Inspectie van het Onderwijs banner
Technisch rapport onderwijsloopbanen. De Staat van het Onderwijs 2026.

Publicatiedatum

april 2026

Inleiding

Dit is het technisch rapport dat ten grondslag ligt aan het hoofdstuk Onderwijsloopbanen van de Staat van het Onderwijs 2026. In dit rapport staat de verantwoording van de onderzoeksgegevens. In dit technisch rapport besteden we aandacht aan:

  • Nieuwkomers in het funderend onderwijs
  • Schooladviezen in het funderend onderwijs
  • Instroom, uitval en diploma’s in het middelbaar beroepsonderwijs
  • Doorstroom van het voortgezet onderwijs naar het vervolgonderwijs
  • Arbeidsmarktuitkomsten naar afgelegde onderwijsroute, startkwalificatie en referentieniveau Nederlandse taal

Databronnen en definities

Databronnen

DUO-ROD

Vanuit de dienst uitvoering onderwijs (DUO) krijgt de Inspectie van het Onderwijs bestanden uit het register onderwijsdeelnemers (ROD), ook wel 1-cijferbestanden genoemd, met o.a. leerlingaantallen, achtergrondkenmerken, eindtoets- en examengegevens. De 1-cijferbestanden zijn gebaseerd op afspraken tussen ketenpartners als het ministerie van OCW, CBS, DUO, de Inspectie van het Onderwijs en koepelorganisaties, om zo op een eenduidige manier onderwijsgegevens te ontsluiten volgens van tevoren vastgestelde definities. Dit betreft de inschrijving op peildatum 1 oktober van het betreffende school- of studiejaar. Of de diplomering van leerlingen of studenten in het betreffende school- of studiejaar. Voor de analyses worden alleen de hoofdinschrijvingen of -diploma’s in de sector op bekostigde scholen of instellingen meegenomen.

CBS

Om de leerling- en studentgegevens te verrijken zijn de DUO-data op individueel niveau gekoppeld aan CBS-gegevens in de beveiligde Microdata-omgeving. Hierdoor kan onder andere gebruikt gemaakt worden van het woonadres, opleidingsniveau en inkomensniveau van de ouders van leerlingen, en gegevens over werk en inkomen. Hiervoor worden de volgende microdatabestanden gebruikt: - SPOLISBUS - SECMBUS - Gbapersoontab - Kindoudertab - Inhatab - Hoogsteopltab.

Definities

Inschrijvingsjaar

Het kalenderjaar waarin op teldatum 1 oktober unieke (hoofd)inschrijvingen worden geteld.

Schooljaar/studiejaar

Schooljaar/studiejaar met teldatum 1 oktober waarop de unieke (hoofd)inschrijvingen worden geteld.

Diplomajaar

Het schooljaar waarin de student een diploma heeft behaald. Diplomajaar 2017 heeft bijvoorbeeld betrekking op schooljaar 2017-2018. Aangezien de meeste studenten hun diploma aan het einde van het schooljaar behalen, wijkt het diplomajaar dus af van het kalenderjaar waarin het diploma naar alle waarschijnlijkheid is behaald.

Leeftijd

Leeftijd van de leerling of student op 1 oktober van het inschrijvingsjaar.

Migratieachtergrond

Op basis van het eigen geboorteland en het geboorteland van de juridische ouders worden leerlingen ingedeeld in categorieën: Nederlandse herkomst; migranten; en kinderen van migranten. Vervolgens worden deze 3 categorieën nader ingedeeld op basis van de geografische ligging van het herkomstland: Nederland; migranten uit Europa; migranten van buiten Europa; kinderen van migranten uit Europa; kinderen van migranten van buiten Europa.

Nieuwkomer

Een leerling of student wordt als nieuwkomer gerekend als de leerling of student zelf en de beide juridische ouders niet in Nederland geboren zijn, én de leerling of student korter dan 4 jaar in Nederland is. Hierbij wordt uitgegaan van de peildatum 1 oktober.

Hoogst behaalde opleiding ouders

Vastgesteld is wie de (juridische) ouders zijn van de leerling of student en het hoogst behaalde opleidingsniveau onder beide ouders. Als een leerling of student 1 ouder heeft dan geldt het opleidingsniveau van deze ouder. Het opleidingsniveau is ingedeeld in 4 categorieën: maximaal een mbo 2-opleiding; mbo 3- of mbo 4-opleiding; hbo-ad of - bachelor; wo- of hbo-master. Het opleidingsniveau van ouders is bij een deel van de leerlingen en studenten onbekend.

Inkomensklasse ouders

Het huishouden van de leerling of ouders(s) van de student wordt bepaald en daar wordt het gestandaardiseerd besteedbaar huishoudinkomen in percentielen van de populatie aan gekoppeld.

Doorstroomtoets (po en so)

Voor scholen in het po en so is het verplicht om bij leerlingen (leerlingen met een ontheffing uitgezonderd) in het laatste leerjaar een doorstroomtoets af te nemen.

Schooladvies voortgezet onderwijs: initieel (po en so)

Dit is het schooladvies dat basisschoolleerlingen krijgen voordat de uitslag van de doorstroomtoets bekend is.

Toetsadvies voortgezet onderwijs (po en so)

Dit is het schooladvies dat basisschoolleerlingen krijgen op basis van de resultaten van de doorstroomtoets.Sinds schooljaar 2018-2019 zijn toetsadviezen altijd dubbele adviezen, met uitzondering van het enkelvoudige vwo advies.

In aanmerking voor herziening (po en so)

Wanneer het toetsadvies hoger is dan het initiële schooladvies, heeft een leerling recht op heroverweging van dit advies. Als na heroverweging een hoger advies passend is dan moet de school het schooladvies bijstellen naar boven. Wanneer een school besluit het advies niet te verhogen dan is de school verplicht dit te motiveren. In de tabellen wordt onderscheid gemaakt tussen heroverweging op basis van een half niveau of minstens een heel niveau verschil. Het onderscheid tussen een half niveau of minstens een heel niveau verschil geeft een indicatie van de mate waarin het initiële advies afweek van het toetsadvies. Met de invoering van de doorstroomtoets in 2023-2024 zijn scholen in principe verplicht om het schooladvies aan te passen, als het toetsadvies hoger is dan het voorlopig schooladvies.

Herzien advies (po en so)

Een herzien advies is de definitieve bijstelling van het schooladvies in groep 8 naar aanleiding van de resultaten op de doorstroomtoets. Wanneer een leerling op deze toets hoger scoort dan het eerder gegeven voorlopig advies, is de basisschool wettelijk verplicht het advies naar boven bij te stellen, tenzij de school gemotiveerd kan aantonen dat dit niet in het belang van de leerling is. Een herzien advies kan nooit lager uitvallen dan het voorlopig advies.

Schooladvies voortgezet onderwijs: definitief (po en so)

Dit is het schooladvies van basisschoolleerlingen na een eventuele herziening. Het is dus het advies waarmee leerlingen het voortgezet onderwijs instromen.

Niveau (mbo)

Het mbo heeft opleidingen op 4 niveaus:

  • Entreeopleiding (niveau 1): bedoeld voor jongeren zonder diploma van een vooropleiding of met een diploma van het praktijkonderwijs. Deze opleiding bereidt jongeren voor op de arbeidsmarkt of doorstroom naar een niveau 2-opleiding.
  • Basisberoepsopleiding (niveau 2): bereid studenten voor op uitvoerende werkzaamheden.
  • Vakopleiding (niveau 3): studenten leren werkzaamheden zelfstandig uit te voeren.
  • Middenkaderopleiding (niveau 4): studenten leren werkzaamheden volledig zelfstandig uit te voeren. Studenten met een diploma van niveau 4 kunnen doorstromen naar een vervolgopleiding in het hbo.

Leerweg (mbo)

Er zijn verschillende leerwegen in het mbo, waaronder:

  • Beroeps Opleidende Leerweg (bol): geeft praktijkervaring in de vorm van stages naast vastgestelde contacturen op school.
  • Beroeps Begeleidende Leerweg (bbl): de student werkt 4 dagen in de week en gaat daarnaast 1 dag per week naar school voor de theoretische vorming.

Sectorkamer (mbo)

Elke beroepsopleiding valt onder één van de negen sectorkamers (sbb-indeling).

Instroom (mbo)

Studenten die op 1 oktober van het jaar t staan ingeschreven in het mbo, maar op 1 oktober jaar t-1 geen inschrijving in het mbo hebben.

Instroom in niveau (mbo)

Studenten die op 1 oktober van het jaar t staan ingeschreven in een mbo-niveau, maar op 1 oktober jaar t-1 geen inschrijving in hetzelfde mbo-niveau hebben.

Nieuwe instroom (mbo)

Instromende studenten in het mbo, die voor het eerst staan ingeschreven.

Uitval na start (mbo)

Student staat n-jaar na start niet ingeschreven in het mbo en heeft geen mbo-diploma behaald.

Vooropleiding in het vo (mbo)

Hoogst behaalde of gevolgde onderwijssoort voor het inschrijvingsjaar mbo in het vo.

Vooropleiding in het vo of mbo (mbo)

Hoogst behaalde of gevolgde onderwijssoort voor het inschrijvingsjaar mbo in het vo of behaald niveau in mbo.

Gediplomeerde uitstroom (mbo)

Een student wordt in het hoofdstuk arbeidsmarktuitkomsten als gediplomeerde uitstromer gedefinieerd op het moment dat deze in een bepaald inschrijvingsjaar een diploma heeft behaald, en in het schooljaar hierop niet meer in het (bekostigd) onderwijs staat ingeschreven.

Onderwijsroute voorafgaand aan laatste diploma

Voor alle gediplomeerde uitstromers wordt aan de hand van eerder behaalde diploma’s bepaald welke onderwijssoort deze student heeft gevolgd voorafgaand aan de onderwijssoort waarop hij/zij het meest recente diploma heeft behaald. Indien het een-na-laatste diploma onbekend is, wordt de route bepaald aan de hand van de meest recente onderwijsinschrijving in een onderwijssoort die niet de onderwijssoort van uitstroom is. Indien deze inschrijving/dit diploma geen toegang zou moeten mogen verlenen tot de onderwijssoort van uitstroom wordt de uitstromer aan een restcategorie “overig/onbekend”-voortraject toegedeeld.

Startkwalificatie

Op basis van het hoogst behaalde diploma wordt bepaald of mensen een startkwalificatie hebben. Een startkwalificatie is (minimaal) een diploma havo, vwo of mbo (niveau 2 of hoger), en is het minimale diploma dat nodig is om volwaardig deel te nemen aan de arbeidsmarkt en voldoet aan de Nederlandse kwalificatieplicht.

Aantal gewerkte uren per maand

Het totaalaantal gewerkte basisuren per maand. Indien mensen meerdere dienstverbanden hebben in dezelfde maand worden deze uren bij elkaar opgeteld.

Baan voor ten minste 12 uur per week

Mensen worden aangeduid als werknemer met een baan van ten minste 12 uur per week als hun totaal gewerkte uren per maand / 4.33 groter of gelijk is aan 12.

Sociaaleconomische categorie

Op basis van het SECMBUS bestand wordt bepaald tot welke sociaaleconomische categorie oud-onderwijsdeelnemers behoren. Hierbij nemen we 1 oktober als peilmoment. Van het meer fijnmazig onderscheid van het CBS maken wij een categorisatie in 4 categorieën: Werk of zelfstandig ondernemer (hieronder vallen werknemer, directeur/grootaandeelhouder, zelfstandig ondernemer, overige zelfstandige, en meewerkend gezinslid); In onderwijs (hieronder vallen nog niet schoolgaand/scholier/student met en zonder inkomen); ontvanger uitkering (hieronder vallen ontvanger ww, bijstand, pensioen, ziekte/ao, overige sociale voorzieningen); en overig (overig zonder inkomen).

Uurloon

Het uurloon wordt bepaald door het basisloon te delen door het aantal gewerkte basisuren. Vervolgens wordt deze geïndexeerd op het CPI-prijspeil van 2024 met behulp van CBS-data: https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/83131NED/table

Voltijd baan

Mensen worden aangeduid als voltijd-baan als hun totaal gewerkte uren per maand / 4.33 groter of gelijk is aan 35.

Werk

Op basis van de indeling naar sociaaleconomische categorie uit het SECMBUS bestand is een indeling gemaakt in 2 categorieën: Werkend (hieronder vallen werknemer, directeur/grootaandeelhouder, zelfstandig ondernemer, overige zelfstandige, en meewerkend gezinslid); en Niet-werkend (hieronder vallen nog niet schoolgaand/scholier/student met en zonder inkomen, ontvanger ww, bijstand, pensioen, ziekte/ao, overige sociale voorzieningen en overig zonder inkomen).

Resultaten

Nieuwkomers (po en (v)so)

In tabel Tabel 1 en Tabel 2 wordt de instroom van nieuwkomers in het basisonderwijs (bo), speciaal basisonderwijs (sbo) en (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so) weergegeven. De resultaten tonen een stijgende instroom in het sbo en so.

Tabel 1: Aantal en percentage van nieuwkomers dat instroomt in het po
   2020/2021     2021/2022     2022/2023     2023/2024     2024/2025 
   %   n     %   n     %   n     %   n     %   n 
 Basisonderwijs 
   Geen instroom   Geen nieuwkomer    97,7  1.176.520    98,1  1.168.837    98,0  1.153.492    97,1  1.139.265    96,4  1.129.048 
    Nieuwkomer    2,3  28.060    1,9  23.179    2,0  23.783    2,9  34.161    3,6  41.623 
   Instroom   Geen nieuwkomer    94,4  171.250    93,1  166.536    87,1  167.309    89,3  165.829    90,0  165.087 
    Nieuwkomer    5,6  10.193    6,9  12.264    12,9  24.745    10,7  19.904    10,0  18.423 
 Speciaal basisonderwijs 
   Geen instroom   Geen nieuwkomer    98,0  26.829    98,5  26.622    98,7  26.504    98,8  25.566    98,2  25.029 
    Nieuwkomer    2,0  553    1,5  398    1,3  336    1,2  322    1,8  469 
   Instroom   Geen nieuwkomer    94,6  7.844    95,3  7.985    95,3  7.406    94,1  7.550    91,5  7.079 
    Nieuwkomer    5,4  445    4,7  395    4,7  367    5,9  476    8,5  654 
Tabel 2: Aantal en percentage van nieuwkomers dat instroomt in het (v)so
   2020/2021     2021/2022     2022/2023     2023/2024     2024/2025 
   %   n     %   n     %   n     %   n     %   n 
 So 
   Geen instroom   Geen nieuwkomer    94,7  23.841    94,1  24.254    93,8  24.699    93,4  24.724    92,9  24.906 
    Nieuwkomer    5,3  1.331    5,9  1.518    6,2  1.633    6,6  1.736    7,1  1.913 
   Instroom   Geen nieuwkomer    92,2  6.841    92,6  7.256    91,9  6.923    90,6  7.273    90,4  7.468 
    Nieuwkomer    7,8  576    7,4  580    8,1  611    9,4  754    9,6  794 
 Vso 
   Geen instroom   Geen nieuwkomer    95,6  26.564    95,0  26.616    94,7  26.474    94,4  26.719    93,8  27.172 
    Nieuwkomer    4,4  1.209    5,0  1.392    5,3  1.471    5,6  1.583    6,2  1.794 
   Instroom   Geen nieuwkomer    93,4  9.196    93,6  9.355    93,5  9.662    92,5  9.947    91,5  9.676 
    Nieuwkomer    6,6  652    6,4  635    6,5  667    7,5  801    8,5  895 

Schooladviezen

In het afgelopen schooljaar zijn er minder adviezen bijgesteld in het bo. Bovendien zijn er meer leerlingen die niet in aanmerking kwamen voor bijstelling van het advies wat waarschijnlijk te maken heeft met het hogere aandeel dubbele adviezen (zie Tabel 3 tot en met Tabel 17).

