staat per onderwijssoort het aantal en percentage leerlingen in het vo dat op de rekentoets een bepaald referentieniveau beheerst.
| Schooljaar | N 2F | % voldoende 2F | Gem. cijfer 2F | N 3F | % voldoende 3F | Gem. cijfer 3F | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Vmbo-b | 2021-2022 | 4.038 | 42,3 | 5,0 | 39 | 46,2 | 6,2 |
| Vmbo-b | 2022-2023 | 4.014 | 42,3 | 5,1 | 28 | 35,7 | 4,6 |
| Vmbo-b | 2023-2024 | 4.162 | 40,9 | 4,9 | 16 | 37,5 | 5,3 |
| Vmbo-b | 2024-2025 | 4.396 | 42,2 | 4,9 | 0 | 0,0 | 0,0 |
| Vmbo-k | 2021-2022 | 7.061 | 58,4 | 5,6 | 68 | 51,5 | 5,7 |
| Vmbo-k | 2022-2023 | 7.134 | 57,4 | 5,6 | 78 | 59,0 | 5,2 |
| Vmbo-k | 2023-2024 | 7.962 | 57,2 | 5,5 | 66 | 69,7 | 5,5 |
| Vmbo-k | 2024-2025 | 7.913 | 58,2 | 5,5 | 22 | 77,3 | 6,2 |
| Vmbo-gt | 2021-2022 | 11.145 | 72,8 | 6,0 | 120 | 73,3 | 6,2 |
| Vmbo-gt | 2022-2023 | 11.613 | 73,4 | 6,0 | 173 | 69,9 | 6,4 |
| Vmbo-gt | 2023-2024 | 12.746 | 71,1 | 6,0 | 202 | 70,8 | 6,2 |
| Vmbo-gt | 2024-2025 | 13.662 | 71,6 | 6,1 | 108 | 86,1 | 6,3 |
| Havo | 2021-2022 | 0 | 0,0 | 0,0 | 4.451 | 53,9 | 5,4 |
| Havo | 2022-2023 | 0 | 0,0 | 0,0 | 4.493 | 52,0 | 5,4 |
| Havo | 2023-2024 | 0 | 0,0 | 0,0 | 4.945 | 53,3 | 5,4 |
| Havo | 2024-2025 | 0 | 0,0 | 0,0 | 4.857 | 53,6 | 5,4 |
Examenresultaten (mbo)
Gediplomeerden
In Tabel 11 staan per niveau de aantallen gediplomeerden in het mbo (bekostigde instellingen) in de afgelopen jaren.
| Niveau 1 | Niveau 2 | Niveau 3 | Niveau 4 | Totaal | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| % | n | % | n | % | n | % | n | n | |||||
| 2015‑2016 | 6,8 | 10.481 | 25,5 | 39.535 | 27,4 | 42.445 | 40,3 | 62.406 | 154.867 | ||||
| 2016‑2017 | 6,5 | 10.249 | 22,6 | 35.638 | 26,4 | 41.628 | 44,5 | 70.086 | 157.601 | ||||
| 2017‑2018 | 7,2 | 10.908 | 22,1 | 33.625 | 26,0 | 39.616 | 44,7 | 68.078 | 152.227 | ||||
| 2018‑2019 | 8,0 | 12.329 | 22,2 | 34.373 | 25,2 | 38.931 | 44,6 | 68.873 | 154.506 | ||||
| 2019‑2020 | 8,4 | 13.088 | 22,0 | 34.055 | 24,0 | 37.259 | 45,6 | 70.733 | 155.135 | ||||
| 2020‑2021 | 7,9 | 12.547 | 22,4 | 35.413 | 23,4 | 37.039 | 46,2 | 73.032 | 158.031 | ||||
| 2021‑2022 | 7,6 | 11.546 | 22,4 | 34.159 | 22,4 | 34.175 | 47,7 | 72.914 | 152.794 | ||||
| 2022‑2023 | 7,4 | 11.251 | 22,1 | 33.401 | 22,9 | 34.629 | 47,7 | 72.190 | 151.471 | ||||
| 2023‑2024 | 8,3 | 12.508 | 22,7 | 33.998 | 22,3 | 33.406 | 46,7 | 70.000 | 149.912 | ||||
| 2024‑2025 | 9,3 | 13.915 | 22,8 | 34.018 | 21,5 | 31.992 | 46,3 | 68.996 | 148.921 | ||||
Laatste jaar voorlopige cijfers |
|||||||||||||
Centraal en instellingsexamen Nederlands
In Tabel 12 en Tabel 14 is het percentage studenten weergegeven met een (on)voldoende op het diploma voor het centraal examen (ce) of voor het instellingsexamen (ie) 2F op niveau 2 en 3. Bij het ie is er geen ontwikkeling naar meer onvoldoendes, waar dit bij het ce wel het geval is.
Een voldoende (tenminste 5,5) bij 2F op niveau 2 duidt niet op het behalen van het referentieniveau. Door de cijferdifferentiatie die geldt voor gediplomeerden niveau 2 krijgen studenten een extra punt. Hierdoor is pas vanaf een 6,5 het referentieniveau van het examen behaald (zie Tabel 13 en Tabel 15).
| Behaald | Niet behaald | Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| % | n | % | n | n | |||
| Niveau 2 | |||||||
| 2018‑2019 | 91,3 | 28.540 | 8,7 | 2.718 | 31.258 | ||
| 2019‑2020 | 88,7 | 28.029 | 11,3 | 3.579 | 31.608 | ||
| 2020‑2021 | 87,0 | 28.837 | 13,0 | 4.327 | 33.164 | ||
| 2021‑2022 | 85,4 | 28.583 | 14,6 | 4.899 | 33.482 | ||
| 2022‑2023 | 85,0 | 27.746 | 15,0 | 4.890 | 32.636 | ||
| 2023‑2024 | 86,2 | 28.470 | 13,8 | 4.545 | 33.015 | ||
| 2024‑2025 | 85,5 | 28.154 | 14,5 | 4.760 | 32.914 | ||
| Niveau 3 | |||||||
| 2018‑2019 | 95,4 | 32.123 | 4,6 | 1.534 | 33.657 | ||
| 2019‑2020 | 94,9 | 30.831 | 5,1 | 1.657 | 32.488 | ||
| 2020‑2021 | 94,3 | 30.327 | 5,7 | 1.827 | 32.154 | ||
| 2021‑2022 | 93,5 | 28.308 | 6,5 | 1.973 | 30.281 | ||
| 2022‑2023 | 92,7 | 27.792 | 7,3 | 2.180 | 29.972 | ||
| 2023‑2024 | 92,4 | 26.338 | 7,6 | 2.168 | 28.506 | ||
| 2024‑2025 | 92,2 | 24.948 | 7,8 | 2.117 | 27.065 | ||
Laatste jaar voorlopige cijfers |
|||||||
Op diplomaniveau 2 wordt cijferdifferentiatie toegepast bij het examen 2F, hieronder is weergegeven welk aandeel van de studenten een 6,5 heeft behaald in plaats van een voldoende (5,5) op het CE, dit komt overeen met referentieniveau 2F.