Tabel 3: Aantal en percentage leerlingen met een bepaald initieel schooladvies (bo)
 2020/2021     2021/2022     2022/2023     2023/2024     2024/2025 
 %   n     %   n     %   n     %   n     %   n 
 Breed (> 2 niveaus)  0,3  601    0,3  530    0,5  845    0,8  1.400    0,6  1.071 
 Vso  0,1  222    0,1  233    0,1  212    0,2  304    0,1  249 
 Praktijkonderwijs  0,9  1.638    1,0  1.676    1,0  1.778    1,2  2.004    1,2  1.946 
 Vmbo-b  5,8  10.194    5,9  10.169    5,6  9.690    5,3  8.949    4,5  7.602 
 Vmbo-b/vmbo-k  4,2  7.246    4,2  7.200    4,1  7.083    4,9  8.286    5,1  8.467 
 Vmbo-k  9,4  16.346    9,5  16.320    9,3  16.088    8,7  14.658    7,8  13.101 
 Vmbo-k/vmbo-g/t  5,1  8.877    5,4  9.302    5,7  9.901    7,1  11.925    7,8  12.983 
 Vmbo-g/t  17,3  30.244    17,1  29.279    16,7  28.855    15,0  25.372    14,1  23.632 
 Vmbo-g/t/havo  10,1  17.606    10,3  17.761    10,5  18.146    11,8  19.894    12,7  21.270 
 Havo  17,0  29.730    16,2  27.761    16,3  28.199    14,7  24.883    14,0  23.473 
 Havo/vwo  10,8  18.941    11,1  18.976    11,1  19.184    12,7  21.421    13,7  22.868 
 Vwo  18,9  32.953    18,9  32.414    18,9  32.651    17,7  29.866    18,2  30.464 
 Totaal  100,0  174.598    100,0  171.621    100,0  172.632    100,0  168.962    100,0  167.126 
Tabel 4: Aantal en percentage leerlingen met een bepaald initieel schooladvies (sbo)
 2020/2021     2021/2022     2022/2023     2023/2024     2024/2025 
 %   n     %   n     %   n     %   n     %   n 
 Breed (> 2 niveaus)  0,8  58    0,6  41    0,4  28    1,0  72    1,1  73 
 Vso  8,2  566    9,8  670    9,3  656    12,0  835    10,7  715 
 Praktijkonderwijs  42,2  2.913    41,4  2.818    41,8  2.937    42,4  2.941    43,4  2.892 
 Vmbo-b  29,0  1.999    28,8  1.960    28,5  2.002    26,1  1.810    24,9  1.662 
 Vmbo-b/vmbo-k  6,0  413    6,1  418    5,7  404    5,7  394    6,2  411 
 Vmbo-k  6,3  435    6,3  426    6,7  471    5,7  395    6,1  408 
 Vmbo-k/vmbo-g/t  1,6  109    1,3  91    1,5  107    1,5  104    1,9  126 
 Vmbo-g/t  3,7  254    3,2  220    3,6  254    2,9  201    3,0  199 
 Vmbo-g/t/havo  0,7  50    0,9  63    0,9  62    0,9  60    0,9  62 
 Havo  0,8  56    0,9  59    0,9  65    1,0  68    0,9  59 
 Havo/vwo  0,3  20    0,3  19    0,2  16    0,3  21    0,5  31 
 Vwo  0,3  24    0,3  20    0,4  29    0,4  31    0,4  30 
 Totaal  100,0  6.897    100,0  6.805    100,0  7.031    100,0  6.932    100,0  6.668 
Tabel 5: Aantal en percentage leerlingen met een bepaald initieel schooladvies (so)
 2020/2021     2021/2022     2022/2023     2023/2024     2024/2025 
 %   n     %   n     %   n     %   n     %   n 
 Vso  43,0  2.006    38,9  1.765    42,0  2.109    43,5  2.278    43,4  2.230 
 Praktijkonderwijs  12,9  602    13,6  619    13,9  699    14,1  739    13,2  676 
 Vmbo-b  15,5  723    15,5  705    15,4  772    14,9  780    13,2  676 
 Vmbo-b/vmbo-k  5,2  243    5,2  234    4,6  232    5,6  292    6,5  336 
 Vmbo-k  7,4  346    8,1  366    7,6  379    6,8  356    7,1  364 
 Vmbo-k/vmbo-g/t  1,6  77    2,0  89    2,2  109    2,5  130    3,8  193 
 Vmbo-g/t  8,1  378    8,9  406    6,7  338    6,5  339    5,9  301 
 Vmbo-g/t/havo  1,5  71    2,0  93    1,9  94    1,5  81    2,3  120 
 Havo  2,9  135    3,8  171    3,1  158    2,2  116    2,7  139 
 Havo/vwo  1,0  48    1,2  54    1,5  77    1,5  81    1,4  70 
 Vwo  0,8  39    0,9  41    1,0  49    0,9  46    0,6  32 
 Totaal  100,0  4.668    100,0  4.543    100,0  5.016    100,0  5.238    100,0  5.137 
Tabel 6: Aantal en percentage leerlingen met een bepaald toetsadvies (bo)
 2020/2021     2021/2022     2022/2023     2023/2024     2024/2025 
 %   n     %   n     %   n     %   n     %   n 
 Praktijkonderwijs/vmbo-b  1,2  2.025    1,2  2.040    0,9  1.501    0,9  1.472    0,8  1.248 
 Vmbo-b/vmbo-k  13,4  23.131    12,6  21.604    13,9  23.873    13,4  22.185    13,0  21.375 
 Vmbo-k/vmbo-g/t  21,0  36.182    20,4  34.834    21,7  37.210    22,3  36.853    23,3  38.265 
 Vmbo-g/t/havo  26,6  45.774    29,6  50.595    27,2  46.629    30,1  49.917    30,4  49.889 
 Havo/vwo  18,9  32.635    19,2  32.798    20,1  34.562    21,0  34.828    20,9  34.238 
 Vwo  18,9  32.523    17,0  29.053    16,2  27.750    12,3  20.362    11,5  18.885 
 Totaal  100,0  172.270    100,0  170.924    100,0  171.525    100,0  165.617    100,0  163.900 
Tabel 7: Aantal en percentage leerlingen met een bepaald toetsadvies (sbo)
 2020/2021     2021/2022     2022/2023     2023/2024     2024/2025 
 %   n     %   n     %   n     %   n     %   n 
 Praktijkonderwijs/vmbo-b  52,9  2.960    41,2  2.343    37,9  2.238    39,7  2.314    36,2  2.042 
 Vmbo-b/vmbo-k  33,3  1.860    43,4  2.466    47,9  2.832    48,1  2.804    50,5  2.845 
 Vmbo-k/vmbo-g/t  9,8  548    10,2  580    9,3  551    8,4  492    9,1  510 
 Vmbo-g/t/havo  2,8  159    3,9  223    3,3  197    2,9  167    2,9  163 
 Havo/vwo  0,8  44    0,9  49    1,2  69    0,7  38    1,0  57 
 Vwo  0,4  21    0,5  26    0,4  24    0,3  18    0,3  17 
 Totaal  100,0  5.592    100,0  5.687    100,0  5.911    100,0  5.833    100,0  5.634 
Tabel 8: Aantal en percentage leerlingen met een bepaald toetsadvies (so)
 2020/2021     2021/2022     2022/2023     2023/2024     2024/2025 
 %   n     %   n     %   n     %   n     %   n 
 Praktijkonderwijs/vmbo-b  30,7  841    23,1  717    20,8  624    21,4  695    18,0  544 
 Vmbo-b/vmbo-k  34,8  953    38,6  1.201    42,7  1.283    46,3  1.501    45,0  1.358 
 Vmbo-k/vmbo-g/t  20,4  559    18,9  589    18,4  554    18,5  600    21,6  652 
 Vmbo-g/t/havo  8,8  240    13,0  405    11,5  344    9,8  318    11,6  350 
 Havo/vwo  3,5  97    3,9  121    4,3  128    3,0  96    2,9  89 
 Vwo  1,9  51    2,5  77    2,3  70    1,0  32    0,9  26 
 Totaal  100,0  2.741    100,0  3.110    100,0  3.003    100,0  3.242    100,0  3.019 
Tabel 9: Aantal en percentage leerlingen dat op basis van het toetsadvies in aanmerking kwam voor herziening van het initieel schooladvies (bo)
 2020/2021     2021/2022     2022/2023     2023/2024     2024/2025 
 %   n     %   n     %   n     %   n     %   n 
 Heroverweging i.v.m. half niveau verschil  24,8  42.781    25,1  42.848    23,9  40.977    21,7  35.858    19,4  31.784 
 Heroverweging i.v.m. minstens een heel niveau verschil  11,6  20.014    11,0  18.810    9,5  16.274    10,2  16.917    8,3  13.677 
 Niet in aanmerking voor heroverweging  63,5  109.475    63,9  109.266    66,6  114.274    68,1  112.842    72,3  118.439 
 Totaal  100,0  172.270    100,0  170.924    100,0  171.525    100,0  165.617    100,0  163.900 
Tabel 10: Aantal en percentage leerlingen dat op basis van het toetsadvies in aanmerking kwam voor herziening van het initieel schooladvies (sbo)
 2020/2021     2021/2022     2022/2023     2023/2024     2024/2025 
 %   n     %   n     %   n     %   n     %   n 
 Heroverweging i.v.m. half niveau verschil  19,2  1.071    26,5  1.505    27,9  1.648    29,1  1.695    28,7  1.617 
 Heroverweging i.v.m. minstens een heel niveau verschil  3,9  218    4,6  262    3,6  213    18,2  1.064    20,0  1.129 
 Niet in aanmerking voor heroverweging  76,9  4.303    68,9  3.920    68,5  4.050    52,7  3.074    51,3  2.888 
 Totaal  100,0  5.592    100,0  5.687    100,0  5.911    100,0  5.833    100,0  5.634 
Tabel 11: Aantal en percentage leerlingen dat op basis van het toetsadvies in aanmerking kwam voor herziening van het initieel schooladvies (so)
 2020/2021     2021/2022     2022/2023     2023/2024     2024/2025 
 %   n     %   n     %   n     %   n     %   n 
 Heroverweging i.v.m. half niveau verschil  21,5  589    24,5  761    27,3  821    31,9  1.033    29,2  881 
 Heroverweging i.v.m. minstens een heel niveau verschil  8,6  236    8,1  253    8,9  267    20,9  678    20,7  624 
 Niet in aanmerking voor heroverweging  69,9  1.916    67,4  2.096    63,8  1.915    47,2  1.531    50,1  1.514 
 Totaal  100,0  2.741    100,0  3.110    100,0  3.003    100,0  3.242    100,0  3.019 
Tabel 12: Aantal en percentage leerlingen waarvoor het initieel schooladvies is herzien naar aanleiding van het toetsadvies (bo)
 2020/2021     2021/2022     2022/2023     2023/2024     2024/2025 
 %   n     %   n     %   n     %   n     %   n 
 Niet herzien  89,9  157.038    89,6  153.770    89,7  154.893    72,4  120.762    77,3  128.015 
 Wel herzien  10,1  17.560    10,4  17.851    10,3  17.739    27,6  46.135    22,7  37.504 
 Totaal  100,0  174.598    100,0  171.621    100,0  172.632    100,0  166.897    100,0  165.519 
Tabel 13: Aantal en percentage leerlingen waarvoor het initieel schooladvies is herzien naar aanleiding van het toetsadvies (sbo)
 2020/2021     2021/2022     2022/2023     2023/2024     2024/2025 
 %   n     %   n     %   n     %   n     %   n 
 Niet herzien  97,5  6.725    96,9  6.595    96,9  6.814    85,6  5.850    86,4  5.626 
 Wel herzien  2,5  172    3,1  210    3,1  217    14,4  981    13,6  888 
 Totaal  100,0  6.897    100,0  6.805    100,0  7.031    100,0  6.831    100,0  6.514 
Tabel 14: Aantal en percentage leerlingen waarvoor het initieel schooladvies is herzien naar aanleiding van het toetsadvies (so)
 2020/2021     2021/2022     2022/2023     2023/2024     2024/2025 
 %   n     %   n     %   n     %   n     %   n 
 Niet herzien  97,5  4.551    97,8  4.443    97,2  4.876    85,6  4.133    87,6  4.319 
 Wel herzien  2,5  117    2,2  102    2,8  140    14,4  698    12,4  610 
 Totaal  100,0  4.668    100,0  4.545    100,0  5.016    100,0  4.831    100,0  4.929 
Tabel 15: Aantal en percentage leerlingen naar adviestype (bo)
 2020/2021     2021/2022     2022/2023     2023/2024     2024/2025 
 %   n     %   n     %   n     %   n     %   n 
 Enkelvoudige advies  68,3  119.295    67,3  115.452    66,6  115.016    55,0  92.973    54,6  91.262 
 Meervoudig advies: 2 niveaus  31,3  54.702    32,4  55.639    32,9  56.771    44,1  74.589    44,7  74.753 
 Meervoudig advies: >2 niveaus  0,3  601    0,3  530    0,5  845    0,8  1.400    0,7  1.111 
 Totaal  100,0  174.598    100,0  171.621    100,0  172.632    100,0  168.962    100,0  167.126 
Tabel 16: Aantal en percentage leerlingen naar adviestype (sbo)
 2020/2021     2021/2022     2022/2023     2023/2024     2024/2025 
 %   n     %   n     %   n     %   n     %   n 
 Enkelvoudige advies  90,2  6.224    90,0  6.127    90,6  6.369    86,0  5.960    85,8  5.718 
 Meervoudig advies: 2 niveaus  8,9  615    9,4  637    9,0  634    13,0  900    13,1  872 
 Meervoudig advies: >2 niveaus  0,8  58    0,6  41    0,4  28    1,0  72    1,2  78 
 Totaal  100,0  6.897    100,0  6.805    100,0  7.031    100,0  6.932    100,0  6.668 
Tabel 17: Aantal en percentage leerlingen naar adviestype (so)
 2020/2021     2021/2022     2022/2023     2023/2024     2024/2025 
 %   n     %   n     %   n     %   n     %   n 
 Enkelvoudige advies  89,8  4.191    89,3  4.060    89,2  4.476    84,4  4.442    83,0  4.266 
 Meervoudig advies: 2 niveaus  10,2  477    10,7  485    10,8  540    15,6  823    17,0  873 
 Totaal  100,0  4.668    100,0  4.545    100,0  5.016    100,0  5.265    100,0  5.139 
Tabel 18: Aantal en percentage leerlingen met een bepaald definitief schooladvies (bo)
 2020/2021     2021/2022     2022/2023     2023/2024     2024/2025 
 %   n     %   n     %   n     %   n     %   n 
 Breed (> 2 niveaus)  0,3  601    0,3  530    0,5  845    0,8  1.400    0,7  1.111 
 Vso  0,1  213    0,1  225    0,1  198    0,1  247    0,1  211 
 Praktijkonderwijs  0,8  1.460    0,9  1.495    0,9  1.591    0,8  1.379    0,9  1.434 
 Vmbo-b  5,1  8.840    4,9  8.484    4,6  8.020    2,2  3.726    2,2  3.725 
 Vmbo-b/vmbo-k  4,0  7.001    4,1  6.965    4,0  6.948    5,4  9.095    5,2  8.697 
 Vmbo-k  8,7  15.148    8,7  14.943    8,7  14.963    6,2  10.423    6,0  9.998 
 Vmbo-k/vmbo-g/t  5,2  9.105    5,6  9.535    5,9  10.189    8,4  14.188    8,9  14.867 
 Vmbo-g/t  16,6  28.942    16,5  28.287    16,0  27.648    12,4  20.965    12,1  20.192 
 Vmbo-g/t/havo  10,5  18.249    11,1  18.969    11,0  19.055    14,7  24.809    14,8  24.787 
 Havo  16,8  29.279    16,1  27.555    16,1  27.835    12,7  21.490    12,7  21.192 
 Havo/vwo  11,7  20.347    11,8  20.170    11,9  20.579    15,7  26.497    15,8  26.402 
 Vwo  20,3  35.413    20,1  34.463    20,1  34.761    20,6  34.743    20,6  34.510 
 Totaal  100,0  174.598    100,0  171.621    100,0  172.632    100,0  168.962    100,0  167.126 
Tabel 19: Aantal en percentage leerlingen met een bepaald definitief schooladvies (sbo)
 2020/2021     2021/2022     2022/2023     2023/2024     2024/2025 
 %   n     %   n     %   n     %   n     %   n 
 Breed (> 2 niveaus)  0,8  58    0,6  41    0,4  28    1,0  72    1,2  78 
 Vso  8,1  557    9,6  654    9,1  640    10,5  730    9,5  632 
 Praktijkonderwijs  41,6  2.867    40,3  2.744    40,7  2.860    38,3  2.657    39,2  2.613 
 Vmbo-b  28,8  1.984    28,8  1.962    28,7  2.017    25,0  1.731    24,9  1.662 
 Vmbo-b/vmbo-k  6,2  430    6,6  450    6,2  434    9,6  667    8,9  594 
 Vmbo-k  6,8  468    6,6  452    7,1  499    7,1  492    7,3  486 
 Vmbo-k/vmbo-g/t  1,6  113    1,5  101    1,6  112    2,1  144    2,4  161 
 Vmbo-g/t  3,8  265    3,4  232    3,7  259    3,4  236    3,5  231 
 Vmbo-g/t/havo  0,8  52    1,0  66    1,0  68    0,9  64    1,2  80 
 Havo  0,8  57    0,9  62    0,9  65    1,1  76    0,9  63 
 Havo/vwo  0,3  20    0,3  20    0,3  20    0,4  25    0,6  37 
 Vwo  0,4  26    0,3  21    0,4  29    0,5  38    0,5  31 
 Totaal  100,0  6.897    100,0  6.805    100,0  7.031    100,0  6.932    100,0  6.668 
Tabel 20: Aantal en percentage leerlingen met een bepaald definitief schooladvies (so)
 2020/2021     2021/2022     2022/2023     2023/2024     2024/2025 
 %   n     %   n     %   n     %   n     %   n 
 Vso  42,5  1.982    38,7  1.757    41,6  2.088    41,2  2.168    41,7  2.143 
 Praktijkonderwijs  12,6  587    13,2  601    13,3  667    12,8  675    12,0  617 
 Vmbo-b  15,4  720    15,2  693    15,4  774    13,0  687    11,7  603 
 Vmbo-b/vmbo-k  5,5  255    5,4  244    5,0  251    8,0  419    7,9  407 
 Vmbo-k  7,4  347    8,3  376    7,7  387    7,4  392    7,5  387 
 Vmbo-k/vmbo-g/t  1,9  87    2,0  89    2,3  114    3,4  177    4,8  246 
 Vmbo-g/t  8,2  381    9,2  418    7,0  349    6,7  353    6,3  322 
 Vmbo-g/t/havo  1,7  80    2,1  96    1,9  95    2,5  129    2,8  144 
 Havo  2,9  135    3,8  171    3,2  162    2,2  114    3,0  153 
 Havo/vwo  1,2  55    1,2  56    1,6  80    1,9  98    1,5  76 
 Vwo  0,8  39    1,0  44    1,0  49    1,0  53    0,8  41 
 Totaal  100,0  4.668    100,0  4.545    100,0  5.016    100,0  5.265    100,0  5.139 

We hebben gekeken hoe de verschillen tussen de schooladviezen van jongens en meisjes veranderen wanneer er naast de bo leerlingen, ook de sbo en so leerlingen die een vo-advies krijgen in groep 8 worden meegenomen. We gebruiken hiervoor rechte tellingen met de uitkomsten vwo-advies ja/nee, havo of hoger ja/nee, en vmbo-b/praktijkonderwijs/vso ja/nee, voor zowel de initiële als definitieve adviezen over de periode van 2020-2021 tot en met 2024-2025. De sample bestaat uit alle leerlingen die een vo-advies hebben gekregen gedurende deze periode, ongeacht in welk po-leerjaar ze deze hebben gekregen. Uit de so-sample worden de leerlingen met een advies maar een geregistreerde inschrijving in het vso verwijderd. Vervolgens kijken we naar de jongens/meisjes verschillen als we alleen bo-leerlingen meenemen, zowel bo en sbo leerlingen meenemen, of daarboven ook nog de so leerlingen.

Tabel 21 tot en met Tabel 23 tonen de resultaten van de analyses naar de verschillen in advisering tussen jongens en meisjes in het primair onderwijs over de periode 2020-2021 tot en met 2024-2025.

Tabel 21: Schooladviezen van bo-leerlingen, uitgesplitst naar geslacht (2020-2021 t/m 2024-2025)
 Geslacht 
 Jongen   Meisje 
 Initieel advies 
   Havo of vwo  47,1  44,4 
   Vwo  31,5  29,0 
 Definitief advies 
   Havo of vwo  49,5  46,9 
   Vwo  34,6  32,3 
   434.556  434.600 
Tabel 22: Schooladviezen van bo- en sbo-leerlingen, uitgesplitst naar geslacht (2020-2021 t/m 2024-2025)
 Geslacht 
 Jongen   Meisje 
 Initieel advies 
   Havo of vwo  44,8  43,2 
   Vwo  29,9  28,2 
 Definitief advies 
   Havo of vwo  47,0  45,6 
   Vwo  32,9  31,4 
   458.080  447.166 
Tabel 23: Schooladviezen van bo-, sbo- en so-leerlingen, uitgesplitst naar geslacht (2020-2021 t/m 2024-2025)
 Geslacht 
 Jongen   Meisje 
 Initieel advies 
   Havo of vwo  43,3  42,6 
   Vwo  28,9  27,8 
 Definitief advies 
   Havo of vwo  45,5  45,1 
   Vwo  31,8  31,0 
   476.402  453.446 

Doorstroom (vo, mbo en ho)

Het aantal studenten dat aansluitend van vo naar mbo of ho gaat is het laatste jaar toegenomen. Tussen 2023-2024 en 2024-25 stroomden ruim 105.000 vo-leerlingen door naar het mbo, ruim 8.000 meer dan het jaar ervoor. Ook naar het ho stroomden meer leerlingen door dan het jaar ervoor. De stijging bedroeg hier ongeveer 3.000 leerlingen (zie Tabel 24).

Tabel 24: Studenten die van het vo naar het mbo en ho doorstroom (van jaar t naar jaar t+1)
 Vo 
 2019-2020   2020-2021   2021-2022   2022-2023   2023-2024 
 Mbo  105.740  97.835  96.895  97.553  105.851 
 Ho  77.737  67.415  61.596  57.861  60.836 

Laatste jaar voorlopige cijfers

Instroom (mbo)

Instroom in niveau

Bij de instroom in niveau gaat het om studenten die in het vorige jaar niet in hetzelfde mbo-niveau zaten.

In Figuur 1 tot en met Figuur 4 worden voor de verschillende leerweg-niveau-combinaties de volgende herkomstcategorieën van instroom in mbo-niveaus onderscheiden:

  • Instroom mbo nieuw : ingestroomd in mbo voor het eerst
  • Instroom mbo overig: ingestroomd in mbo niet voor het eerst;
  • Instroom vanuit mbo entree: zat vorig schooljaar in entree;
  • Instroom vanuit mbo niveau 2: zat vorig schooljaar in niveau 2;
  • Instroom vanuit mbo niveau 3: zat vorig schooljaar in niveau 3;
  • Instroom vanuit mbo niveau 4: zat vorig schooljaar in niveau 4.

In de entree stromen voornamelijk studenten in van buiten het mbo, die voor het eerst in het mbo zijn. De entree is dan ook niet bedoelt als eindniveau in het mbo.

Bij de instroom in de niveaus 2 – 4 is, bij de bbl te zien dat een deel ingestroomd is in het mbo, maar eerder ook in het mbo heeft gezeten – dit zijn herintreders. Het aandeel herintreders is bij de bol veel lager.

Bij niveau 2 is bij de bol te zien dat het aantal nieuwe instromers in het mbo gedaald is. Het aandeel studenten dat voor instroom in niveau 2 direct afkomstig is van entree is, mede door de daling van de totale instroom van bol-2, relatief gestegen en omvat in het laatste jaar 22% van de instroom.

Bij niveau 3 is voor de bol ook te zien dat het aantal nieuwe instromers in het mbo gedaald is. Het aantal studenten dat direct afkomstig is van niveau 2 is ook gedaald. Het aantal studenten dat afkomstig is uit niveau 4 (afgestroomd) is meer constant, maar is door de daling van de andere instroomcategorieën relatief sterk toegenomen.

Bij niveau 4 is bij de bol de nieuwe instroom niet trendmatig gedaald zoals bij niveau 2 en 3. Zowel in absolute als relatieve zin (van 18 naar 8%) is de stroom vanuit niveau 3 gedaald.

Figuur 1: Herkomst van studenten die instromen in niveau 1, per leerweg mbo
Figuur 2: Herkomst van studenten die instromen in niveau 2, per leerweg mbo
Figuur 3: Herkomst van studenten die instromen in niveau 3, per leerweg mbo
Figuur 4: Herkomst van studenten die instromen in niveau 4, per leerweg mbo

In Tabel 25 is, per leerweg en niveau, de percentuele verdeling over herkomstcategorieën weergegeven van studenten die instromen in het betreffende mbo-niveau.

Tabel 25: Herkomstcategegorieën instroom in niveau mbo, uitgesplitst naar niveau en leerweg
   Instroom mbo nieuw     Instroom mbo overig     Mbo entree     Mbo niveau 2     Mbo niveau 3     Mbo niveau 4     Totaal 
   %     %     %     %     %     %     n 
 BBL 
   Niveau 1   2015‑2016    87,2    11,8      1,0        2.604 
    2016‑2017    91,2    8,1      0,6      0,0    2.316 
    2017‑2018    91,3    8,0      0,6    0,0    0,0    2.335 
    2018‑2019    93,1    6,3      0,5    0,1    0,0    2.792 
    2019‑2020    92,8    6,4      0,7      0,0    3.132 
    2020‑2021    92,9    6,4      0,7    0,0      2.421 
    2021‑2022    92,5    7,0      0,5    0,0      2.770 
    2022‑2023    93,8    5,7      0,3    0,2      2.982 
    2023‑2024    94,6    4,8      0,6      0,1    3.258 
    2024‑2025    93,4    5,9      0,7      0,0    3.581 
   Niveau 2   2015‑2016    57,7    26,3    7,2      5,2    3,7    14.483 
    2016‑2017    58,0    26,2    6,8      5,4    3,6    15.032 
    2017‑2018    55,5    27,4    8,1      5,7    3,3    14.798 
    2018‑2019    54,9    26,9    8,5      6,1    3,6    16.799 
    2019‑2020    55,5    24,9    9,0      7,0    3,6    17.247 
    2020‑2021    55,4    23,3    9,6      7,5    4,1    15.545 
    2021‑2022    52,9    24,4    9,2      8,3    5,3    16.080 
    2022‑2023    51,6    25,5    8,8      8,7    5,3    17.590 
    2023‑2024    50,8    27,1    8,5      8,1    5,6    19.039 
    2024‑2025    49,5    27,1    10,1      8,2    5,1    18.796 
   Niveau 3   2015‑2016    28,5    29,6    0,1    35,7      6,1    21.919 
    2016‑2017    31,1    30,0    0,1    32,0      6,8    22.820 
    2017‑2018    30,7    32,5    0,2    29,3      7,3    23.662 
    2018‑2019    32,2    33,6    0,2    26,0      7,9    25.246 
    2019‑2020    33,0    32,2    0,3    25,2      9,4    25.128 
    2020‑2021    33,3    30,3    0,2    26,6      9,7    22.537 
    2021‑2022    32,3    32,1    0,2    25,5      9,9    23.861 
    2022‑2023    31,6    32,0    0,3    23,9      12,2    23.795 
    2023‑2024    31,2    31,7    0,3    23,8      13,0    23.496 
    2024‑2025    31,5    30,6    0,4    24,8      12,8    22.326 
   Niveau 4   2015‑2016    26,1    39,7      1,8    32,4      11.684 
    2016‑2017    25,1    41,8    0,0    1,3    31,7      12.453 
    2017‑2018    23,7    44,9    0,0    1,0    30,4      13.991 
    2018‑2019    23,8    46,9    0,0    1,2    28,1      16.686 
    2019‑2020    25,6    45,9    0,0    1,5    27,0      18.205 
    2020‑2021    24,4    46,7    0,0    1,3    27,6      17.283 
    2021‑2022    24,7    48,6    0,0    1,6    25,1      18.681 
    2022‑2023    26,0    49,1    0,1    1,8    23,0      20.440 
    2023‑2024    25,8    48,5    0,0    2,1    23,6      20.548 
    2024‑2025    25,6    48,9    0,1    2,5    22,9      19.770 
 BOL voltijd 
   Niveau 1   2015‑2016    89,2    8,8      1,8    0,2    0,1    7.635 
    2016‑2017    92,0    7,0      0,8    0,1    0,0    8.008 
    2017‑2018    94,4    4,9      0,7    0,0    0,0    9.392 
    2018‑2019    95,3    3,9      0,7    0,0    0,0    10.289 
    2019‑2020    94,8    4,3      0,9    0,0    0,0    10.175 
    2020‑2021    92,2    6,7      0,9    0,1    0,0    9.262 
    2021‑2022    92,7    6,4      0,8    0,1    0,1    8.357 
    2022‑2023    95,3    4,0      0,5    0,1    0,0    8.202 
    2023‑2024    95,7    3,6      0,5    0,1    0,0    9.808 
    2024‑2025    96,6    2,8      0,5    0,1    0,0    11.410 
   Niveau 2   2015‑2016    70,1    9,7    13,1      4,3    2,9    31.837 
    2016‑2017    70,2    9,7    13,5      4,3    2,4    29.911 
    2017‑2018    71,4    8,4    14,7      3,7    1,8    29.245 
    2018‑2019    69,2    7,3    17,7      3,9    1,9    28.051 
    2019‑2020    66,0    7,0    20,6      4,1    2,3    27.461 
    2020‑2021    62,8    8,8    21,9      3,8    2,6    28.677 
    2021‑2022    62,1    8,3    21,8      4,5    3,2    26.769 
    2022‑2023    64,1    6,9    20,7      4,7    3,6    24.047 
    2023‑2024    62,9    7,3    21,1      4,7    3,9    23.538 
    2024‑2025    63,4    7,2    22,0      4,0    3,4    26.056 
   Niveau 3   2015‑2016    45,2    9,3    0,3    28,7      16,5    40.735 
    2016‑2017    45,7    9,4    0,5    29,4      15,0    39.088 
    2017‑2018    47,2    8,4    0,5    28,1      15,8    35.909 
    2018‑2019    47,1    7,3    0,6    27,5      17,5    31.267 
    2019‑2020    47,4    6,3    0,6    24,6      21,1    29.509 
    2020‑2021    47,0    7,5    0,7    24,3      20,5    28.765 
    2021‑2022    44,9    6,9    0,5    24,1      23,6    27.310 
    2022‑2023    46,0    5,2    0,6    21,9      26,2    24.580 
    2023‑2024    47,2    6,0    0,7    18,6      27,5    22.759 
    2024‑2025    51,8    5,7    0,7    16,4      25,4    22.409 
   Niveau 4   2015‑2016    71,0    6,9    0,1    3,2    18,8      81.618 
    2016‑2017    71,3    6,7    0,1    3,2    18,7      85.107 
    2017‑2018    72,4    6,4    0,1    3,1    18,0      86.106 
    2018‑2019    73,2    6,3    0,1    4,1    16,3      88.589 
    2019‑2020    74,1    6,4    0,1    5,3    14,1      88.259 
    2020‑2021    74,2    7,1    0,1    5,7    12,9      89.017 
    2021‑2022    73,4    6,7    0,1    6,8    13,0      81.999 
    2022‑2023    76,1    6,0    0,2    6,7    11,0      78.003 
    2023‑2024    77,4    6,6    0,2    6,4    9,4      76.412 
    2024‑2025    79,2    6,2    0,3    6,4    7,9      78.763 

Nieuwe instroom

Het gaat om de instroom van studenten die nieuw zijn in het mbo (bekostigde instellingen): dit zijn studenten die voor het eerst in de sector staan ingeschreven. Dit is verder afgebakend door te kijken naar studenten die starten in bol voltijd of bbl.

In Tabel 26 is de verdeling over de mbo-niveaus waar nieuwe mbo-studenten in instromen weergegeven. In 2024-2025 startte 11,4% van de nieuwe instroom in een entreeopleiding. In 2015-2016 was dit nog 7,2%.

Tabel 26: Aantal en percentage studenten dat nieuw instroomt in het mbo
 Niveau 1     Niveau 2     Niveau 3     Niveau 4     Totaal 
 %   n     %   n     %   n     %   n     n 
 2015‑2016  7,2  9.081    24,5  30.673    19,7  24.656    48,6  60.995    125.405 
 2016‑2017  7,4  9.480    23,2  29.731    19,5  24.961    49,9  63.838    128.010 
 2017‑2018  8,5  10.995    22,4  29.088    18,6  24.210    50,5  65.671    129.964 
 2018‑2019  9,3  12.404    21,6  28.645    17,2  22.878    51,8  68.783    132.710 
 2019‑2020  9,5  12.550    20,9  27.675    16,8  22.283    52,9  70.074    132.582 
 2020‑2021  8,4  10.793    20,7  26.632    16,3  21.031    54,6  70.240    128.696 
 2021‑2022  8,6  10.310    20,9  25.126    16,6  19.971    53,9  64.785    120.192 
 2022‑2023  9,0  10.618    20,6  24.497    15,9  18.845    54,5  64.674    118.634 
 2023‑2024  10,4  12.468    20,5  24.478    15,1  18.090    53,9  64.462    119.498 
 2024‑2025  11,4  14.363    20,5  25.833    14,8  18.628    53,4  67.423    126.247 

Het aandeel studenten dat het vmbo heeft verlaten zonder diploma in de nieuwe instroom is toegenomen, in het laatste jaar gaat het om 11% van de instroom.  Het aandeel onder de instromers dat de havo heeft verlaten zonder diploma is niet verder toegenomen. Het aantal gediplomeerde vmbo-instromers met een vmbo-diploma als hoogste vooropleiding is toegenomen in het laatste jaar (zie Tabel 27 en Tabel 28).

Tabel 27: Aantal studenten dat nieuw instroomt in het mbo, uitgesplitst naar vooropleiding
 Onbekend, overig     Pro     Geen vmbo dip     Vmbo BL dip     Vmbo KL dip     Vmbo GL dip     Vmbo TL dip     Havo/vwo z dip     Havo/vwo m dip     Mbo     27 en ouder     Totaal 
 n     n     n     n     n     n     n     n     n     n     n     n 
 2015‑2016  3.163    2.042    6.672    19.365    26.333    6.215    39.961    4.090    6.027    1.841    9.696    125.405 
 2016‑2017  3.183    2.350    6.952    19.390    27.566    6.171    40.834    3.941    5.598    1.673    10.352    128.010 
 2017‑2018  3.879    2.574    8.324    19.579    28.004    6.147    40.751    4.003    5.302    1.465    9.936    129.964 
 2018‑2019  4.506    2.548    9.262    18.388    27.627    6.454    40.896    4.332    5.304    1.645    11.748    132.710 
 2019‑2020  4.331    2.518    9.375    16.788    27.093    6.542    41.036    4.926    5.328    1.845    12.800    132.582 
 2020‑2021  3.670    2.400    8.182    16.184    27.142    6.767    42.555    3.929    5.227    2.033    10.607    128.696 
 2021‑2022  3.309    2.337    7.238    14.659    26.123    5.955    37.291    4.938    5.208    2.031    11.103    120.192 
 2022‑2023  3.151    2.403    7.977    13.646    24.595    6.100    35.724    6.577    5.761    1.754    10.946    118.634 
 2023‑2024  3.174    2.316    11.043    12.674    22.639    5.760    35.190    8.076    6.693    1.775    10.158    119.498 
 2024‑2025  3.447    2.200    13.310    13.745    24.754    5.796    37.753    8.034    6.674    1.876    8.658    126.247 
Tabel 28: Hoogste vooropleiding van studenten die nieuw instromen in het mbo
 Onbekend, overig     Pro     Geen vmbo dip     Vmbo BL dip     Vmbo KL dip     Vmbo GL dip     Vmbo TL dip     Havo/vwo z dip     Havo/vwo m dip     Mbo     27 en ouder     Totaal 
 %     %     %     %     %     %     %     %     %     %     %     n 
 2015‑2016  2,5    1,6    5,3    15,4    21,0    5,0    31,9    3,3    4,8    1,5    7,7    125.405 
 2016‑2017  2,5    1,8    5,4    15,1    21,5    4,8    31,9    3,1    4,4    1,3    8,1    128.010 
 2017‑2018  3,0    2,0    6,4    15,1    21,5    4,7    31,4    3,1    4,1    1,1    7,6    129.964 
 2018‑2019  3,4    1,9    7,0    13,9    20,8    4,9    30,8    3,3    4,0    1,2    8,9    132.710 
 2019‑2020  3,3    1,9    7,1    12,7    20,4    4,9    31,0    3,7    4,0    1,4    9,7    132.582 
 2020‑2021  2,9    1,9    6,4    12,6    21,1    5,3    33,1    3,1    4,1    1,6    8,2    128.696 
 2021‑2022  2,8    1,9    6,0    12,2    21,7    5,0    31,0    4,1    4,3    1,7    9,2    120.192 
 2022‑2023  2,7    2,0    6,7    11,5    20,7    5,1    30,1    5,5    4,9    1,5    9,2    118.634 
 2023‑2024  2,7    1,9    9,2    10,6    18,9    4,8    29,4    6,8    5,6    1,5    8,5    119.498 
 2024‑2025  2,7    1,7    10,5    10,9    19,6    4,6    29,9    6,4    5,3    1,5    6,9    126.247 

Het grootste gedeelte van de studenten die starten in het mbo zonder vmbo-diploma doet dat in een entree-opleiding. Dit is ook één van de doelgroepen van dit onderwijsniveau. Zowel in de bbl als de bol is het aandeel zonder vmbo-diploma in de entree toegenomen: in de bbl in 10 jaar van 15 naar 46% en in de bol van 58 naar 69% van de nieuwe mbo-instromers. In mbo 4 is het aandeel dat zonder havo diploma instroomt toegenomen van 6 naar 10% (zie Tabel 29).

Tabel 29: Hoogste vooropleiding vmbo of havo/vwo zonder diploma van studenten die nieuw instromen in het mbo, uitgesplitst naar niveau en leerweg
   Geen vmbo dip     Havo/vwo z dip     Totaal 
   %   n     %   n     n 
 BBL 
   Niveau 1   2015‑2016    15,3  348    0,1    2.270 
    2016‑2017    17,7  373    0,3    2.113 
    2017‑2018    22,7  484    0,1    2.133 
    2018‑2019    27,7  719    0,2    2.598 
    2019‑2020    29,5  859    0,2    2.907 
    2020‑2021    28,5  642    0,3    2.249 
    2021‑2022    29,4  753    0,5  14    2.563 
    2022‑2023    37,8  1.057    0,5  13    2.798 
    2023‑2024    44,5  1.373    0,6  20    3.082 
    2024‑2025    46,0  1.537    0,8  28    3.343 
   Niveau 2   2015‑2016    3,8  316    0,8  69    8.352 
    2016‑2017    3,5  302    0,6  51    8.723 
    2017‑2018    4,9  405    0,8  64    8.219 
    2018‑2019    5,3  486    0,8  78    9.231 
    2019‑2020    4,7  446    0,8  74    9.564 
    2020‑2021    3,6  314    0,6  54    8.618 
    2021‑2022    3,2  276    1,1  93    8.500 
    2022‑2023    4,1  376    1,5  132    9.073 
    2023‑2024    6,1  589    2,0  190    9.670 
    2024‑2025    6,6  610    1,9  179    9.304 
   Niveau 3   2015‑2016    1,0  61    1,4  88    6.247 
    2016‑2017    1,2  82    1,1  79    7.088 
    2017‑2018    0,9  69    1,3  98    7.268 
    2018‑2019    1,2  101    1,4  115    8.140 
    2019‑2020    1,3  108    1,7  142    8.281 
    2020‑2021    0,7  51    1,6  122    7.502 
    2021‑2022    0,7  57    2,4  185    7.708 
    2022‑2023    1,0  79    3,1  237    7.527 
    2023‑2024    1,6  114    4,3  319    7.339 
    2024‑2025    1,9  133    4,6  323    7.023 
   Niveau 4   2015‑2016    0,4  11    1,5  46    3.054 
    2016‑2017    0,4  12    2,0  62    3.130 
    2017‑2018    0,6  20    1,9  63    3.309 
    2018‑2019    0,5  19    1,9  74    3.967 
    2019‑2020    0,4  19    1,8  86    4.666 
    2020‑2021    0,6  25    2,2  92    4.219 
    2021‑2022    0,3  14    2,6  119    4.618 
    2022‑2023    0,5  25    3,6  189    5.306 
    2023‑2024    0,5  28    5,7  301    5.298 
    2024‑2025    0,5  27    5,4  274    5.055 
 BOL voltijd 
   Niveau 1   2015‑2016    57,5  3.913    0,3  18    6.811 
    2016‑2017    55,6  4.099    0,3  20    7.367 
    2017‑2018    55,8  4.949    0,2  20    8.862 
    2018‑2019    54,2  5.313    0,2  24    9.806 
    2019‑2020    55,1  5.310    0,3  33    9.643 
    2020‑2021    55,2  4.718    0,3  23    8.544 
    2021‑2022    54,9  4.250    0,6  44    7.747 
    2022‑2023    56,9  4.448    0,8  63    7.820 
    2023‑2024    65,2  6.121    0,9  84    9.386 
    2024‑2025    69,1  7.612    0,9  99    11.020 
   Niveau 2   2015‑2016    4,4  972    0,4  94    22.321 
    2016‑2017    4,7  980    0,4  79    21.008 
    2017‑2018    5,8  1.206    0,3  58    20.869 
    2018‑2019    7,3  1.408    0,4  81    19.414 
    2019‑2020    7,7  1.398    0,5  95    18.111 
    2020‑2021    6,7  1.205    0,4  80    18.014 
    2021‑2022    5,8  962    0,8  137    16.626 
    2022‑2023    7,2  1.117    0,8  131    15.424 
    2023‑2024    11,4  1.695    1,1  162    14.808 
    2024‑2025    11,8  1.957    1,2  203    16.529 
   Niveau 3   2015‑2016    2,0  368    1,8  335    18.409 
    2016‑2017    2,1  371    1,4  249    17.873 
    2017‑2018    2,4  411    1,4  238    16.942 
    2018‑2019    2,8  410    1,6  235    14.738 
    2019‑2020    2,9  400    1,8  252    14.002 
    2020‑2021    2,3  308    1,6  223    13.529 
    2021‑2022    1,7  203    2,2  271    12.263 
    2022‑2023    2,2  251    3,0  340    11.318 
    2023‑2024    2,9  308    4,6  495    10.751 
    2024‑2025    3,7  425    4,2  491    11.605 
   Niveau 4   2015‑2016    1,2  683    5,9  3.438    57.941 
    2016‑2017    1,2  733    5,6  3.395    60.708 
    2017‑2018    1,3  780    5,5  3.459    62.362 
    2018‑2019    1,2  806    5,7  3.719    64.816 
    2019‑2020    1,3  835    6,5  4.237    65.408 
    2020‑2021    1,4  919    5,0  3.328    66.021 
    2021‑2022    1,2  723    6,8  4.075    60.167 
    2022‑2023    1,1  624    9,2  5.472    59.368 
    2023‑2024    1,4  815    11,0  6.505    59.164 
    2024‑2025    1,6  1.009    10,3  6.437    62.368 

In Figuur 5 en Figuur 6 is de samenstelling van de nieuwe mbo-instroom naar migratieachtergrond weergegeven. Het aandeel studenten met een migratieachtergrond is hoger bij de instroom in de bol dan bij bbl. Bij de bol-entree heeft 2 op de 3 studenten die starten in het mbo een migratieachtergrond.

Figuur 5: Migratieachtegrond van studenten die nieuw instromen in het mbo, in de entreeopleiding, uitgesplitst naar leerweg (N Bbl = 3.209, N Bol = 10.643)

De instroom van nieuwkomers in het mbo in Nederland concentreert zich zowel in absolute als relatieve zin in de bol-entree, waar het laatste jaar 43% van de nieuwe mbo-instroom nieuwkomer is. Ter vergelijking: in de bbl-entree is dit 13% en in de overige niveau-leerweg-combinaties is dit minder dan 7%.