| Behaald | Niet behaald | Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| % | n | % | n | n | |||
| Niveau 2 | |||||||
| 2018‑2019 | 75,9 | 23.738 | 24,1 | 7.520 | 31.258 | ||
| 2019‑2020 | 72,9 | 23.036 | 27,1 | 8.572 | 31.608 | ||
| 2020‑2021 | 70,2 | 23.279 | 29,8 | 9.885 | 33.164 | ||
| 2021‑2022 | 68,2 | 22.827 | 31,8 | 10.655 | 33.482 | ||
| 2022‑2023 | 67,1 | 21.912 | 32,9 | 10.724 | 32.636 | ||
| 2023‑2024 | 68,3 | 22.553 | 31,7 | 10.462 | 33.015 | ||
| 2024‑2025 | 67,6 | 22.248 | 32,4 | 10.666 | 32.914 | ||
Laatste jaar voorlopige cijfers |
|||||||
| Behaald | Niet behaald | Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| % | n | % | n | n | |||
| Niveau 2 | |||||||
| 2018‑2019 | 97,8 | 30.564 | 2,2 | 694 | 31.258 | ||
| 2019‑2020 | 97,7 | 30.881 | 2,3 | 727 | 31.608 | ||
| 2020‑2021 | 97,9 | 32.463 | 2,1 | 701 | 33.164 | ||
| 2021‑2022 | 97,6 | 32.666 | 2,4 | 816 | 33.482 | ||
| 2022‑2023 | 97,7 | 31.897 | 2,3 | 739 | 32.636 | ||
| 2023‑2024 | 98,1 | 32.384 | 1,9 | 631 | 33.015 | ||
| 2024‑2025 | 98,3 | 32.339 | 1,7 | 575 | 32.914 | ||
| Niveau 3 | |||||||
| 2018‑2019 | 97,7 | 32.895 | 2,3 | 762 | 33.657 | ||
| 2019‑2020 | 97,4 | 31.636 | 2,6 | 852 | 32.488 | ||
| 2020‑2021 | 97,4 | 31.323 | 2,6 | 831 | 32.154 | ||
| 2021‑2022 | 97,5 | 29.524 | 2,5 | 757 | 30.281 | ||
| 2022‑2023 | 97,4 | 29.203 | 2,6 | 769 | 29.972 | ||
| 2023‑2024 | 97,6 | 27.828 | 2,4 | 678 | 28.506 | ||
| 2024‑2025 | 97,8 | 26.470 | 2,2 | 595 | 27.065 | ||
Laatste jaar voorlopige cijfers |
|||||||
Op diplomaniveau 2 wordt cijferdifferentiatie toegepast, hieronder is weergegeven welk aandeel van de studenten een 6,5 heeft behaald in plaats van een voldoende (5,5) op het instellingsexamen, dus in de situatie dat er geen differentiatie zou zijn toegepast.
| Behaald | Niet behaald | Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| % | n | % | n | n | |||
| Niveau 2 | |||||||
| 2018‑2019 | 90,9 | 28.425 | 9,1 | 2.833 | 31.258 | ||
| 2019‑2020 | 90,0 | 28.460 | 10,0 | 3.148 | 31.608 | ||
| 2020‑2021 | 90,0 | 29.850 | 10,0 | 3.314 | 33.164 | ||
| 2021‑2022 | 89,6 | 30.001 | 10,4 | 3.481 | 33.482 | ||
| 2022‑2023 | 90,1 | 29.390 | 9,9 | 3.246 | 32.636 | ||
| 2023‑2024 | 90,9 | 30.014 | 9,1 | 3.001 | 33.015 | ||
| 2024‑2025 | 91,2 | 30.014 | 8,8 | 2.900 | 32.914 | ||
Laatste jaar voorlopige cijfers |
|||||||
In Tabel 16 en Tabel 17 zijn de (on)voldoendes voor de examens Nederlands 3F weergegeven. In het meeste recente diplomajaar heeft 38% van de gediplomeerden op niveau 4 een onvoldoende voor het ce. Het hoge aandeel onvoldoendes op het centraal examen blijft dus verder stijgen. Hetzelfde geldt niet voor het ie.
| Behaald | Niet behaald | Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| % | n | % | n | n | |||
| Niveau 3 | |||||||
| 2018‑2019 | 67,3 | 1.190 | 32,7 | 579 | 1.769 | ||
| 2019‑2020 | 65,4 | 1.242 | 34,6 | 657 | 1.899 | ||
| 2020‑2021 | 66,0 | 1.654 | 34,0 | 851 | 2.505 | ||
| 2021‑2022 | 62,2 | 2.117 | 37,8 | 1.288 | 3.405 | ||
| 2022‑2023 | 59,7 | 2.441 | 40,3 | 1.646 | 4.087 | ||
| 2023‑2024 | 56,4 | 2.497 | 43,6 | 1.928 | 4.425 | ||
| 2024‑2025 | 56,3 | 2.479 | 43,7 | 1.927 | 4.406 | ||
| Niveau 4 | |||||||
| 2018‑2019 | 76,4 | 48.307 | 23,6 | 14.924 | 63.231 | ||
| 2019‑2020 | 75,1 | 49.741 | 24,9 | 16.499 | 66.240 | ||
| 2020‑2021 | 73,8 | 50.423 | 26,2 | 17.886 | 68.309 | ||
| 2021‑2022 | 70,4 | 50.009 | 29,6 | 21.015 | 71.024 | ||
| 2022‑2023 | 65,9 | 46.079 | 34,1 | 23.880 | 69.959 | ||
| 2023‑2024 | 63,8 | 43.203 | 36,2 | 24.554 | 67.757 | ||
| 2024‑2025 | 61,9 | 41.257 | 38,1 | 25.373 | 66.630 | ||
Laatste jaar voorlopige cijfers |
|||||||
| Behaald | Niet behaald | Totaal | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| % | n | % | n | n | |||
| Niveau 3 | |||||||
| 2018‑2019 | 96,4 | 1.706 | 3,6 | 63 | 1.769 | ||
| 2019‑2020 | 95,7 | 1.817 | 4,3 | 82 | 1.899 | ||
| 2020‑2021 | 95,6 | 2.395 | 4,4 | 110 | 2.505 | ||
| 2021‑2022 | 95,6 | 3.256 | 4,4 | 149 | 3.405 | ||
| 2022‑2023 | 96,0 | 3.925 | 4,0 | 162 | 4.087 | ||
| 2023‑2024 | 96,0 | 4.249 | 4,0 | 176 | 4.425 | ||
| 2024‑2025 | 95,9 | 4.225 | 4,1 | 181 | 4.406 | ||
| Niveau 4 | |||||||
| 2018‑2019 | 96,9 | 61.256 | 3,1 | 1.975 | 63.231 | ||
| 2019‑2020 | 96,8 | 64.095 | 3,2 | 2.145 | 66.240 | ||
| 2020‑2021 | 96,8 | 66.152 | 3,2 | 2.157 | 68.309 | ||
| 2021‑2022 | 96,7 | 68.677 | 3,3 | 2.347 | 71.024 | ||
| 2022‑2023 | 96,1 | 67.229 | 3,9 | 2.730 | 69.959 | ||
| 2023‑2024 | 96,3 | 65.246 | 3,7 | 2.511 | 67.757 | ||
| 2024‑2025 | 96,7 | 64.427 | 3,3 | 2.203 | 66.630 | ||
Laatste jaar voorlopige cijfers |
|||||||
In Tabel 18 en Tabel 19 is het gemiddelde verschil weergegeven tussen het ie-cijfer en het ce-cijfer van gediplomeerden. Als dit een positief getal is, wil dit zeggen dat het ie-cijfer gemiddeld hoger is dan het ce-cijfer, een negatieve waarde geeft aan dat het ce-cijfer gemiddeld hoger is. Het cijfer voor het ie is gemiddeld beduidend hoger dan voor het ce. Bij de gediplomeerden is te zien dat het gemiddelde verschil tussen het ie-resultaat en het ce-resultaat sinds 2018-2019 toenam. Bij het examen 3F op niveau 3 en 4 is het verschil tussen het ie- en het ce-cijfer het grootst. Op niveau 4 neemt dit toe, in het laatste jaar was dit gemiddeld 1,4 punt.