Figuur 6: Nieuwkomers onder studenten die nieuw instromen in het mbo, in de entreeopleiding, uitgesplitst naar leerweg (N Bbl = 3.278, N Bol = 10.956)

Uitval (mbo)

Studenten die voor het eerst zijn gestart in het mbo, zijn gevolgd in de jaren daarna. Per jaar na de start is bepaald of een student nog is ingeschreven en zo niet of die een diploma heeft behaald. Uitgevallen zijn studenten die in dat jaar niet staan ingeschreven en geen diploma hebben behaald na de start. Niet uitgevallen zijn studenten die nog in het mbo zitten of die wel een diploma behaald na de start (ongeacht het niveau van het diploma) (zie Tabel 30).

Tabel 30: Uitval na 1 tot en met 6 jaar van studenten die nieuw zijn ingestroomd in het mbo, uitgeplitst naar startniveau en -leerweg
   1     2     3     4     5     6     Totaal 
   %     %     %     %     %     %     n 
 BBL 
   Niveau 1   2014‑2015    16,8    17,9    17,8    17,9    17,8    17,7    2.307 
    2015‑2016    19,7    20,9    20,7    20,7    20,6    20,4    2.270 
    2016‑2017    16,7    18,4    18,4    18,2    18,1    18,2    2.113 
    2017‑2018    14,9    17,1    16,7    16,6    16,5    16,5    2.133 
    2018‑2019    17,9    19,7    19,7    19,9    19,9    19,7    2.598 
    2019‑2020    15,4    18,1    18,1    18,1    17,9      2.907 
    2020‑2021    15,6    18,5    18,5    18,9        2.249 
    2021‑2022    16,5    20,1    19,9          2.563 
    2022‑2023    15,8    19,7            2.798 
    2023‑2024    15,3              3.082 
   Niveau 2   2014‑2015    11,1    16,1    17,4    17,4    17,4    17,5    8.996 
    2015‑2016    11,9    17,5    19,0    19,4    19,4    19,3    8.352 
    2016‑2017    11,6    18,2    20,7    21,2    21,2    21,1    8.723 
    2017‑2018    12,6    19,7    21,6    22,0    22,1    22,0    8.219 
    2018‑2019    13,8    19,5    21,4    21,9    22,1    22,0    9.231 
    2019‑2020    12,0    18,4    20,7    21,1    21,0      9.564 
    2020‑2021    11,7    19,7    21,7    21,8        8.618 
    2021‑2022    12,3    19,9    21,8          8.500 
    2022‑2023    13,2    20,5            9.073 
    2023‑2024    13,0              9.670 
   Niveau 3   2014‑2015    10,6    15,0    16,0    16,2    16,1    16,2    5.594 
    2015‑2016    10,9    14,9    15,6    15,9    15,7    15,8    6.247 
    2016‑2017    10,2    14,6    16,2    16,4    16,5    16,6    7.088 
    2017‑2018    10,5    15,1    16,9    17,0    17,2    17,4    7.268 
    2018‑2019    10,4    14,6    16,5    17,4    17,4    17,5    8.140 
    2019‑2020    9,8    15,3    18,4    19,2    19,4      8.281 
    2020‑2021    10,1    15,9    17,9    18,5        7.502 
    2021‑2022    11,3    17,1    18,6          7.708 
    2022‑2023    10,7    16,7            7.527 
    2023‑2024    11,1              7.339 
   Niveau 4   2014‑2015    13,7    18,1    18,8    19,3    19,2    19,4    3.185 
    2015‑2016    12,3    16,5    17,7    18,2    17,9    18,0    3.054 
    2016‑2017    13,0    18,1    18,9    19,3    19,6    19,6    3.130 
    2017‑2018    12,3    16,9    18,9    18,7    19,1    18,9    3.309 
    2018‑2019    12,5    17,1    18,6    19,6    19,6    19,7    3.967 
    2019‑2020    12,4    17,1    19,4    20,4    20,0      4.666 
    2020‑2021    12,7    18,2    20,8    21,3        4.219 
    2021‑2022    15,6    19,4    21,5          4.618 
    2022‑2023    13,6    18,3            5.306 
    2023‑2024    14,2              5.298 
 BOL voltijd 
   Niveau 1   2014‑2015    16,6    20,0    20,3    20,2    20,1    19,7    6.854 
    2015‑2016    16,5    19,8    19,8    19,6    19,1    18,9    6.811 
    2016‑2017    15,5    19,4    19,2    18,7    18,4    18,5    7.367 
    2017‑2018    14,9    18,7    18,3    17,9    18,1    18,1    8.862 
    2018‑2019    14,3    16,6    16,9    17,5    17,4    17,4    9.806 
    2019‑2020    11,6    15,3    15,9    16,0    15,9      9.643 
    2020‑2021    13,4    19,2    19,8    19,8        8.544 
    2021‑2022    14,7    20,8    21,5          7.747 
    2022‑2023    15,2    20,7            7.820 
    2023‑2024    13,7              9.386 
   Niveau 2   2014‑2015    7,9    12,8    14,2    14,9    15,2    15,1    22.998 
    2015‑2016    7,5    13,1    14,6    15,5    15,3    15,3    22.321 
    2016‑2017    7,3    13,7    16,2    16,3    16,4    16,5    21.008 
    2017‑2018    7,6    14,1    15,4    16,1    16,6    16,7    20.869 
    2018‑2019    7,5    12,6    14,9    16,3    16,7    16,7    19.414 
    2019‑2020    6,3    12,3    15,6    16,3    16,6      18.111 
    2020‑2021    7,2    15,2    18,0    18,7        18.014 
    2021‑2022    8,6    17,2    19,4          16.626 
    2022‑2023    8,7    16,0            15.424 
    2023‑2024    8,3              14.808 
   Niveau 3   2014‑2015    5,1    8,8    10,6    11,4    11,8    11,8    17.833 
    2015‑2016    5,3    9,4    11,4    12,5    12,6    12,6    18.409 
    2016‑2017    5,5    10,1    12,0    12,6    12,9    13,4    17.873 
    2017‑2018    5,6    10,8    12,0    12,6    13,8    14,2    16.942 
    2018‑2019    5,7    9,5    11,7    13,3    13,8    14,1    14.738 
    2019‑2020    5,1    10,0    13,3    14,8    15,1      14.002 
    2020‑2021    5,6    13,0    15,7    16,2        13.529 
    2021‑2022    7,0    13,5    15,9          12.263 
    2022‑2023    6,2    12,1            11.318 
    2023‑2024    6,2              10.751 
   Niveau 4   2014‑2015    5,9    9,1    10,6    11,6    12,1    12,0    57.100 
    2015‑2016    5,7    9,3    11,1    12,1    12,2    12,3    57.941 
    2016‑2017    5,9    9,7    11,6    12,1    12,5    12,9    60.708 
    2017‑2018    5,8    9,7    10,8    11,8    12,8    13,1    62.362 
    2018‑2019    6,0    9,0    10,9    12,8    13,6    13,8    64.816 
    2019‑2020    5,3    9,4    12,4    13,6    14,2      65.408 
    2020‑2021    5,6    11,8    14,4    15,4        66.021 
    2021‑2022    7,0    12,6    14,9          60.167 
    2022‑2023    6,9    11,9            59.368 
    2023‑2024    6,4              59.164 

In Tabel 31 tot en met Tabel 33 is de uitval 1 en 2 jaar na de start weergegeven voor verschillende groepen studenten. Over het algemeen is de uitval onder mannen hoger dan onder vrouwen. En onder kinderen van migranten van buiten Europa hoger dan onder studenten met een Nederlandse achtergrond. Nieuwkomers die nieuw zijn in het mbo worden met name toegelaten binnen de entree in de bol. Nieuwkomers die starten in de entree-bol vallen daarbij minder snel uit dan studenten die geen nieuwkomer zijn.

Tabel 31: Uitval na 1 en 2 jaar van studenten die nieuw zijn ingestroomd in het mbo, uitgeplitst naar startniveau en -leerweg en geslacht
   1     2     Totaal 
   %     %     n 
 BBL 
   Niveau 1   Vrouw   2022‑2023    14,8    17,7    1.059 
    2023‑2024    12,6      1.139 
    Man   2022‑2023    16,3    21,0    1.739 
    2023‑2024    16,9      1.943 
   Niveau 2   Vrouw   2022‑2023    12,2    16,7    2.580 
    2023‑2024    12,4      2.802 
    Man   2022‑2023    13,6    22,1    6.492 
    2023‑2024    13,2      6.868 
   Niveau 3   Vrouw   2022‑2023    13,4    18,1    2.995 
    2023‑2024    13,1      2.654 
    Man   2022‑2023    9,0    15,7    4.532 
    2023‑2024    9,9      4.685 
   Niveau 4   Vrouw   2022‑2023    11,8    15,6    3.292 
    2023‑2024    13,9      3.199 
    Man   2022‑2023    16,6    22,7    2.014 
    2023‑2024    14,6      2.099 
 BOL voltijd 
   Niveau 1   Vrouw   2022‑2023    12,8    16,5    3.403 
    2023‑2024    11,9      4.057 
    Man   2022‑2023    17,1    23,9    4.417 
    2023‑2024    15,0      5.329 
   Niveau 2   Vrouw   2022‑2023    7,5    13,6    6.996 
    2023‑2024    7,0      6.720 
    Man   2022‑2023    9,7    18,0    8.428 
    2023‑2024    9,4      8.088 
   Niveau 3   Vrouw   2022‑2023    6,3    11,6    5.356 
    2023‑2024    5,7      4.976 
    Man   2022‑2023    6,1    12,5    5.962 
    2023‑2024    6,6      5.775 
   Niveau 4   Vrouw   2022‑2023    5,9    10,0    31.675 
    2023‑2024    5,5      32.198 
    Man   2022‑2023    8,1    14,1    27.692 
    2023‑2024    7,3      26.964 
Tabel 32: Uitval na 1 en 2 jaar van studenten die nieuw zijn ingestroomd in het mbo, uitgeplitst naar startniveau en -leerweg en migratieachtergrond
   1     2     Totaal 
   %     %     n 
 BBL 
   Niveau 1   Nederland   2022‑2023    14,1    19,5    1.352 
    2023‑2024    13,1      1.578 
    Europa   2022‑2023    16,0    21,0    362 
    2023‑2024    20,6      379 
    Kinderen van migranten Buiten‑Europa   2022‑2023    19,6    22,2    270 
    2023‑2024    16,3      307 
    Migranten Buiten‑Europa   2022‑2023    16,9    17,3    717 
    2023‑2024    14,6      698 
   Niveau 2   Nederland   2022‑2023    11,2    18,3    6.737 
    2023‑2024    10,8      6.914 
    Europa   2022‑2023    16,6    25,3    525 
    2023‑2024    15,0      559 
    Kinderen van migranten Buiten‑Europa   2022‑2023    21,3    31,7    666 
    2023‑2024    19,5      857 
    Migranten Buiten‑Europa   2022‑2023    18,9    24,4    928 
    2023‑2024    19,6      1.074 
   Niveau 3   Nederland   2022‑2023    9,3    14,9    5.963 
    2023‑2024    9,4      5.770 
    Europa   2022‑2023    14,2    20,8    437 
    2023‑2024    17,5      361 
    Kinderen van migranten Buiten‑Europa   2022‑2023    16,0    26,4    444 
    2023‑2024    18,0      467 
    Migranten Buiten‑Europa   2022‑2023    17,2    23,0    564 
    2023‑2024    17,3      608 
   Niveau 4   Nederland   2022‑2023    12,4    17,1    4.076 
    2023‑2024    12,3      4.001 
    Europa   2022‑2023    17,8    23,6    276 
    2023‑2024    17,9      324 
    Kinderen van migranten Buiten‑Europa   2022‑2023    16,9    22,4    402 
    2023‑2024    18,6      431 
    Migranten Buiten‑Europa   2022‑2023    17,4    21,3    478 
    2023‑2024    22,6      464 
 BOL voltijd 
   Niveau 1   Nederland   2022‑2023    17,2    23,9    1.830 
    2023‑2024    15,7      2.269 
    Europa   2022‑2023    18,8    25,9    517 
    2023‑2024    18,9      724 
    Kinderen van migranten Buiten‑Europa   2022‑2023    16,8    23,1    1.496 
    2023‑2024    14,3      1.841 
    Migranten Buiten‑Europa   2022‑2023    12,6    16,4    3.683 
    2023‑2024    11,3      4.189 
   Niveau 2   Nederland   2022‑2023    7,9    15,3    8.444 
    2023‑2024    7,7      7.922 
    Europa   2022‑2023    11,6    20,6    908 
    2023‑2024    11,6      960 
    Kinderen van migranten Buiten‑Europa   2022‑2023    8,8    15,9    3.745 
    2023‑2024    8,1      3.579 
    Migranten Buiten‑Europa   2022‑2023    10,5    15,4    1.793 
    2023‑2024    8,8      1.823 
   Niveau 3   Nederland   2022‑2023    5,0    10,2    8.894 
    2023‑2024    5,5      8.461 
    Europa   2022‑2023    10,7    18,4    522 
    2023‑2024    9,2      524 
    Kinderen van migranten Buiten‑Europa   2022‑2023    8,7    17,7    1.148 
    2023‑2024    8,2      1.062 
    Migranten Buiten‑Europa   2022‑2023    17,4    23,9    436 
    2023‑2024    11,5      384 
   Niveau 4   Nederland   2022‑2023    6,1    10,4    42.111 
    2023‑2024    5,4      42.078 
    Europa   2022‑2023    9,5    16,5    3.117 
    2023‑2024    10,2      3.249 
    Kinderen van migranten Buiten‑Europa   2022‑2023    8,0    14,8    10.423 
    2023‑2024    7,5      10.057 
    Migranten Buiten‑Europa   2022‑2023    11,7    18,4    2.347 
    2023‑2024    12,3      2.403 
Tabel 33: Uitval na 1 en 2 jaar van studenten die nieuw zijn ingestroomd in het mbo, uitgeplitst naar startniveau en -leerweg en nieuwkomer
   1     2     Totaal 
   %     %     n 
 BBL 
   Niveau 1   Geen nieuwkomer   2022‑2023    15,5    19,8    2.483 
    2023‑2024    14,0      2.671 
    Nieuwkomer   2022‑2023    18,7    19,8    273 
    2023‑2024    21,7      364 
   Niveau 2   Geen nieuwkomer   2022‑2023    12,9    20,2    8.817 
    2023‑2024    12,8      9.407 
    Nieuwkomer   2022‑2023    24,5    32,1    237 
    2023‑2024    20,6      243 
   Niveau 3   Geen nieuwkomer   2022‑2023    10,6    16,6    7.345 
    2023‑2024    10,9      7.140 
    Nieuwkomer   2022‑2023    15,3    22,3    157 
    2023‑2024    19,4      160 
   Niveau 4   Geen nieuwkomer   2022‑2023    13,3    17,9    5.184 
    2023‑2024    13,9      5.165 
    Nieuwkomer   2022‑2023    25,0    32,0    100 
    2023‑2024    23,5      115 
 BOL voltijd 
   Niveau 1   Geen nieuwkomer   2022‑2023    16,8    22,9    5.246 
    2023‑2024    14,8      6.151 
    Nieuwkomer   2022‑2023    11,8    15,7    2.548 
    2023‑2024    11,3      3.209 
   Niveau 2   Geen nieuwkomer   2022‑2023    8,6    16,1    14.753 
    2023‑2024    8,2      14.021 
    Nieuwkomer   2022‑2023    10,9    15,2    659 
    2023‑2024    9,0      767 
   Niveau 3   Geen nieuwkomer   2022‑2023    5,9    11,7    11.089 
    2023‑2024    6,1      10.539 
    Nieuwkomer   2022‑2023    17,9    28,8    212 
    2023‑2024    12,2      197 
   Niveau 4   Geen nieuwkomer   2022‑2023    6,8    11,8    58.664 
    2023‑2024    6,2      58.397 
    Nieuwkomer   2022‑2023    17,1    23,0    643 
    2023‑2024    15,7      707 

Om te onderzoeken of er verschillen zijn tussen groepen studenten die voor het eerst in mbo zijn gestart in de kans om uit te vallen, zijn logistische regressieanalyses gedaan (zie Tabel 34 en Tabel 35).

Mannen hebben in de entree een grotere kans om uit te vallen dan vrouwen, ook als we controleren voor vooropleiding en studiekenmerken. Eerste generatie migranten van buiten Europa hebben een kleinere kans om uit te vallen dan studenten met een Nederlandse achtergrond. Studenten met een vo-achtergrond in het praktijkonderwijs hebben een kleinere kans om uit te vallen dan studenten zonder vmbo-diploma. Het huishoudinkomen van ouders hangt in de entreeopleiding samen met uitval 2 jaar na de start. Een student met ouders in de laagste inkomensgroep heeft een 1,4 maal zo grootte kans om uit te vallen dan een student met ouders in de hoogste inkomensgroep. Gecontroleerd voor achtergrond en studiekenmerken is het verschil tussen beide groepen een factor 2.

Tabel 34: Samenhang tussen studentkenmerken en de kans op uitval na 2 jaar van studenten die nieuw zijn ingestroomd in de entreeopleiding van het mbo (2022-2023)
Kenmerk (1) (2) (3) (4) (5)
Intercept -1,508 *** -1,463 *** -1,706 *** -1,086 *** -1,940 ***
(0,060) (0,057) (0,266) (0,078) (0,269)
Geslacht man (ref = vrouw) 0,339 *** 0,369 *** 0,350 *** 0,350 *** 0,357 ***
(0,060) (0,060) (0,061) (0,061) (0,062)
Migratieachtergrond (ref = geen)
Europa 0,231 * 0,108 0,075
(0,106) (0,107) (0,108)
Kinderen van migranten Buiten-Europa 0,071 -0,108 -0,108
(0,073) (0,077) (0,079)
Migranten Buiten-Europa -0,350 *** -0,704 *** -0,768 ***
(0,073) (0,084) (0,089)
Huishoudinkomen (ref = laagste kwintiel)
Tweede -0,056 -0,051 -0,262 *** -0,254 **
(0,075) (0,076) (0,079) (0,079)
Middelste -0,307 *** -0,318 *** -0,621 *** -0,614 ***
(0,084) (0,086) (0,091) (0,092)
Vierde -0,307 ** -0,330 *** -0,634 *** -0,635 ***
(0,097) (0,099) (0,104) (0,105)
Hoogste kwintiel -0,361 ** -0,393 *** -0,694 *** -0,699 ***
(0,117) (0,119) (0,124) (0,124)
Leerweg BOL voltijd (ref = BBL) -0,075 0,084
(0,071) (0,074)
Leeftijd in jaren 0,003 0,030 *
(0,013) (0,014)
vooropleiding vo (ref = praktijkonderwijs)
27 en ouder 0,018 -0,416
(0,332) (0,350)
Geen vmbo dip 0,397 *** 0,430 ***
(0,072) (0,072)
Onbekend. overig 0,222 * 0,210 *
(0,103) (0,103)
N 7.570 7.570 7.570 7.570 7.570
logLik -3.802,326 -3.810,633 -3.793,510 -3.765,481 -3.745,363

*** P < 0,001; ** p < 0,01; * p < 0,05

Ook bij de starters in niveau 2-4 hebben mannen grotere kans om uit te vallen in het mbo dan vrouwen, ook als we controleren voor vooropleiding en studiekenmerken. Studenten met een migratieachtergrond, of het nu binnen of buiten Europa is, of kinderen van migranten van buiten Europa hebben een grotere kans om uit te vallen. Hetzelfde geldt voor starters in het mbo in de bbl in vergelijking met de bol. In de sectorkamer handel is een hogere kans op uitval, waarbij rekening is gehouden met achtergrond en studiekenmerken van mbo-starters in deze sectorkamer. Bij niveau 2-4 heeft de laagste inkomensgroep een 1,8 keer zo grote kans om uit te vallen 2 jaar na de start. Gecontroleerd voor achtergrond en studiekenmerken is het verschil nog steeds een factor 1,6. Als inkomen wordt opgenomen in het model worden de verschillen kleiner naar migratieachtergrond bij mbo 2-4. Een belangrijk deel van deze verschillen hangt samen met inkomensverschillen, doordat ouders zonder migratieachtergrond vaker over een hoger huishoudinkomen beschikken. Bij entree worden de verschillen naar migratieachtergrond juist groter, vermoedelijk doordat het gemiddelde inkomen van ouders in de entree niet lager is bij studenten met een migratieachtergrond.