| 2F ie min ce | Ie | Ce | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Gem | n | Gem | n | Gem | n | |||
| Niveau 2 | ||||||||
| 2018‑2019 | 0,8 | 31.258 | 7,9 | 31.258 | 7,1 | 31.258 | ||
| 2019‑2020 | 0,9 | 31.608 | 7,9 | 31.608 | 7,0 | 31.608 | ||
| 2020‑2021 | 1,0 | 33.164 | 7,9 | 33.164 | 6,9 | 33.164 | ||
| 2021‑2022 | 1,0 | 33.482 | 7,9 | 33.482 | 6,8 | 33.482 | ||
| 2022‑2023 | 1,1 | 32.636 | 7,9 | 32.636 | 6,8 | 32.636 | ||
| 2023‑2024 | 1,0 | 33.015 | 7,9 | 33.015 | 6,9 | 33.015 | ||
| 2024‑2025 | 1,1 | 32.914 | 7,9 | 32.914 | 6,8 | 32.914 | ||
| Niveau 3 | ||||||||
| 2018‑2019 | 0,4 | 33.657 | 7,4 | 33.657 | 7,0 | 33.657 | ||
| 2019‑2020 | 0,4 | 32.488 | 7,4 | 32.488 | 7,0 | 32.488 | ||
| 2020‑2021 | 0,4 | 32.154 | 7,5 | 32.154 | 7,0 | 32.154 | ||
| 2021‑2022 | 0,5 | 30.281 | 7,5 | 30.281 | 7,0 | 30.281 | ||
| 2022‑2023 | 0,6 | 29.972 | 7,5 | 29.972 | 6,9 | 29.972 | ||
| 2023‑2024 | 0,6 | 28.506 | 7,5 | 28.506 | 6,9 | 28.506 | ||
| 2024‑2025 | 0,6 | 27.065 | 7,5 | 27.065 | 6,9 | 27.065 | ||
Laatste jaar voorlopige cijfers |
||||||||
| 3F ie min ce | Ie | Ce | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Gem | n | Gem | n | Gem | n | |||
| Niveau 3 | ||||||||
| 2018‑2019 | 1,2 | 1.769 | 7,0 | 1.769 | 5,8 | 1.769 | ||
| 2019‑2020 | 1,2 | 1.899 | 7,0 | 1.899 | 5,8 | 1.899 | ||
| 2020‑2021 | 1,2 | 2.505 | 7,1 | 2.505 | 5,8 | 2.505 | ||
| 2021‑2022 | 1,2 | 3.405 | 7,0 | 3.405 | 5,8 | 3.405 | ||
| 2022‑2023 | 1,3 | 4.087 | 7,0 | 4.087 | 5,7 | 4.087 | ||
| 2023‑2024 | 1,3 | 4.425 | 7,0 | 4.425 | 5,7 | 4.425 | ||
| 2024‑2025 | 1,3 | 4.406 | 6,9 | 4.406 | 5,6 | 4.406 | ||
| Niveau 4 | ||||||||
| 2018‑2019 | 1,2 | 63.231 | 7,2 | 63.231 | 6,0 | 63.231 | ||
| 2019‑2020 | 1,2 | 66.240 | 7,2 | 66.240 | 6,0 | 66.240 | ||
| 2020‑2021 | 1,2 | 68.309 | 7,2 | 68.309 | 6,0 | 68.309 | ||
| 2021‑2022 | 1,3 | 71.024 | 7,2 | 71.024 | 5,9 | 71.024 | ||
| 2022‑2023 | 1,3 | 69.959 | 7,1 | 69.959 | 5,8 | 69.959 | ||
| 2023‑2024 | 1,3 | 67.757 | 7,1 | 67.757 | 5,8 | 67.757 | ||
| 2024‑2025 | 1,4 | 66.630 | 7,1 | 66.630 | 5,7 | 66.630 | ||
Laatste jaar voorlopige cijfers |
||||||||
Generiek examen Nederlands
Mbo-studenten hoeven geen voldoende op het ce te halen omdat het ce-resultaat gecompenseerd mag worden met het ie-cijfer. Daarnaast mag, afhankelijk van de geldende zak- en slaagregeling, het afgeronde cijfer voor het generiek examen een 5 zijn, waardoor een onvoldoende op zowel het ie als het ce mogelijk is. In dit verband is het relevant om de ontwikkeling te volgen van het aandeel studenten dat het generieke examen Nederlands met een 5 afrond.
| Nederlands | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Hoger dan 5 | 5 | Totaal | |||||
| % | n | % | n | n | |||
| Niveau 2 | |||||||
| 2018‑2019 | 97,3 | 30.546 | 2,7 | 836 | 31.382 | ||
| 2019‑2020 | 96,6 | 30.708 | 3,4 | 1.091 | 31.799 | ||
| 2020‑2021 | 95,8 | 32.110 | 4,2 | 1.416 | 33.526 | ||
| 2021‑2022 | 95,1 | 32.369 | 4,9 | 1.659 | 34.028 | ||
| 2022‑2023 | 95,3 | 31.743 | 4,7 | 1.577 | 33.320 | ||
| 2023‑2024 | 96,7 | 32.832 | 3,3 | 1.117 | 33.949 | ||
| 2024‑2025 | 97,2 | 32.993 | 2,8 | 965 | 33.958 | ||
| Niveau 3 | |||||||
| 2018‑2019 | 98,2 | 34.816 | 1,8 | 624 | 35.440 | ||
| 2019‑2020 | 97,9 | 33.705 | 2,1 | 738 | 34.443 | ||
| 2020‑2021 | 97,5 | 33.957 | 2,5 | 857 | 34.814 | ||
| 2021‑2022 | 97,1 | 32.978 | 2,9 | 994 | 33.972 | ||
| 2022‑2023 | 96,7 | 33.373 | 3,3 | 1.125 | 34.498 | ||
| 2023‑2024 | 96,6 | 32.140 | 3,4 | 1.137 | 33.277 | ||
| 2024‑2025 | 97,1 | 30.965 | 2,9 | 919 | 31.884 | ||
| Niveau 4 | |||||||
| 2018‑2019 | 96,0 | 60.912 | 4,0 | 2.519 | 63.431 | ||
| 2019‑2020 | 95,8 | 64.015 | 4,2 | 2.788 | 66.803 | ||
| 2020‑2021 | 95,4 | 66.318 | 4,6 | 3.188 | 69.506 | ||
| 2021‑2022 | 94,8 | 68.865 | 5,2 | 3.784 | 72.649 | ||
| 2022‑2023 | 93,3 | 67.081 | 6,7 | 4.817 | 71.898 | ||
| 2023‑2024 | 93,1 | 64.796 | 6,9 | 4.835 | 69.631 | ||
| 2024‑2025 | 93,6 | 64.326 | 6,4 | 4.413 | 68.739 | ||
Laatste jaar voorlopige cijfers |
|||||||
In Tabel 20 is te zien is dat het aandeel dat voor het generieke examen een 5 heeft behaald de afgelopen jaren gedaald is bij niveau 2. En in het laatste jaar ook bij niveau 3 en 4.
Generiek examen rekenen
Het aantal gediplomeerden met naast het examenresultaat Nederlands ook een examenresultaat rekenen is het laatste jaar verder toegenomen. Van de gediplomeerden in 2024-2025 heeft op niveau 2 96% een rekenresultaat, 79% van niveau 3 en 62% van niveau 4. Dit komt door de cohort-gewijze invoering bij opleidingstarters voor wie rekenen is gaan meetellen voor de zak-en slaagregeling.
In Tabel 21 is weergegeven welk deel van de gediplomeerden met een examenresulaat rekenen een 5 heeft op het generiek examen (wat bestaat uit het ie, er is geen ce). Van niveau 2 heeft 13% van diegenen met een rekenresultaat een 5. Volgens de zak-slaagregeling moeten deze studenten tenminste een 6 hebben op het generiek examen Nederlands. Andersom geeft een 6 of hoger als examenresultaat bij rekenen recht op een 5 in plaats van 6 of hoger op het generiek examen Nederlands. Dit geldt voor 87% van de studenten niveau 2 met een rekenresultaat bij het diploma in 2024-2025.
| Rekenen | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Geen | Hoger dan 5 | 5 | Totaal | |||||||
| % | n | % | n | % | n | n | ||||
| Niveau 2 | ||||||||||
| 2021‑2022 | 100,0 | 34.028 | 34.028 | |||||||
| 2022‑2023 | 82,6 | 27.516 | 15,5 | 5.158 | 1,9 | 646 | 33.320 | |||
| 2023‑2024 | 19,3 | 6.543 | 70,5 | 23.938 | 10,2 | 3.468 | 33.949 | |||
| 2024‑2025 | 4,0 | 1.352 | 83,3 | 28.302 | 12,7 | 4.304 | 33.958 | |||
| Niveau 3 | ||||||||||
| 2021‑2022 | 100,0 | 33.972 | 33.972 | |||||||
| 2022‑2023 | 98,1 | 33.830 | 1,7 | 583 | 0,2 | 85 | 34.498 | |||
| 2023‑2024 | 72,4 | 24.099 | 23,4 | 7.774 | 4,2 | 1.404 | 33.277 | |||
| 2024‑2025 | 21,4 | 6.812 | 66,3 | 21.133 | 12,4 | 3.939 | 31.884 | |||
| Niveau 4 | ||||||||||
| 2021‑2022 | 100,0 | 72.648 | 0,0 | 1 | 72.649 | |||||
| 2022‑2023 | 97,5 | 70.114 | 2,3 | 1.640 | 0,2 | 144 | 71.898 | |||
| 2023‑2024 | 87,0 | 60.600 | 11,7 | 8.179 | 1,2 | 852 | 69.631 | |||
| 2024‑2025 | 37,6 | 25.834 | 56,1 | 38.576 | 6,3 | 4.329 | 68.739 | |||
Laatste jaar voorlopige cijfers |
||||||||||
Vragenlijsten ten behoeve van de Staat van het Onderwijs 2026
Onderstaande tabellen geven de resultaten weer van de vragenlijsten uitgezet onder schoolleiders (po, vo en (v)so) die betrekking hebben op de basisvaardigheden.
| n | % | |
|---|---|---|
| Vmbo | ||
| Ja | 83 | 62,4 |
| Nee | 50 | 37,6 |
| Totaal | 133 | 100,0 |
| Havo/vwo | ||
| Ja | 56 | 57,1 |
| Nee | 42 | 42,9 |
| Totaal | 98 | 100,0 |
Onderstaande vraag is alleen gesteld aan de schoolleiders die aangaven dat er het afgelopen schooljaar sprake was van integratie van taal- en vakonderwijs.