Tabel 35: Samenhang tussen studentkenmerken en de kans op uitval na 2 jaar van studenten die nieuw zijn ingestroomd in niveau 2, 3 of 4 van het mbo (2022-2023)
Kenmerk (1) (2) (3) (4) (5)
Intercept -2,187 *** -1,660 *** -2,458 *** -1,772 *** -2,549 ***
(0,016) (0,024) (0,091) (0,029) (0,091)
Geslacht man (ref = vrouw) 0,368 *** 0,389 *** 0,384 *** 0,386 *** 0,379 ***
(0,019) (0,019) (0,022) (0,019) (0,022)
Migratieachtergrond (ref = geen)
Europa 0,475 *** 0,382 *** 0,371 ***
(0,038) (0,039) (0,039)
Kinderen van migranten Buiten-Europa 0,330 *** 0,164 *** 0,210 ***
(0,024) (0,026) (0,027)
Migranten Buiten-Europa 0,416 *** 0,120 * 0,017
(0,044) (0,047) (0,048)
Huishoudinkomen (ref = laagste kwintiel)
Tweede -0,254 *** -0,237 *** -0,216 *** -0,212 ***
(0,031) (0,032) (0,032) (0,032)
Middelste -0,504 *** -0,417 *** -0,436 *** -0,361 ***
(0,029) (0,030) (0,031) (0,031)
Vierde -0,657 *** -0,566 *** -0,577 *** -0,498 ***
(0,030) (0,031) (0,032) (0,033)
Hoogste kwintiel -0,591 *** -0,521 *** -0,509 *** -0,450 ***
(0,031) (0,033) (0,034) (0,035)
Niveau (ref = niveau 2)
Niveau 3 -0,085 * -0,084 *
(0,039) (0,039)
Niveau 4 -0,008 -0,024
(0,038) (0,038)
Leerweg BOL voltijd (ref = BBL) -0,355 *** -0,372 ***
(0,032) (0,032)
Leeftijd in jaren 0,046 *** 0,046 ***
(0,004) (0,004)
Vooropleiding vo (ref = vmbo TL)
27 en ouder -0,972 *** -0,979 ***
(0,122) (0,122)
geen vmbo dip 0,826 *** 0,800 ***
(0,056) (0,056)
havo/vwo m dip 0,515 *** 0,521 ***
(0,042) (0,042)
havo/vwo z dip 0,527 *** 0,528 ***
(0,039) (0,039)
onbekend. overig 0,905 *** 0,891 ***
(0,090) (0,090)
pro 0,497 *** 0,461 ***
(0,084) (0,085)
vmbo BL dip 0,356 *** 0,333 ***
(0,045) (0,045)
vmbo GL dip -0,252 *** -0,234 ***
(0,052) (0,052)
vmbo KL dip 0,238 *** 0,228 ***
(0,028) (0,028)
Sectorkamer (ref= zorg. welzijn en sport)
Bovensectoraal 0,001 -0,006
(0,089) (0,089)
Creatieve industrie en ICT 0,126 *** 0,118 ***
(0,035) (0,035)
Handel 0,358 *** 0,345 ***
(0,035) (0,036)
Mobiliteit. transport. logistiek. maritiem -0,070 -0,063
(0,044) (0,044)
Niet gespecificeerd 0,297 0,287
(-0,186) (0,186)
Specialistisch vakmanschap 0,225 0,232
(0,119) (0,119)
Techniek en gebouwde omgeving -0,182 *** -0,174 ***
(0,036) (0,036)
Voedsel. groen en gastvrijheid 0,151 *** 0,168 ***
(0,032) (0,032)
Zakelijke dienstverlening en veiligheid 0,098 ** 0,076 *
(0,034) (0,035)
N 100.262 100.262 100.262 100.262 100.262
logLik -38.823,287 -38.684,064 -37.970,766 -38.626,183 -37.906,323

*** P < 0,001; ** p < 0,01; * p < 0,05; resultaten gebaseerd op eigen berekeningen van de inspectie van het onderwijs op basis van niet-openbare microdata van het centraal bureau voor de statistiek

Diploma’s (mbo)

In schooljaar 2023-2024 behaalden bijna 150.000 studenten een mbo-diploma. Bijna de helft hiervan behaalde een diploma op niveau 4. Iets meer dan 8% behaalde een entreediploma. Het aandeel studenten dat een entreediploma of een diploma op mbo 4 behaalde, steeg de afgelopen 10 jaar. Specifiek voor gediplomeerde nieuwkomers in het mbo geldt dat 64% een entreediploma haalt (zie Tabel 36 tot en met Tabel 39).

Tabel 36: Diplomaniveau van gediplomeerden in het mbo
 Niveau 1     Niveau 2     Niveau 3     Niveau 4     Totaal 
 %   n     %   n     %   n     %   n     n 
 2015‑2016  6,8  10.481    25,5  39.535    27,4  42.445    40,3  62.406    154.867 
 2016‑2017  6,5  10.249    22,6  35.638    26,4  41.628    44,5  70.086    157.601 
 2017‑2018  7,2  10.908    22,1  33.625    26,0  39.616    44,7  68.078    152.227 
 2018‑2019  8,0  12.329    22,2  34.373    25,2  38.931    44,6  68.873    154.506 
 2019‑2020  8,4  13.088    22,0  34.055    24,0  37.259    45,6  70.733    155.135 
 2020‑2021  7,9  12.547    22,4  35.413    23,4  37.039    46,2  73.032    158.031 
 2021‑2022  7,6  11.546    22,4  34.159    22,4  34.175    47,7  72.914    152.794 
 2022‑2023  7,4  11.251    22,1  33.401    22,9  34.629    47,7  72.190    151.471 
 2023‑2024  8,3  12.508    22,7  33.998    22,3  33.406    46,7  70.000    149.912 
Tabel 37: Diplomaniveau van gediplomeerden in het mbo, uitgesplitst naar geslacht
 Niveau 1     Niveau 2     Niveau 3     Niveau 4     Totaal 
 %   n     %   n     %   n     %   n     n 
 Vrouw 
   2015‑2016  5,6  4.220    20,7  15.593    28,7  21.655    45,0  33.919    75.387 
   2016‑2017  5,5  4.241    18,4  14.252    26,8  20.791    49,3  38.234    77.518 
   2017‑2018  5,8  4.402    19,0  14.317    25,2  18.995    50,0  37.739    75.453 
   2018‑2019  6,5  4.970    19,4  14.740    23,7  17.964    50,4  38.250    75.924 
   2019‑2020  7,1  5.536    19,1  14.832    22,2  17.243    51,5  39.942    77.553 
   2020‑2021  6,8  5.339    19,6  15.508    21,4  16.897    52,2  41.285    79.029 
   2021‑2022  6,5  5.022    19,2  14.719    20,2  15.519    54,1  41.601    76.861 
   2022‑2023  6,4  4.877    18,7  14.152    20,2  15.261    54,7  41.356    75.646 
   2023‑2024  7,3  5.426    19,0  14.142    19,8  14.699    53,9  40.073    74.340 
 Man 
   2015‑2016  7,5  5.878    30,0  23.561    26,4  20.750    36,1  28.412    78.601 
   2016‑2017  7,4  5.941    26,7  21.373    26,0  20.816    39,8  31.842    79.972 
   2017‑2018  8,4  6.466    25,1  19.223    26,9  20.620    39,6  30.330    76.639 
   2018‑2019  9,4  7.353    24,9  19.573    26,7  20.960    39,0  30.621    78.507 
   2019‑2020  9,7  7.543    24,8  19.192    25,8  20.006    39,7  30.787    77.528 
   2020‑2021  9,1  7.206    25,2  19.887    25,5  20.138    40,2  31.746    78.977 
   2021‑2022  8,6  6.523    25,6  19.435    24,6  18.655    41,2  31.312    75.925 
   2022‑2023  8,4  6.372    25,4  19.247    25,5  19.367    40,7  30.830    75.816 
   2023‑2024  9,4  7.072    26,3  19.848    24,8  18.705    39,6  29.914    75.539 
Tabel 38: Diplomaniveau van gediplomeerden in het mbo, uitgesplitst naar migratieachtergrond
 Niveau 1     Niveau 2     Niveau 3     Niveau 4     Totaal 
 %   n     %   n     %   n     %   n     n 
 Nederlandse herkomst 
   2015‑2016  3,8  4.216    23,8  26.648    29,0  32.451    43,4  48.466    111.781 
   2016‑2017  3,6  4.041    21,2  24.061    27,8  31.502    47,5  53.893    113.497 
   2017‑2018  3,6  3.919    20,5  22.356    27,9  30.484    48,0  52.381    109.140 
   2018‑2019  3,6  3.980    20,2  22.225    27,5  30.204    48,6  53.358    109.767 
   2019‑2020  3,9  4.297    19,5  21.247    26,5  28.835    50,1  54.604    108.983 
   2020‑2021  3,7  4.107    19,8  21.732    26,0  28.528    50,5  55.422    109.789 
   2021‑2022  3,6  3.813    19,7  20.739    25,1  26.365    51,6  54.313    105.230 
   2022‑2023  3,7  3.823    19,4  20.188    25,6  26.709    51,4  53.608    104.328 
   2023‑2024  4,4  4.478    20,1  20.547    25,1  25.611    50,4  51.436    102.072 
 Kinderen van migranten 
   2015‑2016  9,5  2.591    29,2  7.965    24,0  6.562    37,3  10.173    27.291 
   2016‑2017  8,9  2.571    25,3  7.320    23,5  6.796    42,3  12.215    28.902 
   2017‑2018  9,3  2.581    25,6  7.106    22,2  6.140    42,9  11.893    27.720 
   2018‑2019  9,6  2.679    26,4  7.344    21,1  5.889    42,9  11.936    27.848 
   2019‑2020  9,8  2.774    26,6  7.496    19,5  5.503    44,1  12.456    28.229 
   2020‑2021  9,7  2.831    25,6  7.497    18,5  5.423    46,2  13.521    29.272 
   2021‑2022  8,5  2.409    25,0  7.076    16,8  4.750    49,7  14.072    28.307 
   2022‑2023  8,6  2.370    24,7  6.830    17,0  4.711    49,8  13.790    27.701 
   2023‑2024  9,6  2.659    25,5  7.067    16,2  4.480    48,8  13.530    27.736 
 Migranten 
   2015‑2016  23,2  3.033    29,8  3.899    23,0  3.014    24,1  3.153    13.099 
   2016‑2017  25,0  3.298    27,9  3.687    21,8  2.879    25,4  3.352    13.216 
   2017‑2018  30,8  4.109    26,3  3.517    19,1  2.550    23,8  3.177    13.353 
   2018‑2019  36,1  5.386    27,6  4.121    16,2  2.417    20,1  3.006    14.930 
   2019‑2020  35,9  5.675    29,4  4.649    15,9  2.522    18,8  2.976    15.822 
   2020‑2021  31,1  5.269    32,8  5.541    15,9  2.685    20,2  3.420    16.915 
   2021‑2022  29,2  5.017    33,3  5.718    15,5  2.660    22,1  3.793    17.188 
   2022‑2023  27,3  4.736    33,3  5.772    16,2  2.808    23,3  4.038    17.354 
   2023‑2024  28,1  5.029    31,9  5.705    16,2  2.893    23,8  4.249    17.876 
Tabel 39: Diplomaniveau van gediplomeerden in het mbo, uitgesplitst naar nieuwkomer
 Niveau 1     Niveau 2     Niveau 3     Niveau 4     Totaal 
 %   n     %   n     %   n     %   n     n 
 Geen nieuwkomer 
   2015‑2016  5,6  8.463    25,4  38.361    27,9  42.121    41,1  62.042    150.987 
   2016‑2017  5,3  8.235    22,6  34.916    26,8  41.308    45,2  69.793    154.252 
   2017‑2018  5,5  8.079    22,2  32.822    26,6  39.385    45,8  67.804    148.090 
   2018‑2019  5,6  8.421    22,4  33.332    26,0  38.702    46,0  68.624    149.079 
   2019‑2020  6,2  9.250    21,9  32.706    24,8  36.991    47,2  70.470    149.417 
   2020‑2021  6,4  9.751    22,2  34.105    24,0  36.756    47,4  72.723    153.335 
   2021‑2022  6,1  9.079    22,3  33.143    22,8  33.975    48,8  72.595    148.792 
   2022‑2023  6,1  8.998    21,9  32.396    23,3  34.400    48,7  71.888    147.682 
   2023‑2024  6,8  9.897    22,6  32.955    22,8  33.157    47,8  69.691    145.700 
 Nieuwkomer 
   2015‑2016  56,0  1.456    27,8  722    8,0  207    8,2  213    2.598 
   2016‑2017  62,3  1.878    22,3  672    7,7  233    7,7  232    3.015 
   2017‑2018  71,5  2.731    17,8  681    5,0  189    5,7  216    3.817 
   2018‑2019  74,1  3.817    18,2  940    3,6  183    4,2  214    5.154 
   2019‑2020  68,5  3.769    23,4  1.288    4,2  232    3,9  212    5.501 
   2020‑2021  60,9  2.747    28,0  1.260    5,7  255    5,4  245    4.507 
   2021‑2022  62,9  2.404    25,8  985    4,6  177    6,6  253    3.819 
   2022‑2023  61,4  2.204    27,1  973    5,4  195    6,1  220    3.592 
   2023‑2024  63,8  2.567    25,0  1.005    5,2  211    6,0  242    4.025 

Arbeidsmarktuitkomsten

Voor alle arbeidsmarktuitkomsten geldt dat deze zijn gemeten in de peilmaand oktober, daar de onderwijsinschrijvingen ook altijd op deze maand betrekking hebben. Indien mensen in een bepaalde maand meer dan 1 dienstverband hebben, tellen we de gewerkte basisuren en het basisloon bij elkaar op om tot één observatie per persoon per jaar te komen.

Afgelegde onderwijsroute

De arbeidsmarktuitkomsten van gediplomeerde uitstromers analyseren we apart per uitstroomniveau: wo-master, hbo-bachelor, mbo 4, mbo 3, mbo 2. Bij mbo maken we daarnaast onderscheid tussen de bol- en bbl-routes. De analysesample bestaat uit degenen die gediplomeerd zijn uitgestroomd tussen 2017-2018 en 2023-2024.1 Uit deze groep worden de internationale ho-studenten, deeltijd ho-studenten, studenten die in hun diplomajaar ouder waren dan 30, mbo-examenkandidaten en bol-deeltijdstudenten verwijderd.

We bekijken de arbeidsmarktuitkomsten, waar mogelijk, direct na afstuderen, en 1 en 5 jaar na afstuderen. Voor het cohort dat bijvoorbeeld in 2017-2018 een diploma heeft behaald zijn dit de uitkomsten in respectievelijk oktober 2018, oktober 2019, en oktober 2023.

De analyses maken gebruik van rechte tellingen. Voor de uitkomsten uurloon en aantal gewerkte uren wordt de mediane waarde weergegeven in plaats van het gemiddelde. Dit om de invloed van extreme waarden in deze uitkomsten weg te nemen.

Bij het aandeel personen met een voltijd baan of een baan van meer dan 12 uur per week worden degenen die niet in het POLIS-arbeidsmarktbestand te vinden zijn, meegeteld als niet te voldoen aan deze criteria. Dit kan leiden tot een lichte onderschatting van het percentage mensen dat wél aan de criteria voldoet, aangezien zelfstandig ondernemers en mensen die bijvoorbeeld naar het buitenland zijn vertrokken om daar te gaan werken niet in dit bestand zijn opgenomen.

Voor alle tabellen geldt dat wanneer het aantal observaties onderliggend aan een percentage <10 is, zowel de cel met het percentage als het aantal is leeggemaakt.

Tabel 40 tot en met Tabel 103 tonen de resultaten van de analyses naar de arbeidsmarktuitkomsten van gediplomeerden uitgesplist naar vooropleiding voorafgaand aan hun meest recent behaalde diploma.

Wo-master diploma

Tabel 40: Percentage uitstromers met voltijdbaan naar vooropleiding vóór wo-master
  Geen voltijd T0   Voltijd T0   Geen voltijd T1   Voltijd T1   Geen voltijd T5   Voltijd T5
Vooropl. voor wo-ma   n %   n %   n %   n %   n %   n %
1. Wo bachelor   85821 48,0   92175 51,6   43207 28,1   107793 70,0   20915 33,4   39049 62,5
2. Hbo bachelor   20570 48,4   21822 51,3   9957 27,0   26433 71,8   4359 31,9   8959 65,6
3. Eerdere wo master   3785 51,1   3597 48,5   2398 36,7   4049 61,9   1152 41,7   1532 55,5
4. Overig/onbekend   1071 57,1   763 40,7   533 32,1   944 56,9   186 28,4   360 55,0
Tabel 41: Percentage uitstromers met werk voor ten minste 12 uur per week naar vooropleiding vóór wo-master
  Geen Werk > 12 uur per week T0   Werk > 12 uur per week T0   Geen Werk > 12 uur per week T1   Werk > 12 uur per week T1   Geen Werk > 12 uur per week T5   Werk > 12 uur per week T5
Vooropl. voor wo-ma   n %   n %   n %   n %   n %   n %
1. Wo bachelor   50587 28,3   127409 71,3   18956 12,3   132044 85,8   8315 13,3   51649 82,6
2. Hbo bachelor   10835 25,5   31557 74,3   3810 10,3   32580 88,5   1470 10,8   11848 86,7
3. Eerdere wo master   1451 19,6   5931 80,1   525 8,0   5922 90,6   235 8,5   2449 88,7
4. Overig/onbekend   764 40,7   1070 57,1   309 18,6   1168 70,4   97 14,8   449 68,5
Tabel 42: Sociaaleconomische categorie in jaar van afstuderen naar vooropleiding vóór wo-master
  Onderwijs met/zonder inkomen T0   Overig T0   Uitkering T0   Werk of ZZP T0
Vooropl. voor wo-ma   n %   n %   n %   n %
1. Wo bachelor   566 0,3   22777 12,7   2377 1,3   152276 85,2
2. Hbo bachelor   27 0,1   4380 10,3   588 1,4   37397 88,0
3. Eerdere wo master   29 0,4   605 8,2   106 1,4   6642 89,6
4. Overig/onbekend     446 23,8     1337 71,3
Tabel 43: Sociaaleconomische categorie 1 jaar na afstuderen naar vooropleiding vóór wo-master
  Onderwijs met/zonder inkomen T1   Overig T1   Uitkering T1   Werk of ZZP T1
Vooropl. voor wo-ma   n %   n %   n %   n %
1. Wo bachelor   363 0,2   5067 3,3   1905 1,2   143665 93,4
2. Hbo bachelor   14 0,0   785 2,1   412 1,1   35179 95,5
3. Eerdere wo master       86 1,3   6204 94,9
4. Overig/onbekend       37 2,2   1309 79,0
Tabel 44: Sociaaleconomische categorie 5 jaar na afstuderen naar vooropleiding vóór wo-master
  Onderwijs met/zonder inkomen T5   Overig T5   Uitkering T5   Werk of ZZP T5
Vooropl. voor wo-ma   n %   n %   n %   n %
1. Wo bachelor   41 0,1   1529 2,4   1703 2,7   56691 90,7
2. Hbo bachelor       272 2,0   12826 93,8
3. Eerdere wo master       66 2,4   2565 92,9
4. Overig/onbekend       12 1,8   505 77,1
Tabel 45: Uurloon en werkzame uren per maand in jaar van afstuderen naar vooropleiding vóór wo-master
  Uurloon T0   Uurloon - correctie T0   Gewerkte uren T0
Vooropl. voor wo-ma   n Mediaan   n Mediaan   n Mediaan
1. Wo bachelor   134058 17,3   134058 19,9   134058 163,0
2. Hbo bachelor   33063 17,0   33063 19,5   33063 160,0
3. Eerdere wo master   6158 18,2   6158 21,4   6158 156,0
4. Overig/onbekend   1161 16,9   1161 19,4   1161 165,0
Tabel 46: Uurloon en werkzame uren per maand 1 jaar na afstuderen naar vooropleiding vóór wo-master
  Uurloon T1   Uurloon - correctie T1   Gewerkte uren T1
Vooropl. voor wo-ma   n Mediaan   n Mediaan   n Mediaan
1. Wo bachelor   133490 19,1   133490 21,5   133490 165,0
2. Hbo bachelor   32843 18,7   32843 21,1   32843 165,0
3. Eerdere wo master   5972 19,9   5972 22,5   5972 156,0
4. Overig/onbekend   1190 18,8   1190 21,1   1190 166,0
Tabel 47: Uurloon en werkzame uren per maand 5 jaar na afstuderen naar vooropleiding vóór wo-master
  Uurloon T5   Uurloon - correctie T5   Gewerkte uren T5
Vooropl. voor wo-ma   n Mediaan   n Mediaan   n Mediaan
1. Wo bachelor   52097 27,3   52097 28,3   52097 157,0
2. Hbo bachelor   11927 26,9   11927 27,8   11927 159,0
3. Eerdere wo master   2472 28,0   2472 28,9   2472 156,0
4. Overig/onbekend   454 27,7   454 28,8   454 165,0