| Niet of nauwelijks | In enige mate | In grote mate | In zeer grote mate of volledig | Weet ik niet / Niet van toepassing | Totaal | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| n | % | n | % | n | % | n | % | n | % | n | % | ||||||
| Vmbo | |||||||||||||||||
| De integratie van taal- en vakonderwijs is onderdeel van het beleid van onze school | 1 | 1,2 | 27 | 32,5 | 39 | 47,0 | 15 | 18,1 | 1 | 1,2 | 83 | 100,0 | |||||
| Wij hebben doelen opgesteld om de integratie van taal- en vakonderwijs op onze school te bevorderen | 0 | 0,0 | 16 | 19,3 | 46 | 55,4 | 20 | 24,1 | 1 | 1,2 | 83 | 100,0 | |||||
| In ons professionaliseringsplan/scholingsbeleid hebben wij activiteiten opgenomen die bijdragen aan de integratie van taal- en vakonderwijs | 2 | 2,4 | 28 | 33,7 | 35 | 42,2 | 17 | 20,5 | 1 | 1,2 | 83 | 100,0 | |||||
| We honoreren de scholingsaanvragen van collega's die gericht zijn op het verbeteren van de integratie van taal- en vakonderwijs | 1 | 1,2 | 6 | 7,2 | 31 | 37,3 | 41 | 49,4 | 4 | 4,8 | 83 | 100,0 | |||||
| Leraren werken binnen andere {{custom.vakken_lessen}}Zoals zaak-, beta-, kunst-, praktijkvakken en/of wereldoriëntatie. gericht aan talige leerdoelen | 4 | 4,8 | 43 | 51,8 | 26 | 31,3 | 9 | 10,8 | 1 | 1,2 | 83 | 100,0 | |||||
| Er is overeenstemming tussen leraren over de manier waarop zij werken aan taalleerdoelen in andere Zoals zaak-, beta-, kunst-, praktijkvakken en/of wereldoriëntatie.{{custom.vakken_lessen}}Zoals zaak-, beta-, kunst-, praktijkvakken en/of wereldoriëntatie. | 4 | 4,8 | 46 | 55,4 | 24 | 28,9 | 7 | 8,4 | 2 | 2,4 | 83 | 100,0 | |||||
| Binnen de school bespreken leraren met elkaar hoe zij in andere {{custom.vakken_lessen}}Zoals zaak-, beta-, kunst-, praktijkvakken en/of wereldoriëntatie. aan taalleerdoelen werken | 7 | 8,4 | 43 | 51,8 | 23 | 27,7 | 9 | 10,8 | 1 | 1,2 | 83 | 100,0 | |||||
| Havo/vwo | |||||||||||||||||
| De integratie van taal- en vakonderwijs is onderdeel van het beleid van onze school | 1 | 1,8 | 29 | 51,8 | 13 | 23,2 | 13 | 23,2 | 0 | 0,0 | 56 | 100,0 | |||||
| Wij hebben doelen opgesteld om de integratie van taal- en vakonderwijs op onze school te bevorderen | 1 | 1,8 | 20 | 35,7 | 19 | 33,9 | 15 | 26,8 | 1 | 1,8 | 56 | 100,0 | |||||
| In ons professionaliseringsplan/scholingsbeleid hebben wij activiteiten opgenomen die bijdragen aan de integratie van taal- en vakonderwijs | 7 | 12,5 | 13 | 23,2 | 20 | 35,7 | 15 | 26,8 | 1 | 1,8 | 56 | 100,0 | |||||
| We honoreren de scholingsaanvragen van collega's die gericht zijn op het verbeteren van de integratie van taal- en vakonderwijs | 1 | 1,8 | 5 | 8,9 | 18 | 32,1 | 27 | 48,2 | 5 | 8,9 | 56 | 100,0 | |||||
| Leraren werken binnen andere {{custom.vakken_lessen}}Zoals zaak-, beta-, kunst-, praktijkvakken en/of wereldoriëntatie. gericht aan talige leerdoelen | 7 | 12,5 | 33 | 58,9 | 14 | 25,0 | 2 | 3,6 | 0 | 0,0 | 56 | 100,0 | |||||
| Er is overeenstemming tussen leraren over de manier waarop zij werken aan taalleerdoelen in andere Zoals zaak-, beta-, kunst-, praktijkvakken en/of wereldoriëntatie.{{custom.vakken_lessen}}Zoals zaak-, beta-, kunst-, praktijkvakken en/of wereldoriëntatie. | 10 | 17,9 | 30 | 53,6 | 13 | 23,2 | 2 | 3,6 | 1 | 1,8 | 56 | 100,0 | |||||
| Binnen de school bespreken leraren met elkaar hoe zij in andere {{custom.vakken_lessen}}Zoals zaak-, beta-, kunst-, praktijkvakken en/of wereldoriëntatie. aan taalleerdoelen werken | 9 | 16,1 | 33 | 58,9 | 10 | 17,9 | 4 | 7,1 | 0 | 0,0 | 56 | 100,0 | |||||
| n | % | |
|---|---|---|
| Bo | ||
| Nee, doelgericht werken is in de afgelopen 12 maanden geen (serieuze) overweging geweest | 27 | 17,9 |
| Nee, maar doelgericht werken is in de afgelopen 12 maanden wel een (serieuze) overweging geweest | 37 | 24,5 |
| Niet meer, we hebben er in de afgelopen 12 maanden wel mee gewerkt | 6 | 4,0 |
| Ja, wij werken korter dan 12 maanden doelgericht | 28 | 18,5 |
| Ja, wij werken (langer dan) 12 maanden doelgericht | 53 | 35,1 |
| Totaal | 151 | 100,0 |
Onderstaande 2 vragen (Tabel 25 en Tabel 26) zijn alleen gesteld aan de schoolleiders die aangaven (langer dan) 12 maanden doelgericht te werken.
| n | % | |
|---|---|---|
| Bo | ||
| Mogelijkheid tot differentiatie: leraren kunnen de lessen beter afstemmen op de onderwijsbehoeften van de (groepen) leerlingen | 36 | 67,9 |
| Leraren hebben (meer) autonomie over hun de inhoud van hun lessen | 26 | 49,1 |
| Opbrengst van differentiatie: (meer) leerlingen krijgen (beter, passender) aanbod | 21 | 39,6 |
| De ontwikkeling van de leerlingen is daardoor beter te volgen | 12 | 22,6 |
| Het doet een groter/uitdagender beroep op het vakmanschap van leraren | 9 | 17,0 |
| Totaal | 53 | 100,0 |
| n | % | |
|---|---|---|
| Bo | ||
| De uitvoering vraagt kundig/ervaren vakmanschap | 28 | 52,8 |
| Het verhoogt de werkdruk (voor sommigen) | 21 | 39,6 |
| De kwetsbaarheid voor uitval/lerarentekort | 19 | 35,8 |
| Het vraagt om meer afstemming binnen het team en/of duo’s | 14 | 26,4 |
| Geen van bovenstaande | 7 | 13,2 |
| Het leidt tot grotere verschillen in lesgeven tussen leraren | 6 | 11,3 |
| Totaal | 53 | 100,0 |
| n | % | |
|---|---|---|
| Bo | ||
| Schoolbrede doelstellig over het (minimale) aandeel schoolverlaters met 1S-niveau | 129 | 85,4 |
| Leermiddelen die 1F- en 1S-niveaus duidelijk onderscheiden | 81 | 53,6 |
| Leraren maken die keuze na verplichte raadpleging van een specialist | 47 | 31,1 |
| Leraren maken die keuze naar eigen inschatting | 31 | 20,5 |
| Leraren volgen (verplichte) scholing die gericht is op het stimuleren van 1S-niveau | 30 | 19,9 |
| Leraren maken die keuze met een checklist | 6 | 4,0 |
| Geen van bovenstaande | 3 | 2,0 |
| Niet | 1 | 0,7 |
| Totaal | 151 | 100,0 |
| So | ||
| Het ontwikkelingsperspectief is hier leidend in | 69 | 74,2 |
| Leraren maken die keuze na verplichte raadpleging van de commissie voor de begeleiding | 21 | 22,6 |
| Schoolbrede doelstellig over het (minimale) aandeel schoolverlaters met 1S-niveau | 17 | 18,3 |
| Leermiddelen die 1F- en 1S-niveaus duidelijk onderscheiden | 15 | 16,1 |
| Geen van bovenstaande | 15 | 16,1 |
| Leraren maken die keuze naar eigen inschatting | 8 | 8,6 |
| Niet | 7 | 7,5 |
| Leraren volgen (verplichte) scholing die gericht is op het stimuleren van 1S-niveau | 5 | 5,4 |
| Leraren maken die keuze met een checklist | 2 | 2,2 |
| Totaal | 93 | 100,0 |
| n | % | |
|---|---|---|
| Bo | ||
| De wijziging naar meer wiskundige denk-werkwijzen is (nog) niet onder de aandacht | 76 | 50,3 |
| De wijziging naar meer wiskundige denk-werkwijzen is een gespreksonderwerp (geweest) in het team | 46 | 30,5 |
| Er wordt op school/in de les (al langer) aandacht besteed aan wiskundige denk-werkwijzenop school/in de les | 26 | 17,2 |
| Er zijn leermiddelen (aangeschaft) die een beroep doen op wiskundige denk-werkwijzen | 21 | 13,9 |
| De wijziging naar meer wiskundige denk-werkwijzen is een professionaliseringsactiviteit (geweest) voor het team | 13 | 8,6 |
| Geen van bovenstaande | 6 | 4,0 |
| Totaal | 151 | 100,0 |
| Vmbo | ||
| De wijziging naar meer wiskundige denk-werkwijzen is een gespreksonderwerp (geweest) in het team | 68 | 51,1 |
| De wijziging naar meer wiskundige denk-werkwijzen is (nog) niet onder de aandacht | 39 | 29,3 |
| Er wordt op school/in de les (al langer) aandacht besteed aan wiskundige denk-werkwijzenop school/in de les | 35 | 26,3 |
| Er zijn leermiddelen (aangeschaft) die een beroep doen op wiskundige denk-werkwijzen | 16 | 12,0 |
| De wijziging naar meer wiskundige denk-werkwijzen is een professionaliseringsactiviteit (geweest) voor het team | 14 | 10,5 |
| Geen van bovenstaande | 7 | 5,3 |
| Totaal | 133 | 100,0 |
| Havo/vwo | ||
| De wijziging naar meer wiskundige denk-werkwijzen is een gespreksonderwerp (geweest) in het team | 48 | 49,0 |
| De wijziging naar meer wiskundige denk-werkwijzen is (nog) niet onder de aandacht | 28 | 28,6 |
| Er wordt op school/in de les (al langer) aandacht besteed aan wiskundige denk-werkwijzenop school/in de les | 27 | 27,6 |
| Er zijn leermiddelen (aangeschaft) die een beroep doen op wiskundige denk-werkwijzen | 15 | 15,3 |
| De wijziging naar meer wiskundige denk-werkwijzen is een professionaliseringsactiviteit (geweest) voor het team | 13 | 13,3 |
| Geen van bovenstaande | 6 | 6,1 |
| Totaal | 98 | 100,0 |
| So | ||
| De wijziging naar meer wiskundige denk-werkwijzen is (nog) niet onder de aandacht | 43 | 46,2 |
| De wijziging naar meer wiskundige denk-werkwijzen is een gespreksonderwerp (geweest) in het team | 18 | 19,4 |
| Geen van bovenstaande | 18 | 19,4 |
| Er zijn leermiddelen (aangeschaft) die een beroep doen op wiskundige denk-werkwijzen | 12 | 12,9 |
| Er wordt op school/in de les (al langer) aandacht besteed aan wiskundige denk-werkwijzenop school/in de les | 10 | 10,8 |
| De wijziging naar meer wiskundige denk-werkwijzen is een professionaliseringsactiviteit (geweest) voor het team | 9 | 9,7 |
| Totaal | 93 | 100,0 |
| Vso | ||
| De wijziging naar meer wiskundige denk-werkwijzen is (nog) niet onder de aandacht | 35 | 43,8 |
| Er zijn leermiddelen (aangeschaft) die een beroep doen op wiskundige denk-werkwijzen | 17 | 21,3 |
| De wijziging naar meer wiskundige denk-werkwijzen is een gespreksonderwerp (geweest) in het team | 16 | 20,0 |
| Er wordt op school/in de les (al langer) aandacht besteed aan wiskundige denk-werkwijzenop school/in de les | 14 | 17,5 |
| Geen van bovenstaande | 13 | 16,3 |
| De wijziging naar meer wiskundige denk-werkwijzen is een professionaliseringsactiviteit (geweest) voor het team | 6 | 7,5 |