Hbo-bachelor diploma

Tabel 48: Percentage uitstromers met Voltijdbaan naar wel/geen startkwalificatie behaald vóór hbo-ba
  Geen voltijd T0   Voltijd T0   Geen voltijd T1   Voltijd T1   Geen voltijd T5   Voltijd T5
Vooropl. voor hbo-ba   n %   n %   n %   n %   n %   n %
1. Havo   109318 58,2   78014 41,6   74505 46,0   86154 53,2   28515 42,5   37168 55,3
2. Mbo4   62792 56,4   48370 43,4   43781 45,2   52477 54,1   19641 48,3   20329 50,0
3. Vwo   18011 59,5   12147 40,2   12812 49,0   13039 49,9   5505 46,5   5997 50,7
4. Eerdere hbo ba of hbo ad   3427 61,8   2108 38,0   2526 53,4   2174 46,0   1129 59,8   728 38,6
5. Vmbo-gt of mbo lager dan mbo4   4642 60,6   3004 39,2   3301 48,7   3387 50,0   1515 49,1   1495 48,5
6. Overig/onbekend   12528 61,2   7784 38,0   8772 48,2   8935 49,1   4220 45,8   4479 48,7
Tabel 49: Percentage uitstromers met Werk voor ten minste 12 uur per week naar vooropleiding vóór hbo-ba
  Geen Werk > 12 uur per week T0   Werk > 12 uur per week T0   Geen Werk > 12 uur per week T1   Werk > 12 uur per week T1   Geen Werk > 12 uur per week T5   Werk > 12 uur per week T5
Vooropl. voor hbo-ba   n %   n %   n %   n %   n %   n %
1. Havo   52432 27,9   134900 71,9   31364 19,4   129295 79,9   10600 15,8   55083 82,0
2. Mbo4   28262 25,4   82900 74,5   16836 17,4   79422 82,0   6830 16,8   33140 81,6
3. Vwo   9415 31,1   20743 68,6   6045 23,1   19806 75,7   2268 19,2   9234 78,0
4. Eerdere hbo ba of hbo ad   1271 22,9   4264 76,9   831 17,6   3869 81,8   322 17,1   1535 81,3
5. Vmbo-gt of mbo lager dan mbo4   2402 31,3   5244 68,4   1467 21,7   5221 77,1   620 20,1   2390 77,5
6. Overig/onbekend   6908 33,8   13404 65,5   4178 23,0   13529 74,3   1862 20,2   6837 74,3
Tabel 50: Sociaaleconomische categorie in jaar van afstuderen naar vooropleiding vóór hbo-ba
  Onderwijs met/zonder inkomen T0   Overig T0   Uitkering T0   Werk of ZZP T0
Vooropl. voor hbo-ba   n %   n %   n %   n %
1. Havo   1472 0,8   15582 8,3   1843 1,0   168435 89,7
2. Mbo4   278 0,2   7440 6,7   1760 1,6   101684 91,3
3. Vwo   349 1,2   2543 8,4   313 1,0   26953 89,1
4. Eerdere hbo ba of hbo ad     297 5,4   73 1,3   5146 92,9
5. Vmbo-gt of mbo lager dan mbo4   41 0,5   730 9,5   205 2,7   6670 87,0
6. Overig/onbekend   200 1,0   2338 11,4   595 2,9   17179 84,0
Tabel 51: Sociaaleconomische categorie 1 jaar na afstuderen naar vooropleiding vóór hbo-ba
  Onderwijs met/zonder inkomen T1   Overig T1   Uitkering T1   Werk of ZZP T1
Vooropl. voor hbo-ba   n %   n %   n %   n %
1. Havo   3605 2,2   5730 3,5   2208 1,4   149116 92,1
2. Mbo4   506 0,5   2517 2,6   1886 1,9   91349 94,3
3. Vwo   623 2,4   910 3,5   430 1,6   23888 91,4
4. Eerdere hbo ba of hbo ad   23 0,5   102 2,2   87 1,8   4488 94,9
5. Vmbo-gt of mbo lager dan mbo4   65 1,0   248 3,7   226 3,3   6149 90,8
6. Overig/onbekend   303 1,7   876 4,8   604 3,3   15924 87,5
Tabel 52: Sociaaleconomische categorie 5 jaar na afstuderen naar vooropleiding vóór hbo-ba
  Onderwijs met/zonder inkomen T5   Overig T5   Uitkering T5   Werk of ZZP T5
Vooropl. voor hbo-ba   n %   n %   n %   n %
1. Havo   255 0,4   1316 2,0   1292 1,9   62820 93,5
2. Mbo4   42 0,1   669 1,6   1033 2,5   38226 94,1
3. Vwo   56 0,5   235 2,0   238 2,0   10973 92,7
4. Eerdere hbo ba of hbo ad     24 1,3   48 2,5   1783 94,5
5. Vmbo-gt of mbo lager dan mbo4     79 2,6   114 3,7   2808 91,1
6. Overig/onbekend   44 0,5   245 2,7   370 4,0   8040 87,4
Tabel 53: Uurloon en werkzame uren per maand in jaar van afstuderen naar vooropleiding vóór hbo-ba
  Uurloon T0   Uurloon - correctie T0   Gewerkte uren T0
Vooropl. voor hbo-ba   n Mediaan   n Mediaan   n Mediaan
1. Havo   142900 15,1   142900 17,4   142900 156,0
2. Mbo4   86869 15,6   86869 18,1   86869 156,0
3. Vwo   22144 15,3   22144 17,7   22144 156,0
4. Eerdere hbo ba of hbo ad   4452 17,2   4452 20,0   4452 144,4
5. Vmbo-gt of mbo lager dan mbo4   5552 15,4   5552 17,9   5552 156,0
6. Overig/onbekend   14252 15,1   14252 17,7   14252 156,0
Tabel 54: Uurloon en werkzame uren per maand 1 jaar na afstuderen naar vooropleiding vóór hbo-ba
  Uurloon T1   Uurloon - correctie T1   Gewerkte uren T1
Vooropl. voor hbo-ba   n Mediaan   n Mediaan   n Mediaan
1. Havo   132541 16,5   132541 18,8   132541 159,4
2. Mbo4   80774 17,0   80774 19,4   80774 157,0
3. Vwo   20461 16,6   20461 19,1   20461 160,0
4. Eerdere hbo ba of hbo ad   3947 18,4   3947 21,1   3947 156,0
5. Vmbo-gt of mbo lager dan mbo4   5317 17,0   5317 19,3   5317 156,0
6. Overig/onbekend   13850 16,6   13850 19,2   13850 157,0
Tabel 55: Uurloon en werkzame uren per maand 5 jaar na afstuderen naar vooropleiding vóór hbo-ba
  Uurloon T5   Uurloon - correctie T5   Gewerkte uren T5
Vooropl. voor hbo-ba   n Mediaan   n Mediaan   n Mediaan
1. Havo   55604 22,5   55604 23,3   55604 156,0
2. Mbo4   33441 22,8   33441 23,6   33441 156,0
3. Vwo   9359 22,7   9359 23,6   9359 156,0
4. Eerdere hbo ba of hbo ad   1549 24,7   1549 25,7   1549 141,0
5. Vmbo-gt of mbo lager dan mbo4   2421 23,1   2421 23,9   2421 156,0
6. Overig/onbekend   6913 22,8   6913 23,7   6913 156,0

Mbo 4 diploma (bol)

Tabel 56: Percentage uitstromers met voltijdbaan naar vooropleiding vóór mbo 4 bol
  Geen voltijd T0   Voltijd T0   Geen voltijd T1   Voltijd T1   Geen voltijd T5   Voltijd T5
Vooropl. voor mbo4   n %   n %   n %   n %   n %   n %
1. Vmbo-gt   82356 71,5   32872 28,5   66107 66,2   33124 33,2   21903 56,2   16440 42,2
2. Lager mbo-niveau   35447 71,2   14306 28,8   28408 64,3   15459 35,0   11685 59,3   7712 39,1
3. Eerdere mbo4 opleiding   3896 66,6   1951 33,4   3210 62,0   1940 37,5   1526 63,6   852 35,5
4. Vmbo-k   29245 72,8   10901 27,2   22908 66,8   11192 32,6   7223 58,1   5038 40,5
5. Havo   8648 65,6   4533 34,4   6799 59,3   4591 40,1   2926 54,6   2358 44,0
5. Havo - geen diploma   6699 69,3   2966 30,7   5385 64,7   2880 34,6   1908 56,9   1387 41,3
6. Overig/onbekend   6283 72,8   2344 27,2   4919 65,1   2439 32,3   1866 59,0   1138 36,0
Tabel 57: Percentage uitstromers met werk voor ten minste 12 uur per week naar vooropleiding vóór mbo 4 bol
  Geen Werk > 12 uur per week T0   Werk > 12 uur per week T0   Geen Werk > 12 uur per week T1   Werk > 12 uur per week T1   Geen Werk > 12 uur per week T5   Werk > 12 uur per week T5
Vooropl. voor mbo4   n %   n %   n %   n %   n %   n %
1. Vmbo-gt   40769 35,4   74459 64,6   33719 33,8   65512 65,6   10377 26,6   27966 71,8
2. Lager mbo-niveau   16429 33,0   33324 67,0   12547 28,4   31320 70,9   4925 25,0   14472 73,5
3. Eerdere mbo4 opleiding   1457 24,9   4390 75,1   1009 19,5   4141 80,0   403 16,8   1975 82,3
4. Vmbo-k   14095 35,1   26051 64,9   11151 32,5   22949 66,9   3427 27,6   8834 71,0
5. Havo   4201 31,9   8980 68,1   3184 27,8   8206 71,6   1224 22,8   4060 75,7
5. Havo - geen diploma   3401 35,2   6264 64,8   2773 33,3   5492 66,0   922 27,5   2373 70,7
6. Overig/onbekend   3503 40,6   5124 59,4   2629 34,8   4729 62,6   978 30,9   2026 64,0
Tabel 58: Sociaaleconomische categorie in jaar van afstuderen naar vooropleiding vóór mbo 4 bol
  Onderwijs met/zonder inkomen T0   Overig T0   Uitkering T0   Werk of ZZP T0
Vooropl. voor mbo4   n %   n %   n %   n %
1. Vmbo-gt   2360 2,0   11041 9,6   1015 0,9   100812 87,5
2. Lager mbo-niveau   391 0,8   4171 8,4   1291 2,6   43900 88,2
3. Eerdere mbo4 opleiding   16 0,3   309 5,3   91 1,6   5431 92,9
4. Vmbo-k   654 1,6   3886 9,7   485 1,2   35121 87,5
5. Havo   157 1,2   1117 8,5   172 1,3   11735 89,0
5. Havo - geen diploma   156 1,6   936 9,7   99 1,0   8474 87,7
6. Overig/onbekend   139 1,6   1261 14,6   356 4,1   6871 79,6
Tabel 59: Sociaaleconomische categorie 1 jaar na afstuderen naar vooropleiding vóór mbo 4 bol
  Onderwijs met/zonder inkomen T1   Overig T1   Uitkering T1   Werk of ZZP T1
Vooropl. voor mbo4   n %   n %   n %   n %
1. Vmbo-gt   11911 11,9   4400 4,4   1591 1,6   81329 81,5
2. Lager mbo-niveau   1802 4,1   1804 4,1   1595 3,6   38666 87,5
3. Eerdere mbo4 opleiding   68 1,3   122 2,4   109 2,1   4851 93,7
4. Vmbo-k   3143 9,2   1567 4,6   776 2,3   28614 83,5
5. Havo   613 5,3   430 3,8   230 2,0   10117 88,3
5. Havo - geen diploma   803 9,6   389 4,7   170 2,0   6903 82,9
6. Overig/onbekend   562 7,4   444 5,9   473 6,3   5879 77,8
Tabel 60: Sociaaleconomische categorie 5 jaar na afstuderen naar vooropleiding vóór mbo 4 bol
  Onderwijs met/zonder inkomen T5   Overig T5   Uitkering T5   Werk of ZZP T5
Vooropl. voor mbo4   n %   n %   n %   n %
1. Vmbo-gt   2219 5,7   1158 3,0   1082 2,8   33884 87,0
2. Lager mbo-niveau   382 1,9   561 2,8   963 4,9   17491 88,8
3. Eerdere mbo4 opleiding   17 0,7   39 1,6   81 3,4   2241 93,4
4. Vmbo-k   531 4,3   398 3,2   419 3,4   10913 87,7
5. Havo   152 2,8   112 2,1   159 3,0   4861 90,7
5. Havo - geen diploma   183 5,5   98 2,9   99 3,0   2915 86,9
6. Overig/onbekend   105 3,3   135 4,3   257 8,1   2507 79,2
Tabel 61: Uurloon en werkzame uren per maand in jaar van afstuderen naar vooropleiding vóór mbo 4 bol
  Uurloon T0   Uurloon - correctie T0   Gewerkte uren T0
Vooropl. voor mbo4   n Mediaan   n Mediaan   n Mediaan
1. Vmbo-gt   81592 12,0   81592 13,7   81592 139,0
2. Lager mbo-niveau   35839 12,9   35839 14,9   35839 139,0
3. Eerdere mbo4 opleiding   4648 13,0   4648 14,9   4648 139,0
4. Vmbo-k   28575 12,3   28575 13,9   28575 139,0
5. Havo   9625 12,5   9625 14,3   9625 146,0
5. Havo - geen diploma   6812 12,4   6812 14,1   6812 139,0
6. Overig/onbekend   5599 12,6   5599 14,5   5599 139,0
Tabel 62: Uurloon en werkzame uren per maand 1 jaar na afstuderen naar vooropleiding vóór mbo 4 bol
  Uurloon T1   Uurloon - correctie T1   Gewerkte uren T1
Vooropl. voor mbo4   n Mediaan   n Mediaan   n Mediaan
1. Vmbo-gt   72019 13,3   72019 14,8   72019 143,0
2. Lager mbo-niveau   32822 13,9   32822 15,8   32822 146,0
3. Eerdere mbo4 opleiding   4253 13,9   4253 15,8   4253 144,0
4. Vmbo-k   24828 13,5   24828 15,0   24828 142,0
5. Havo   8662 13,5   8662 15,2   8662 156,0
5. Havo - geen diploma   5919 13,6   5919 15,1   5919 148,0
6. Overig/onbekend   5099 13,6   5099 15,3   5099 147,0
Tabel 63: Uurloon en werkzame uren per maand 5 jaar na afstuderen naar vooropleiding vóór mbo 4 bol
  Uurloon T5   Uurloon - correctie T5   Gewerkte uren T5
Vooropl. voor mbo4   n Mediaan   n Mediaan   n Mediaan
1. Vmbo-gt   28915 17,2   28915 17,8   28915 156,0
2. Lager mbo-niveau   14730 17,7   14730 18,3   14730 156,0
3. Eerdere mbo4 opleiding   2010 17,8   2010 18,4   2010 139,0
4. Vmbo-k   9100 17,1   9100 17,7   9100 156,0
5. Havo   4135 17,6   4135 18,3   4135 156,0
5. Havo - geen diploma   2441 17,7   2441 18,3   2441 156,0
6. Overig/onbekend   2086 17,6   2086 18,2   2086 156,0

Mbo 4 diploma (bbl)

Tabel 64: Percentage uitstromers met voltijdbaan naar vooropleiding vóór mbo 4 bbl
  Geen voltijd T0   Voltijd T0   Geen voltijd T1   Voltijd T1   Geen voltijd T5   Voltijd T5
Vooropl. voor mbo4   n %   n %   n %   n %   n %   n %
1. Vmbo-gt   4367 61,0   2788 39,0   3356 58,4   2369 41,3   966 58,8   659 40,1
2. Lager mbo-niveau   19412 53,8   16687 46,2   16045 51,7   14922 48,1   6188 54,6   5067 44,7
3. Eerdere mbo4 opleiding   5729 63,0   3358 37,0   4737 62,5   2832 37,4   1788 67,5   849 32,0
4. Vmbo-k   1606 64,0   903 36,0   1121 57,6   819 42,1   294 59,5   199 40,3
5. Havo   1790 58,8   1253 41,2   1436 56,7   1090 43,0   544 61,3   335 37,8
5. Havo - geen diploma   491 60,5   320 39,5   382 60,0   252 39,6   115 63,9   65 36,1
6. Overig/onbekend   1266 63,0   742 37,0   1020 59,5   682 39,8   534 64,0   289 34,6
Tabel 65: Percentage uitstromers met werk voor ten minste 12 uur per week naar vooropleiding vóór mbo 4 bbl
  Geen Werk > 12 uur per week T0   Werk > 12 uur per week T0   Geen Werk > 12 uur per week T1   Werk > 12 uur per week T1   Geen Werk > 12 uur per week T5   Werk > 12 uur per week T5
Vooropl. voor mbo4   n %   n %   n %   n %   n %   n %
  No, NA   No, NA   No, NA   No, NA   No, NA   No, NA
1. Vmbo-gt   1365 19,1   5790 80,9   1142 19,9   4583 79,8   350 21,3   1275 77,6
2. Lager mbo-niveau   6727 18,6   29372 81,4   6027 19,4   24940 80,3   2803 24,7   8452 74,6
3. Eerdere mbo4 opleiding   1049 11,5   8038 88,5   939 12,4   6630 87,4   438 16,5   2199 83,0
4. Vmbo-k   527 21,0   1982 79,0   409 21,0   1531 78,7   132 26,7   361 73,1
5. Havo   569 18,7   2474 81,3   433 17,1   2093 82,6   177 20,0   702 79,1
5. Havo - geen diploma   158 19,5   653 80,5   110 17,3   524 82,3   32 17,8   148 82,2
6. Overig/onbekend   386 19,2   1622 80,8   306 17,8   1396 81,4   145 17,4   678 81,2
Tabel 66: Sociaaleconomische categorie in jaar van afstuderen naar vooropleiding vóór mbo 4 bbl
  Onderwijs met/zonder inkomen T0   Overig T0   Uitkering T0   Werk of ZZP T0
Vooropl. voor mbo4   n %   n %   n %   n %
1. Vmbo-gt   12 0,2   219 3,1   85 1,2   6839 95,6
2. Lager mbo-niveau   28 0,1   476 1,3   356 1,0   35239 97,6
3. Eerdere mbo4 opleiding     71 0,8     8937 98,3
4. Vmbo-k     93 3,7     2367 94,3
5. Havo     60 2,0     2952 97,0
5. Havo - geen diploma     23 2,8     777 95,8
6. Overig/onbekend     55 2,7     1892 94,2
Tabel 67: Sociaaleconomische categorie 1 jaar na afstuderen naar vooropleiding vóór mbo 4 bbl
  Onderwijs met/zonder inkomen T1   Overig T1   Uitkering T1   Werk of ZZP T1
Vooropl. voor mbo4   n %   n %   n %   n %
1. Vmbo-gt   118 2,1   95 1,7   90 1,6   5422 94,4
2. Lager mbo-niveau   151 0,5   319 1,0   298 1,0   30199 97,3
3. Eerdere mbo4 opleiding   17 0,2   61 0,8   90 1,2   7401 97,6
4. Vmbo-k   35 1,8   35 1,8   31 1,6   1839 94,6
5. Havo   25 1,0   30 1,2   35 1,4   2436 96,2
5. Havo - geen diploma         609 95,6
6. Overig/onbekend   22 1,3   26 1,5   43 2,5   1611 93,9
Tabel 68: Sociaaleconomische categorie 5 jaar na afstuderen naar vooropleiding vóór mbo 4 bbl
  Onderwijs met/zonder inkomen T5   Overig T5   Uitkering T5   Werk of ZZP T5
Vooropl. voor mbo4   n %   n %   n %   n %
1. Vmbo-gt   22 1,3   27 1,6   39 2,4   1537 93,5
2. Lager mbo-niveau   44 0,4   128 1,1   229 2,0   10854 95,8
3. Eerdere mbo4 opleiding       57 2,2   2544 96,0
4. Vmbo-k       17 3,4   463 93,7
5. Havo       32 3,6   831 93,7
5. Havo - geen diploma         168 93,3
6. Overig/onbekend       27 3,2   782 93,7
Tabel 69: Uurloon en werkzame uren per maand in jaar van afstuderen naar vooropleiding vóór mbo 4 bbl
  Uurloon T0   Uurloon - correctie T0   Gewerkte uren T0
Vooropl. voor mbo4   n Mediaan   n Mediaan   n Mediaan
1. Vmbo-gt   5887 15,1   5887 16,7   5887 147,0
2. Lager mbo-niveau   29573 15,7   29573 17,6   29573 156,0
3. Eerdere mbo4 opleiding   8083 16,3   8083 18,4   8083 139,0
4. Vmbo-k   2016 14,5   2016 16,3   2016 143,0
5. Havo   2498 15,3   2498 17,0   2498 152,0
5. Havo - geen diploma   660 15,4   660 16,8   660 147,5
6. Overig/onbekend   1641 15,6   1641 17,7   1641 143,0
Tabel 70: Uurloon en werkzame uren per maand 1 jaar na afstuderen naar vooropleiding vóór mbo 4 bbl
  Uurloon T1   Uurloon - correctie T1   Gewerkte uren T1
Vooropl. voor mbo4   n Mediaan   n Mediaan   n Mediaan
1. Vmbo-gt   4674 16,1   4674 17,5   4674 152,6
2. Lager mbo-niveau   25156 16,6   25156 18,5   25156 157,0
3. Eerdere mbo4 opleiding   6674 17,3   6674 19,4   6674 139,0
4. Vmbo-k   1576 15,2   1576 16,6   1576 156,0
5. Havo   2119 16,4   2119 18,0   2119 154,0
5. Havo - geen diploma   532 16,4   532 17,9   532 144,0
6. Overig/onbekend   1426 16,5   1426 18,8   1426 147,0
Tabel 71: Uurloon en werkzame uren per maand 5 jaar na afstuderen naar vooropleiding vóór mbo 4 bbl
  Uurloon T5   Uurloon - correctie T5   Gewerkte uren T5
Vooropl. voor mbo4   n Mediaan   n Mediaan   n Mediaan
1. Vmbo-gt   1300 20,1   1300 20,9   1300 154,1
2. Lager mbo-niveau   8551 20,3   8551 20,9   8551 157,0
3. Eerdere mbo4 opleiding   2221 21,0   2221 21,8   2221 139,0
4. Vmbo-k   373 18,6   373 19,0   373 156,0
5. Havo   707 20,4   707 21,3   707 147,0
5. Havo - geen diploma   149 20,5   149 21,1   149 140,0
6. Overig/onbekend   685 20,6   685 21,5   685 139,0