| Totaal | 80 | 100,0 |
| n | % | |
|---|---|---|
| Bo | ||
| Ja | 144 | 95,4 |
| Nee | 7 | 4,6 |
| Totaal | 151 | 100,0 |
| Vmbo | ||
| Ja | 126 | 94,7 |
| Nee | 7 | 5,3 |
| Totaal | 133 | 100,0 |
| Havo/vwo | ||
| Ja | 90 | 91,8 |
| Nee | 8 | 8,2 |
| Totaal | 98 | 100,0 |
| So | ||
| Ja | 91 | 97,8 |
| Nee | 2 | 2,2 |
| Totaal | 93 | 100,0 |
| Vso | ||
| Ja | 75 | 93,8 |
| Nee | 5 | 6,3 |
| Totaal | 80 | 100,0 |
| n | % | |
|---|---|---|
| Bo | ||
| Ja, zeer. | 18 | 11,9 |
| Ja, in voldoende mate | 31 | 20,5 |
| Ja, maar we werken ook aan verdere ontwikkeling daarvan | 85 | 56,3 |
| Nee, moet op enkele punten verder worden ontwikkeld | 15 | 9,9 |
| Nee, er is nog veel nodig | 2 | 1,3 |
| Totaal | 151 | 100,0 |
| Vmbo | ||
| Ja, zeer. | 8 | 6,0 |
| Ja, in voldoende mate | 21 | 15,8 |
| Ja, maar we werken ook aan verdere ontwikkeling daarvan | 79 | 59,4 |
| Nee, moet op enkele punten verder worden ontwikkeld | 23 | 17,3 |
| Nee, er is nog veel nodig | 2 | 1,5 |
| Totaal | 133 | 100,0 |
| Havo/vwo | ||
| Ja, zeer. | 12 | 12,2 |
| Ja, in voldoende mate | 17 | 17,3 |
| Ja, maar we werken ook aan verdere ontwikkeling daarvan | 54 | 55,1 |
| Nee, moet op enkele punten verder worden ontwikkeld | 13 | 13,3 |
| Nee, er is nog veel nodig | 2 | 2,0 |
| Totaal | 98 | 100,0 |
| So | ||
| Ja, zeer. | 10 | 10,8 |
| Ja, in voldoende mate | 18 | 19,4 |
| Ja, maar we werken ook aan verdere ontwikkeling daarvan | 48 | 51,6 |
| Nee, moet op enkele punten verder worden ontwikkeld | 16 | 17,2 |
| Nee, er is nog veel nodig | 1 | 1,1 |
| Totaal | 93 | 100,0 |
| Vso | ||
| Ja, zeer. | 10 | 12,5 |
| Ja, in voldoende mate | 24 | 30,0 |
| Ja, maar we werken ook aan verdere ontwikkeling daarvan | 37 | 46,3 |
| Nee, moet op enkele punten verder worden ontwikkeld | 6 | 7,5 |
| Nee, er is nog veel nodig | 3 | 3,8 |
| Totaal | 80 | 100,0 |
| n | % | |
|---|---|---|
| Bo | ||
| Ja, voor alle leerlingen | 36 | 23,8 |
| Ja, voor een deel van de leerlingen | 39 | 25,8 |
| Nee | 76 | 50,3 |
| Totaal | 151 | 100,0 |
| Vmbo | ||
| Ja, voor alle leerlingen | 42 | 31,6 |
| Ja, voor een deel van de leerlingen | 31 | 23,3 |
| Nee | 60 | 45,1 |
| Totaal | 133 | 100,0 |
| Havo/vwo | ||
| Ja, voor alle leerlingen | 25 | 25,5 |
| Ja, voor een deel van de leerlingen | 25 | 25,5 |
| Nee | 48 | 49,0 |
| Totaal | 98 | 100,0 |
| So | ||
| Ja, voor alle leerlingen | 35 | 37,6 |
| Ja, voor een deel van de leerlingen | 31 | 33,3 |
| Nee | 27 | 29,0 |
| Totaal | 93 | 100,0 |
| Vso | ||
| Ja, voor alle leerlingen | 47 | 58,8 |
| Ja, voor een deel van de leerlingen | 17 | 21,3 |
| Nee | 16 | 20,0 |
| Totaal | 80 | 100,0 |
| Onvoldoende | Engszins onvoldoende | Neutraal | Engszins voldoende | Voldoende | Niet van toepassing | Totaal | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| n | % | n | % | n | % | n | % | n | % | n | % | n | % | |||||||
| Bo | ||||||||||||||||||||
| Deskundigheid binnen de school om dit onderwijs (verder) te ontwikkelen | 1 | 0,7 | 4 | 2,6 | 23 | 15,2 | 46 | 30,5 | 77 | 51,0 | 0 | 0,0 | 151 | 100,0 | ||||||
| Beschikbare tijd om dit onderwijs (verder) te ontwikkelen | 6 | 4,0 | 35 | 23,2 | 24 | 15,9 | 56 | 37,1 | 30 | 19,9 | 0 | 0,0 | 151 | 100,0 | ||||||
| Draagvlak binnen de school om dit onderwijs (verder) te ontwikkelen | 3 | 2,0 | 7 | 4,6 | 19 | 12,6 | 39 | 25,8 | 82 | 54,3 | 1 | 0,7 | 151 | 100,0 | ||||||
| Sturing binnen de school om dit onderwijs (verder) te ontwikkelen | 0 | 0,0 | 5 | 3,3 | 14 | 9,3 | 45 | 29,8 | 87 | 57,6 | 0 | 0,0 | 151 | 100,0 | ||||||
| Beschikbare faciliteiten binnen de school om dit onderwijs (verder) te ontwikkelen | 1 | 0,7 | 10 | 6,6 | 24 | 15,9 | 49 | 32,5 | 67 | 44,4 | 0 | 0,0 | 151 | 100,0 | ||||||
| Inzicht in hoe wij als school burgerschapsonderwijs willen vormgeven | 0 | 0,0 | 7 | 4,6 | 11 | 7,3 | 49 | 32,5 | 84 | 55,6 | 0 | 0,0 | 151 | 100,0 | ||||||
| Inzicht in wat de wet van ons als school verwacht | 2 | 1,3 | 12 | 7,9 | 12 | 7,9 | 47 | 31,1 | 78 | 51,7 | 0 | 0,0 | 151 | 100,0 | ||||||
| Externe ondersteuning bij de ontwikkeling/vormgeving van dit onderwijs | 7 | 4,6 | 22 | 14,6 | 39 | 25,8 | 28 | 18,5 | 30 | 19,9 | 25 | 16,6 | 151 | 100,0 | ||||||
| Vmbo | ||||||||||||||||||||
| Deskundigheid binnen de school om dit onderwijs (verder) te ontwikkelen | 0 | 0,0 | 6 | 4,5 | 5 | 3,8 | 36 | 27,1 | 86 | 64,7 | 0 | 0,0 | 133 | 100,0 | ||||||
| Beschikbare tijd om dit onderwijs (verder) te ontwikkelen | 4 | 3,0 | 25 | 18,8 | 14 | 10,5 | 50 | 37,6 | 40 | 30,1 | 0 | 0,0 | 133 | 100,0 | ||||||
| Draagvlak binnen de school om dit onderwijs (verder) te ontwikkelen | 1 | 0,8 | 6 | 4,5 | 13 | 9,8 | 50 | 37,6 | 63 | 47,4 | 0 | 0,0 | 133 | 100,0 | ||||||