Mbo 3 diploma (bol)

Tabel 72: Percentage uitstromers met voltijdbaan naar vooropleiding vóór mbo 3 bol
  Geen voltijd T0   Voltijd T0   Geen voltijd T1   Voltijd T1   Geen voltijd T5   Voltijd T5
Vooropl. voor mbo3   n %   n %   n %   n %   n %   n %
1. Vmbo-k   18484 74,3   6377 25,6   14556 66,9   7083 32,6   5677 62,3   3338 36,6
2. Lager mbo-niveau   20305 79,2   5319 20,8   16894 73,1   6039 26,1   8206 69,7   3342 28,4
3. Eerdere mbo3 opleiding   1572 73,4   571 26,6   1326 67,8   626 32,0   763 67,8   355 31,6
4. Vmbo-gt   12818 68,7   5849 31,3   9410 59,0   6479 40,6   3564 53,7   2995 45,2
5. Vmbo-b   1453 75,8   464 24,2   1169 68,9   521 30,7   409 61,1   254 38,0
6. Havo   575 60,1   381 39,9   440 53,5   379 46,1   178 46,8   196 51,6
6. Havo - geen diploma   415 67,4   201 32,6   295 59,2   200 40,2   122 52,8   108 46,8
7. Overig/onbekend   2051 76,2   641 23,8   1571 67,5   694 29,8   607 62,1   318 32,5
Tabel 73: Percentage uitstromers met werk voor ten minste 12 uur per week naar vooropleiding vóór mbo 3 bol
  Geen Werk > 12 uur per week T0   Werk > 12 uur per week T0   Geen Werk > 12 uur per week T1   Werk > 12 uur per week T1   Geen Werk > 12 uur per week T5   Werk > 12 uur per week T5
Vooropl. voor mbo3   n %   n %   n %   n %   n %   n %
1. Vmbo-k   8867 35,7   15994 64,3   6630 30,5   15009 69,0   2771 30,4   6244 68,5
2. Lager mbo-niveau   9535 37,2   16089 62,8   7454 32,3   15479 67,0   3711 31,5   7837 66,6
3. Eerdere mbo3 opleiding   649 30,3   1494 69,7   485 24,8   1467 75,0   268 23,8   850 75,6
4. Vmbo-gt   6600 35,4   12067 64,6   4795 30,1   11094 69,5   1925 29,0   4634 69,9
5. Vmbo-b   803 41,9   1114 58,1   587 34,6   1103 65,0   244 36,5   419 62,6
6. Havo   319 33,4   637 66,6   226 27,5   593 72,1   99 26,1   275 72,4
6. Havo - geen diploma   241 39,1   375 60,9   168 33,7   327 65,7   74 32,0   156 67,5
7. Overig/onbekend   1203 44,7   1489 55,3   891 38,3   1374 59,0   327 33,5   598 61,2
Tabel 74: Sociaaleconomische categorie in jaar van afstuderen naar vooropleiding vóór mbo 3 bol
  Onderwijs met/zonder inkomen T0   Overig T0   Uitkering T0   Werk of ZZP T0
Vooropl. voor mbo3   n %   n %   n %   n %
1. Vmbo-k   256 1,0   2379 9,6   318 1,3   21908 88,1
2. Lager mbo-niveau   274 1,1   2431 9,5   935 3,6   21984 85,8
3. Eerdere mbo3 opleiding     143 6,7     1928 90,0
4. Vmbo-gt   263 1,4   1733 9,3   239 1,3   16432 88,0
5. Vmbo-b   38 2,0   247 12,9   30 1,6   1602 83,6
6. Havo     75 7,8     853 89,2
6. Havo - geen diploma     60 9,7     538 87,3
7. Overig/onbekend   47 1,7   386 14,3   181 6,7   2078 77,2
Tabel 75: Sociaaleconomische categorie 1 jaar na afstuderen naar vooropleiding vóór mbo 3 bol
  Onderwijs met/zonder inkomen T1   Overig T1   Uitkering T1   Werk of ZZP T1
Vooropl. voor mbo3   n %   n %   n %   n %
1. Vmbo-k   725 3,3   1119 5,1   490 2,3   19305 88,8
2. Lager mbo-niveau   548 2,4   1150 5,0   1217 5,3   20018 86,7
3. Eerdere mbo3 opleiding   16 0,8   67 3,4   82 4,2   1787 91,4
4. Vmbo-gt   568 3,6   806 5,1   388 2,4   14127 88,6
5. Vmbo-b   76 4,5   107 6,3   46 2,7   1461 86,1
6. Havo   25 3,0   32 3,9   24 2,9   738 89,7
6. Havo - geen diploma   20 4,0   33 6,6   12 2,4   430 86,3
7. Overig/onbekend   92 4,0   151 6,5   176 7,6   1846 79,3
Tabel 76: Sociaaleconomische categorie 5 jaar na afstuderen naar vooropleiding vóór mbo 3 bol
  Onderwijs met/zonder inkomen T5   Overig T5   Uitkering T5   Werk of ZZP T5
Vooropl. voor mbo3   n %   n %   n %   n %
1. Vmbo-k   102 1,1   348 3,8   408 4,5   8157 89,5
2. Lager mbo-niveau   97 0,8   462 3,9   882 7,5   10107 85,9
3. Eerdere mbo3 opleiding       78 6,9   1014 90,1
4. Vmbo-gt   119 1,8   226 3,4   268 4,0   5946 89,6
5. Vmbo-b   12 1,8   30 4,5   30 4,5   591 88,3
6. Havo       17 4,5   338 88,9
6. Havo - geen diploma       10 4,3   205 88,7
7. Overig/onbekend   17 1,7   49 5,0   98 10,0   761 77,9
Tabel 77: Uurloon en werkzame uren per maand in jaar van afstuderen naar vooropleiding vóór mbo 3 bol
  Uurloon T0   Uurloon - correctie T0   Gewerkte uren T0
Vooropl. voor mbo3   n Mediaan   n Mediaan   n Mediaan
1. Vmbo-k   17485 11,7   17485 13,3   17485 136,0
2. Lager mbo-niveau   17573 12,9   17573 15,1   17573 128,0
3. Eerdere mbo3 opleiding   1607 13,1   1607 15,5   1607 136,0
4. Vmbo-gt   13129 11,5   13129 13,0   13129 139,1
5. Vmbo-b   1234 10,5   1234 12,2   1234 139,0
6. Havo   677 12,2   677 14,1   677 156,0
6. Havo - geen diploma   412 11,3   412 12,7   412 150,0
7. Overig/onbekend   1647 12,4   1647 14,1   1647 138,0
Tabel 78: Uurloon en werkzame uren per maand 1 jaar na afstuderen naar vooropleiding vóór mbo 3 bol
  Uurloon T1   Uurloon - correctie T1   Gewerkte uren T1
Vooropl. voor mbo3   n Mediaan   n Mediaan   n Mediaan
1. Vmbo-k   15795 13,1   15795 14,6   15795 140,0
2. Lager mbo-niveau   16293 13,7   16293 15,8   16293 139,0
3. Eerdere mbo3 opleiding   1521 14,1   1521 16,6   1521 139,0
4. Vmbo-gt   11700 13,0   11700 14,4   11700 156,0
5. Vmbo-b   1175 11,9   1175 13,5   1175 140,0
6. Havo   619 13,6   619 15,2   619 156,0
6. Havo - geen diploma   340 12,7   340 14,2   340 159,0
7. Overig/onbekend   1456 13,5   1456 14,8   1456 146,0
Tabel 79: Uurloon en werkzame uren per maand 5 jaar na afstuderen naar vooropleiding vóór mbo 3 bol
  Uurloon T5   Uurloon - correctie T5   Gewerkte uren T5
Vooropl. voor mbo3   n Mediaan   n Mediaan   n Mediaan
1. Vmbo-k   6370 16,8   6370 17,4   6370 156,0
2. Lager mbo-niveau   8037 17,3   8037 17,9   8037 139,0
3. Eerdere mbo3 opleiding   870 17,6   870 18,3   870 139,0
4. Vmbo-gt   4751 17,3   4751 18,0   4751 160,0
5. Vmbo-b   430 15,9   430 16,2   430 157,0
6. Havo   281 18,6   281 19,2   281 157,0
6. Havo - geen diploma   163 18,1   163 18,7   163 165,0
7. Overig/onbekend   615 17,1   615 17,7   615 156,0

Mbo 3 diploma (bbl)

Tabel 80: Percentage uitstromers met voltijdbaan naar vooropleiding vóór mbo 3 bbl
  Geen voltijd T0   Voltijd T0   Geen voltijd T1   Voltijd T1   Geen voltijd T5   Voltijd T5
Vooropl. voor mbo3   n %   n %   n %   n %   n %   n %
1. Vmbo-k   6224 50,0   6227 50,0   5131 48,7   5375 51,0   1760 52,8   1552 46,5
2. Lager mbo-niveau   18412 52,4   16740 47,6   15827 51,0   15099 48,7   7364 54,4   6072 44,8
3. Eerdere mbo3 opleiding   5881 58,7   4139 41,3   5048 58,6   3539 41,1   2199 64,5   1188 34,9
4. Vmbo-gt   4676 51,0   4490 49,0   3664 48,9   3807 50,8   1237 52,2   1100 46,5
5. Vmbo-b   897 55,9   708 44,1   787 54,7   652 45,3   303 58,8   209 40,6
6. Havo   762 49,4   779 50,6   616 48,8   643 51,0   207 54,2   173 45,3
6. Havo - geen diploma   189 49,3   194 50,7   141 47,2   156 52,2   37 49,3   37 49,3
7. Overig/onbekend   1545 58,9   1079 41,1   1354 58,9   927 40,3   647 61,3   389 36,9
Tabel 81: Percentage uitstromers met werk voor ten minste 12 uur per week naar vooropleiding vóór mbo 3 bbl
  Geen Werk > 12 uur per week T0   Werk > 12 uur per week T0   Geen Werk > 12 uur per week T1   Werk > 12 uur per week T1   Geen Werk > 12 uur per week T5   Werk > 12 uur per week T5
Vooropl. voor mbo3   n %   n %   n %   n %   n %   n %
1. Vmbo-k   3249 26,1   9202 73,9   2905 27,6   7601 72,2   1111 33,3   2201 66,0
2. Lager mbo-niveau   10018 28,5   25134 71,5   9126 29,4   21800 70,3   4827 35,6   8609 63,6
3. Eerdere mbo3 opleiding   1915 19,1   8105 80,9   1768 20,5   6819 79,2   868 25,5   2519 73,9
4. Vmbo-gt   2470 26,9   6696 73,0   2056 27,4   5415 72,2   770 32,5   1567 66,2
5. Vmbo-b   383 23,9   1222 76,1   381 26,5   1058 73,5   201 39,0   311 60,4
6. Havo   373 24,2   1168 75,8   315 25,0   944 74,8   107 28,0   273 71,5
6. Havo - geen diploma   104 27,2   279 72,8   80 26,8   217 72,6   29 38,7   45 60,0
7. Overig/onbekend   633 24,1   1991 75,8   588 25,6   1693 73,6   298 28,2   738 70,0
Tabel 82: Sociaaleconomische categorie in jaar van afstuderen naar vooropleiding vóór mbo 3 bbl
  Onderwijs met/zonder inkomen T0   Overig T0   Uitkering T0   Werk of ZZP T0
Vooropl. voor mbo3   n %   n %   n %   n %
1. Vmbo-k   12 0,1   339 2,7   151 1,2   11949 96,0
2. Lager mbo-niveau   27 0,1   687 2,0   534 1,5   33904 96,4
3. Eerdere mbo3 opleiding     125 1,2     9803 97,8
4. Vmbo-gt   24 0,3   283 3,1   113 1,2   8746 95,4
5. Vmbo-b     34 2,1     1542 96,1
6. Havo     38 2,5     1486 96,4
6. Havo - geen diploma     16 4,2     359 93,7
7. Overig/onbekend     86 3,3     2458 93,6
Tabel 83: Sociaaleconomische categorie 1 jaar na afstuderen naar vooropleiding vóór mbo 3 bbl
  Onderwijs met/zonder inkomen T1   Overig T1   Uitkering T1   Werk of ZZP T1
Vooropl. voor mbo3   n %   n %   n %   n %
1. Vmbo-k   88 0,8   230 2,2   127 1,2   10061 95,5
2. Lager mbo-niveau   99 0,3   491 1,6   549 1,8   29787 96,1
3. Eerdere mbo3 opleiding   13 0,2   88 1,0   100 1,2   8386 97,4
4. Vmbo-gt   81 1,1   188 2,5   113 1,5   7089 94,5
5. Vmbo-b       27 1,9   1379 95,8
6. Havo   18 1,4   27 2,1   24 1,9   1190 94,3
6. Havo - geen diploma         280 93,6
7. Overig/onbekend   17 0,7   61 2,7   68 3,0   2135 92,8
Tabel 84: Sociaaleconomische categorie 5 jaar na afstuderen naar vooropleiding vóór mbo 3 bbl
  Onderwijs met/zonder inkomen T5   Overig T5   Uitkering T5   Werk of ZZP T5
Vooropl. voor mbo3   n %   n %   n %   n %
1. Vmbo-k   17 0,5   57 1,7   75 2,2   3163 94,8
2. Lager mbo-niveau   28 0,2   238 1,8   366 2,7   12804 94,5
3. Eerdere mbo3 opleiding       93 2,7   3237 95,0
4. Vmbo-gt   11 0,5   53 2,2   56 2,4   2217 93,6
5. Vmbo-b       19 3,7   480 93,2
6. Havo         358 93,7
6. Havo - geen diploma         68 90,7
7. Overig/onbekend       52 4,9   960 91,0
Tabel 85: Uurloon en werkzame uren per maand in jaar van afstuderen naar vooropleiding vóór mbo 3 bbl
  Uurloon T0   Uurloon - correctie T0   Gewerkte uren T0
Vooropl. voor mbo3   n Mediaan   n Mediaan   n Mediaan
1. Vmbo-k   9316 11,5   9316 12,9   9316 165,0
2. Lager mbo-niveau   25392 13,6   25392 15,6   25392 165,0
3. Eerdere mbo3 opleiding   8163 15,6   8163 18,0   8163 154,0
4. Vmbo-gt   6814 12,2   6814 13,8   6814 165,0
5. Vmbo-b   1239 11,5   1239 13,2   1239 160,0
6. Havo   1189 14,4   1189 16,0   1189 165,0
6. Havo - geen diploma   280 12,0   280 13,3   280 165,0
7. Overig/onbekend   2020 14,9   2020 17,4   2020 156,0
Tabel 86: Uurloon en werkzame uren per maand 1 jaar na afstuderen naar vooropleiding vóór mbo 3 bbl
  Uurloon T1   Uurloon - correctie T1   Gewerkte uren T1
Vooropl. voor mbo3   n Mediaan   n Mediaan   n Mediaan
1. Vmbo-k   7712 13,0   7712 14,4   7712 165,0
2. Lager mbo-niveau   22031 14,5   22031 16,4   22031 165,0
3. Eerdere mbo3 opleiding   6883 16,4   6883 18,7   6883 156,0
4. Vmbo-gt   5508 13,6   5508 15,0   5508 165,0
5. Vmbo-b   1070 13,3   1070 14,8   1070 163,4
6. Havo   953 15,5   953 17,1   953 165,0
6. Havo - geen diploma   219 13,4   219 14,5   219 165,0
7. Overig/onbekend   1717 15,9   1717 18,4   1717 156,0
Tabel 87: Uurloon en werkzame uren per maand 5 jaar na afstuderen naar vooropleiding vóór mbo 3 bbl
  Uurloon T5   Uurloon - correctie T5   Gewerkte uren T5
Vooropl. voor mbo3   n Mediaan   n Mediaan   n Mediaan
1. Vmbo-k   2231 16,8   2231 17,2   2231 165,0
2. Lager mbo-niveau   8726 17,9   8726 18,4   8726 165,0
3. Eerdere mbo3 opleiding   2560 20,1   2560 20,8   2560 140,0
4. Vmbo-gt   1606 17,3   1606 17,8   1606 165,0
5. Vmbo-b   314 16,8   314 17,2   314 165,0
6. Havo   279 19,2   279 19,8   279 165,0
6. Havo - geen diploma   45 16,2   45 16,9   45 165,0
7. Overig/onbekend   752 20,0   752 20,9   752 156,0

mbo 2 diploma (bol)