| Sturing binnen de school om dit onderwijs (verder) te ontwikkelen | 0 | 0,0 | 5 | 3,8 | 9 | 6,8 | 32 | 24,1 | 85 | 63,9 | 2 | 1,5 | 133 | 100,0 | ||||||
| Beschikbare faciliteiten binnen de school om dit onderwijs (verder) te ontwikkelen | 1 | 0,8 | 13 | 9,8 | 17 | 12,8 | 44 | 33,1 | 58 | 43,6 | 0 | 0,0 | 133 | 100,0 | ||||||
| Inzicht in hoe wij als school burgerschapsonderwijs willen vormgeven | 1 | 0,8 | 6 | 4,5 | 10 | 7,5 | 36 | 27,1 | 79 | 59,4 | 1 | 0,8 | 133 | 100,0 | ||||||
| Inzicht in wat de wet van ons als school verwacht | 0 | 0,0 | 7 | 5,3 | 12 | 9,0 | 35 | 26,3 | 79 | 59,4 | 0 | 0,0 | 133 | 100,0 | ||||||
| Externe ondersteuning bij de ontwikkeling/vormgeving van dit onderwijs | 1 | 0,8 | 15 | 11,3 | 29 | 21,8 | 21 | 15,8 | 43 | 32,3 | 24 | 18,0 | 133 | 100,0 | ||||||
| Havo/vwo | ||||||||||||||||||||
| Deskundigheid binnen de school om dit onderwijs (verder) te ontwikkelen | 0 | 0,0 | 3 | 3,1 | 8 | 8,2 | 31 | 31,6 | 56 | 57,1 | 0 | 0,0 | 98 | 100,0 | ||||||
| Beschikbare tijd om dit onderwijs (verder) te ontwikkelen | 10 | 10,2 | 21 | 21,4 | 14 | 14,3 | 35 | 35,7 | 18 | 18,4 | 0 | 0,0 | 98 | 100,0 | ||||||
| Draagvlak binnen de school om dit onderwijs (verder) te ontwikkelen | 1 | 1,0 | 8 | 8,2 | 14 | 14,3 | 22 | 22,4 | 53 | 54,1 | 0 | 0,0 | 98 | 100,0 | ||||||
| Sturing binnen de school om dit onderwijs (verder) te ontwikkelen | 0 | 0,0 | 4 | 4,1 | 4 | 4,1 | 37 | 37,8 | 53 | 54,1 | 0 | 0,0 | 98 | 100,0 | ||||||
| Beschikbare faciliteiten binnen de school om dit onderwijs (verder) te ontwikkelen | 1 | 1,0 | 11 | 11,2 | 12 | 12,2 | 37 | 37,8 | 36 | 36,7 | 1 | 1,0 | 98 | 100,0 | ||||||
| Inzicht in hoe wij als school burgerschapsonderwijs willen vormgeven | 0 | 0,0 | 6 | 6,1 | 6 | 6,1 | 25 | 25,5 | 61 | 62,2 | 0 | 0,0 | 98 | 100,0 | ||||||
| Inzicht in wat de wet van ons als school verwacht | 5 | 5,1 | 6 | 6,1 | 8 | 8,2 | 25 | 25,5 | 54 | 55,1 | 0 | 0,0 | 98 | 100,0 | ||||||
| Externe ondersteuning bij de ontwikkeling/vormgeving van dit onderwijs | 6 | 6,1 | 5 | 5,1 | 23 | 23,5 | 23 | 23,5 | 26 | 26,5 | 15 | 15,3 | 98 | 100,0 | ||||||
| So | ||||||||||||||||||||
| Deskundigheid binnen de school om dit onderwijs (verder) te ontwikkelen | 2 | 2,2 | 4 | 4,3 | 9 | 9,7 | 18 | 19,4 | 60 | 64,5 | 0 | 0,0 | 93 | 100,0 | ||||||
| Beschikbare tijd om dit onderwijs (verder) te ontwikkelen | 4 | 4,3 | 10 | 10,8 | 13 | 14,0 | 36 | 38,7 | 30 | 32,3 | 0 | 0,0 | 93 | 100,0 | ||||||
| Draagvlak binnen de school om dit onderwijs (verder) te ontwikkelen | 0 | 0,0 | 7 | 7,5 | 12 | 12,9 | 19 | 20,4 | 55 | 59,1 | 0 | 0,0 | 93 | 100,0 | ||||||
| Sturing binnen de school om dit onderwijs (verder) te ontwikkelen | 1 | 1,1 | 0 | 0,0 | 4 | 4,3 | 25 | 26,9 | 63 | 67,7 | 0 | 0,0 | 93 | 100,0 | ||||||
| Beschikbare faciliteiten binnen de school om dit onderwijs (verder) te ontwikkelen | 1 | 1,1 | 4 | 4,3 | 5 | 5,4 | 25 | 26,9 | 58 | 62,4 | 0 | 0,0 | 93 | 100,0 | ||||||
| Inzicht in hoe wij als school burgerschapsonderwijs willen vormgeven | 0 | 0,0 | 4 | 4,3 | 8 | 8,6 | 16 | 17,2 | 65 | 69,9 | 0 | 0,0 | 93 | 100,0 | ||||||
| Inzicht in wat de wet van ons als school verwacht | 1 | 1,1 | 9 | 9,7 | 11 | 11,8 | 14 | 15,1 | 58 | 62,4 | 0 | 0,0 | 93 | 100,0 | ||||||
| Externe ondersteuning bij de ontwikkeling/vormgeving van dit onderwijs | 3 | 3,2 | 7 | 7,5 | 20 | 21,5 | 24 | 25,8 | 27 | 29,0 | 12 | 12,9 | 93 | 100,0 | ||||||
| Vso | ||||||||||||||||||||
| Deskundigheid binnen de school om dit onderwijs (verder) te ontwikkelen | 0 | 0,0 | 1 | 1,3 | 7 | 8,8 | 19 | 23,8 | 53 | 66,3 | 0 | 0,0 | 80 | 100,0 | ||||||
| Beschikbare tijd om dit onderwijs (verder) te ontwikkelen | 1 | 1,3 | 13 | 16,3 | 7 | 8,8 | 22 | 27,5 | 37 | 46,3 | 0 | 0,0 | 80 | 100,0 | ||||||
| Draagvlak binnen de school om dit onderwijs (verder) te ontwikkelen | 0 | 0,0 | 1 | 1,3 | 5 | 6,3 | 13 | 16,3 | 61 | 76,3 | 0 | 0,0 | 80 | 100,0 | ||||||
| Sturing binnen de school om dit onderwijs (verder) te ontwikkelen | 0 | 0,0 | 2 | 2,5 | 1 | 1,3 | 14 | 17,5 | 63 | 78,8 | 0 | 0,0 | 80 | 100,0 | ||||||
| Beschikbare faciliteiten binnen de school om dit onderwijs (verder) te ontwikkelen | 1 | 1,3 | 7 | 8,8 | 3 | 3,8 | 20 | 25,0 | 49 | 61,3 | 0 | 0,0 | 80 | 100,0 | ||||||
| Inzicht in hoe wij als school burgerschapsonderwijs willen vormgeven | 1 | 1,3 | 1 | 1,3 | 4 | 5,0 | 20 | 25,0 | 54 | 67,5 | 0 | 0,0 | 80 | 100,0 | ||||||
| Inzicht in wat de wet van ons als school verwacht | 2 | 2,5 | 7 | 8,8 | 6 | 7,5 | 21 | 26,3 | 44 | 55,0 | 0 | 0,0 | 80 | 100,0 | ||||||
| Externe ondersteuning bij de ontwikkeling/vormgeving van dit onderwijs | 2 | 2,5 | 4 | 5,0 | 14 | 17,5 | 21 | 26,3 | 25 | 31,3 | 14 | 17,5 | 80 | 100,0 | ||||||
Referenties
Inspectie van het Onderwijs (2026). Technisch rapport passend onderwijs. De Staat van het Onderwijs 2026. Utrecht: Inspectie van het onderwijs.