Tabel 88: Percentage uitstromers met voltijdbaan naar vooropleiding vóór mbo 2 bol
  Geen voltijd T0   Voltijd T0   Geen voltijd T1   Voltijd T1   Geen voltijd T5   Voltijd T5
Vooropl. voor mbo2   n %   n %   n %   n %   n %   n %
1. Vmbo-b   19989 84,4   3677 15,5   16351 78,7   4291 20,7   5711 68,0   2571 30,6
2. Lager mbo-niveau   12319 87,8   1701 12,1   10007 83,1   1843 15,3   3102 75,8   804 19,6
3. Eerdere mbo2 opleiding   1492 80,7   356 19,3   1278 75,9   391 23,2   571 68,1   254 30,3
4. Vmbo-k   5965 77,7   1708 22,3   4635 69,8   1971 29,7   1639 59,4   1090 39,5
5. Vmbo-gt   4056 75,0   1352 25,0   2948 64,9   1575 34,7   919 49,7   914 49,4
6. Overig/onbekend   3448 85,6   578 14,4   2740 79,3   639 18,5   828 68,4   329 27,2
Tabel 89: Percentage uitstromers met werk voor ten minste 12 uur per week naar vooropleiding vóór mbo 2 bol
  Geen Werk > 12 uur per week T0   Werk > 12 uur per week T0   Geen Werk > 12 uur per week T1   Werk > 12 uur per week T1   Geen Werk > 12 uur per week T5   Werk > 12 uur per week T5
Vooropl. voor mbo2   n %   n %   n %   n %   n %   n %
1. Vmbo-b   13140 55,5   10526 44,5   10359 49,9   10283 49,5   3798 45,2   4484 53,4
2. Lager mbo-niveau   8407 59,9   5613 40,0   6627 55,0   5223 43,4   2130 52,0   1776 43,4
3. Eerdere mbo2 opleiding   911 49,3   937 50,7   772 45,8   897 53,3   376 44,8   449 53,5
4. Vmbo-k   3836 50,0   3837 50,0   2966 44,7   3640 54,8   1091 39,5   1638 59,3
5. Vmbo-gt   2622 48,5   2786 51,5   1946 42,8   2577 56,7   645 34,9   1188 64,2
6. Overig/onbekend   2470 61,4   1556 38,6   1904 55,1   1475 42,7   573 47,3   584 48,2
Tabel 90: Sociaaleconomische categorie in jaar van afstuderen naar vooropleiding vóór mbo 2 bol
  Onderwijs met/zonder inkomen T0   Overig T0   Uitkering T0   Werk of ZZP T0
Vooropl. voor mbo2   n %   n %   n %   n %
1. Vmbo-b   927 3,9   4283 18,1   619 2,6   17837 75,4
2. Lager mbo-niveau   566 4,0   2584 18,4   1323 9,4   9547 68,1
3. Eerdere mbo2 opleiding   29 1,6   207 11,2   116 6,3   1496 81,0
4. Vmbo-k   156 2,0   1123 14,6   207 2,7   6187 80,6
5. Vmbo-gt   175 3,2   779 14,4   134 2,5   4320 79,9
6. Overig/onbekend   185 4,6   806 20,0   351 8,7   2684 66,7
Tabel 91: Sociaaleconomische categorie 1 jaar na afstuderen naar vooropleiding vóór mbo 2 bol
  Onderwijs met/zonder inkomen T1   Overig T1   Uitkering T1   Werk of ZZP T1
Vooropl. voor mbo2   n %   n %   n %   n %
1. Vmbo-b   2332 11,2   2078 10,0   998 4,8   15234 73,3
2. Lager mbo-niveau   1083 9,0   1293 10,7   1542 12,8   7932 65,9
3. Eerdere mbo2 opleiding   39 2,3   80 4,8   138 8,2   1412 83,8
4. Vmbo-k   416 6,3   525 7,9   305 4,6   5360 80,7
5. Vmbo-gt   375 8,3   368 8,1   205 4,5   3575 78,7
6. Overig/onbekend   333 9,6   386 11,2   422 12,2   2238 64,7
Tabel 92: Sociaaleconomische categorie 5 jaar na afstuderen naar vooropleiding vóór mbo 2 bol
  Onderwijs met/zonder inkomen T5   Overig T5   Uitkering T5   Werk of ZZP T5
Vooropl. voor mbo2   n %   n %   n %   n %
1. Vmbo-b   198 2,4   606 7,2   753 9,0   6725 80,1
2. Lager mbo-niveau   100 2,4   351 8,6   701 17,1   2754 67,3
3. Eerdere mbo2 opleiding       89 10,6   698 83,2
4. Vmbo-k   52 1,9   134 4,9   211 7,6   2332 84,5
5. Vmbo-gt   60 3,2   85 4,6   105 5,7   1583 85,6
6. Overig/onbekend   37 3,1   78 6,4   193 15,9   849 70,1
Tabel 93: Uurloon en werkzame uren per maand in jaar van afstuderen naar vooropleiding vóór mbo 2 bol
  Uurloon T0   Uurloon - correctie T0   Gewerkte uren T0
Vooropl. voor mbo2   n Mediaan   n Mediaan   n Mediaan
1. Vmbo-b   12796 9,3   12796 10,6   12796 112,0
2. Lager mbo-niveau   6844 11,6   6844 13,2   6845 107,8
3. Eerdere mbo2 opleiding   1064 11,7   1064 13,7   1064 124,8
4. Vmbo-k   4404 9,4   4404 10,8   4404 130,0
5. Vmbo-gt   3196 9,1   3196 10,4   3196 137,5
6. Overig/onbekend   1895 10,9   1895 12,4   1895 113,0
Tabel 94: Uurloon en werkzame uren per maand 1 jaar na afstuderen naar vooropleiding vóór mbo 2 bol
  Uurloon T1   Uurloon - correctie T1   Gewerkte uren T1
Vooropl. voor mbo2   n Mediaan   n Mediaan   n Mediaan
1. Vmbo-b   11712 11,1   11712 12,6   11712 130,0
2. Lager mbo-niveau   5939 12,6   5939 13,9   5939 121,0
3. Eerdere mbo2 opleiding   968 12,7   968 14,4   968 139,0
4. Vmbo-k   3949 11,5   3949 13,3   3949 151,0
5. Vmbo-gt   2804 11,4   2804 13,3   2804 162,8
6. Overig/onbekend   1676 11,9   1676 13,4   1676 132,0
Tabel 95: Uurloon en werkzame uren per maand 5 jaar na afstuderen naar vooropleiding vóór mbo 2 bol
  Uurloon T5   Uurloon - correctie T5   Gewerkte uren T5
Vooropl. voor mbo2   n Mediaan   n Mediaan   n Mediaan
1. Vmbo-b   4684 15,0   4684 15,5   4684 156,0
2. Lager mbo-niveau   1897 14,8   1897 15,3   1897 139,0
3. Eerdere mbo2 opleiding   471 15,7   471 16,3   471 156,0
4. Vmbo-k   1684 16,2   1684 16,6   1684 165,0
5. Vmbo-gt   1223 17,3   1223 17,9   1223 165,0
6. Overig/onbekend   611 15,0   611 15,5   611 156,0

Mbo 2 diploma (bbl)

Tabel 96: Percentage uitstromers met voltijdbaan naar vooropleiding vóór mbo 2 bbl
  Geen voltijd T0   Voltijd T0   Geen voltijd T1   Voltijd T1   Geen voltijd T5   Voltijd T5
Vooropl. voor mbo2   n %   n %   n %   n %   n %   n %
1. Vmbo-b   7521 61,3   4757 38,7   6156 57,8   4465 41,9   2552 59,3   1722 40,0
2. Lager mbo-niveau   4225 65,4   2239 34,6   3500 63,3   2016 36,5   1162 59,2   781 39,8
3. Eerdere mbo2 opleiding   4405 61,7   2735 38,3   3444 58,5   2427 41,2   1320 56,7   994 42,7
4. Vmbo-k   4331 60,8   2788 39,2   3316 56,8   2505 42,9   1293 58,2   921 41,4
5. Vmbo-gt   2836 62,5   1701 37,5   2113 59,0   1458 40,7   688 55,4   539 43,4
6. Overig/onbekend   3084 65,5   1623 34,5   2475 62,6   1452 36,7   1022 62,7   574 35,2
Tabel 97: Percentage uitstromers met werk voor ten minste 12 uur per week naar vooropleiding vóór mbo 2 bbl
  Geen Werk > 12 uur per week T0   Werk > 12 uur per week T0   Geen Werk > 12 uur per week T1   Werk > 12 uur per week T1   Geen Werk > 12 uur per week T5   Werk > 12 uur per week T5
Vooropl. voor mbo2   n %   n %   n %   n %   n %   n %
1. Vmbo-b   5243 42,7   7035 57,3   4449 41,8   6172 58,0   2048 47,6   2226 51,7
2. Lager mbo-niveau   2569 39,7   3895 60,2   2227 40,3   3289 59,5   818 41,6   1125 57,3
3. Eerdere mbo2 opleiding   2842 39,8   4298 60,2   2185 37,1   3686 62,6   904 38,8   1410 60,5
4. Vmbo-k   3049 42,8   4070 57,2   2464 42,2   3357 57,5   1040 46,8   1174 52,8
5. Vmbo-gt   1987 43,8   2550 56,2   1518 42,4   2053 57,3   530 42,7   697 56,2
6. Overig/onbekend   1950 41,4   2757 58,5   1585 40,1   2342 59,2   721 44,2   875 53,7
Tabel 98: Sociaaleconomische categorie in jaar van afstuderen naar vooropleiding vóór mbo 2 bbl
  Onderwijs met/zonder inkomen T0   Overig T0   Uitkering T0   Werk of ZZP T0
Vooropl. voor mbo2   n %   n %   n %   n %
1. Vmbo-b   41 0,3   719 5,9   317 2,6   11201 91,2
2. Lager mbo-niveau   25 0,4   307 4,7   531 8,2   5601 86,6
3. Eerdere mbo2 opleiding       242 3,4   6723 94,2
4. Vmbo-k   12 0,2   365 5,1   166 2,3   6576 92,4
5. Vmbo-gt   33 0,7   275 6,1   116 2,6   4113 90,7
6. Overig/onbekend   18 0,4   207 4,4   332 7,1   4150 88,1
Tabel 99: Sociaaleconomische categorie 1 jaar na afstuderen naar vooropleiding vóór mbo 2 bbl
  Onderwijs met/zonder inkomen T1   Overig T1   Uitkering T1   Werk of ZZP T1
Vooropl. voor mbo2   n %   n %   n %   n %
1. Vmbo-b   193 1,8   421 4,0   292 2,7   9715 91,2
2. Lager mbo-niveau   70 1,3   241 4,4   447 8,1   4758 86,1
3. Eerdere mbo2 opleiding   17 0,3   115 2,0   181 3,1   5558 94,4
4. Vmbo-k   73 1,3   234 4,0   133 2,3   5381 92,2
5. Vmbo-gt   71 2,0   156 4,4   101 2,8   3243 90,5
6. Overig/onbekend   59 1,5   143 3,6   261 6,6   3464 87,6
Tabel 100: Sociaaleconomische categorie 5 jaar na afstuderen naar vooropleiding vóór mbo 2 bbl
  Onderwijs met/zonder inkomen T5   Overig T5   Uitkering T5   Werk of ZZP T5
Vooropl. voor mbo2   n %   n %   n %   n %
1. Vmbo-b   24 0,6   129 3,0   221 5,1   3900 90,6
2. Lager mbo-niveau   12 0,6   62 3,2   225 11,5   1644 83,7
3. Eerdere mbo2 opleiding       109 4,7   2153 92,4
4. Vmbo-k   12 0,5   76 3,4   90 4,1   2036 91,6
5. Vmbo-gt       47 3,8   1120 90,2
6. Overig/onbekend       167 10,2   1364 83,7
Tabel 101: Uurloon en werkzame uren per maand in jaar van afstuderen naar vooropleiding vóór mbo 2 bbl
  Uurloon T0   Uurloon - correctie T0   Gewerkte uren T0
Vooropl. voor mbo2   n Mediaan   n Mediaan   n Mediaan
1. Vmbo-b   7321 9,9   7321 11,4   7321 165,0
2. Lager mbo-niveau   4030 11,6   4030 13,2   4030 157,0
3. Eerdere mbo2 opleiding   4364 14,7   4364 16,7   4364 157,0
4. Vmbo-k   4192 10,8   4192 12,4   4192 165,0
5. Vmbo-gt   2639 11,5   2639 13,1   2639 165,0
6. Overig/onbekend   2845 12,9   2845 14,8   2845 156,0
Tabel 102: Uurloon en werkzame uren per maand 1 jaar na afstuderen naar vooropleiding vóór mbo 2 bbl
  Uurloon T1   Uurloon - correctie T1   Gewerkte uren T1
Vooropl. voor mbo2   n Mediaan   n Mediaan   n Mediaan
1. Vmbo-b   6369 11,4   6369 13,0   6369 165,0
2. Lager mbo-niveau   3393 12,4   3393 13,9   3393 160,0
3. Eerdere mbo2 opleiding   3738 15,2   3738 17,3   3738 160,0
4. Vmbo-k   3471 12,3   3471 13,8   3471 165,0
5. Vmbo-gt   2108 12,9   2108 14,4   2108 165,0
6. Overig/onbekend   2406 13,8   2406 15,5   2406 157,7
Tabel 103: Uurloon en werkzame uren per maand 5 jaar na afstuderen naar vooropleiding vóór mbo 2 bbl
  Uurloon T5   Uurloon - correctie T5   Gewerkte uren T5
Vooropl. voor mbo2   n Mediaan   n Mediaan   n Mediaan
1. Vmbo-b   2267 15,6   2267 16,1   2267 165,0
2. Lager mbo-niveau   1148 15,0   1148 15,5   1148 165,0
3. Eerdere mbo2 opleiding   1442 18,0   1442 18,6   1442 162,0
4. Vmbo-k   1188 16,1   1188 16,8   1188 165,0
5. Vmbo-gt   708 16,7   708 17,3   708 165,0
6. Overig/onbekend   892 16,9   892 17,7   892 160,0

Startkwalificatie

Om de arbeidsmarktuitkomsten naar het wel/niet behaald hebben van een startkwalificatie in beeld te brengen kijken we naar de gehele populatie die in de BRP voorkomen (op basis van het GBAPERSOONTAB bestand van het CBS) van 25 jaar oud. Dit doen we voor de jaren 2022, 2023, en 2024 tegelijk. De sample van 2022 bestaat dus uit degenen die tussen oktober 1996 en september 1997 zijn geboren, die van 2023 uit degenen die tussen oktober 1997 en september 1998 zijn geboren, en die van 2024 degenen die tussen oktober 1998 en september 1999 zijn geboren.

Vervolgens koppelen we deze mensen aan hun arbeidsmarktuitkomsten in het jaar dat ze in oktober 25 jaar oud waren, en hun hoogst behaalde opleidingsniveau. Om zo min mogelijk appels met peren te vergelijken, kiezen we ervoor om de 25-jarigen zonder startkwalificatie af te zetten tegen de groep 25-jarigen die een diploma hebben dat nét wel een startkwalificatie geeft: mbo 2 (of equivalent), en de groep daar net boven: mbo 3 (of equivalent).2

De analyses maken gebruik van rechte tellingen. Voor de uitkomsten uurloon en aantal gewerkte uren wordt de mediane waarde weergegeven in plaats van het gemiddelde. Dit om de invloed van extreme waarden in deze uitkomsten weg te nemen.

Bij het aandeel personen met een voltijd baan of een baan van meer dan 12 uur per week worden degenen die niet in het POLIS-arbeidsmarktbestand te vinden zijn, meegeteld als niet te voldoen aan deze criteria. Dit kan leiden tot een lichte onderschatting van het percentage mensen dat wél aan de criteria voldoet, aangezien zelfstandig ondernemers niet in dit bestand zijn opgenomen.

Tabel 104 tot en met Tabel 107 tonen de resultaten van de analyses naar de arbeidsmarktuitkomsten van 25-jarigen uitgesplitst naar of ze wel of geen startkwalificatie hebben behaald.

Tabel 104: Percentage 25-jarigen met Voltijdbaan naar wel/geen startkwalificatie behaald
  Geen voltijd   Voltijd
Startkwalificatie   n %   n %
Nee   56629 78,2   15786 21,8
Ja - SOI2006 4,1   28302 67,4   13712 32,6
Ja - SOI2006 4,2   55376 63,6   31761 36,4
Tabel 105: Percentage 25-jarigen met Werk voor ten minste 12 uur per week naar wel/geen startkwalificatie behaald
  Geen Werk > 12 uur per week   Werk > 12 uur per week
Startkwalificatie   n %   n %
Nee   45598 63,0   26817 37,0
Ja - SOI2006 4,1   19784 47,1   22230 52,9
Ja - SOI2006 4,2   33303 38,2   53834 61,8
Tabel 106: Sociaaleconomische categorie naar wel/geen startkwalificatie behaald
  Onderwijs met/zonder inkomen   Overig   Uitkering   Werk of ZZP
Startkwalificatie   n %   n %   n %   n %
Nee   1598 2,2   7715 10,7   19897 27,5   43205 59,7
Ja - SOI2006 4,1   1621 3,9   2519 6,0   3901 9,3   33973 80,9
Ja - SOI2006 4,2   9383 10,8   3792 4,4   3510 4,0   70452 80,9
Tabel 107: Uurloon en werkzame uren per maand naar wel/geen startkwalificatie behaald
  Uurloon   Uurloon - correctie   Gewerkte uren
Startkwalificatie   n Mediaan   n Mediaan   n Mediaan
Nee   28564 14,4   28564 14,8   28564 156,0
Ja - SOI2006 4,1   23188 15,3   23188 15,8   23188 160,0
Ja - SOI2006 4,2   56726 16,0   56726 16,6   56726 156,0

Beheersing Nederlandse taal

We bekijken de relatie tussen het behalen van referentieniveau 2F/3F Nederlandse taal in mbo niveau 2/3/4 en 3 arbeidsmarktuitkomsten: of iemand wel of geen werk heeft, het uurloon en het aantal gewerkte uren per maand. We bekijken deze uitkomstmaten voor de 5 meest recente afstudeercohorts zowel direct na afstuderen (peildatum 1 oktober in het jaar van afstuderen) en 1 jaar na afstuderen (peildatum 1 oktober een jaar na het afstuderen). Voor het cohort dat bijvoorbeeld in 2023-2024 een diploma heeft behaald zijn dit de uitkomsten in respectievelijk oktober 2024 en oktober 2025.

Studenten die het diploma op niveau 2 of 3 willen halen doen het generieke examenniveau 2F en mogen het examen ook op het hogere examenniveau 3F afleggen. Studenten op niveau 4 moeten Nederlands op examenniveau 3F hebben afgerond. In onze analyses maken we een onderscheid tussen afgestudeerden die een voldoende (5,5) hebben behaald op het gecombineerde cijfer van het centraal- en het instellingsexamen en degenen die een onvoldoende behaald hebben. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat alleen bij niveau 3 een voldoende (5,5) bij het centraal - of instellingsexamen daadwerkelijk wijst op het behalen van het referentieniveau 2F. Studenten op niveau 2 krijgen een punt extra (de zogenaamde cijferdifferentiatie) waardoor het mogelijk wordt dat zij wel het examen hebben behaald met een voldoende, maar het referentieniveau hebben behaald met een afwijkende normering die niet overeenkomt met het referentieniveau 2F.

Analyses werden uitgevoerd op voltijd-bol gediplomeerden die bij afstuderen 30 jaar of jonger waren. Analyses werden apart uitgevoerd voor referentieniveau 2F bij mbo 2 en mbo 3 gediplomeerde en voor referentieniveau 3F bij mbo 3 en mbo 4 gediplomeerden.

Analyses werden uitgevoerd middels fixed-effect regressie modellen. Andere variabelen die meegenomen zijn in de modellen zijn leeftijd, geslacht, migratieachtergrond, opleidingsniveau ouders, inkomensniveau ouders en diplomajaar.

Tabel 108 geeft de resultaten weer van de fixed regressie-analyses van de relatie tussen het behalen van referentieniveau 2F Nederlandse taal en de onderzochte arbeidsmarktuitkomsten bij mbo 2 gediplomeerden, gecorrigeerd voor studentkenmerken. De tabel laat zien dat het uurloon, 1 jaar na afstuderen, significant lager is bij mbo 2 gediplomeerden die niet het referentieniveau 2F behaalden, in vergelijking met gediplomeerden die wel het referentieniveau behaalden. Er waren geen significante verbanden te zien op de overige arbeidsmarktuitkomsten, noch op het uurloon direct na afstuderen.

Tabel 108: Samenhang tussen het behalen van referentieniveau 2F (mbo niveau 2) en arbeidsmarktuitkomsten direct na afstuderen en 1 jaar na afstuderen
Variabele Werkend, direct na afstuderen Werkend, 1 jaar na afstuderen Basisuren, direct na afstuderen Basisuren, 1 jaar na afstuderen Uurloon, direct na afstuderen Uurloon, 1 jaar na afstuderen
2f niet behaald -0,00 0,00 0,33 -0,39 -0,04 -0,21 **
N 11.896 14.266 11.896 14.266 11.896 14.266
R2 0,16 0,20 0,28 0,32 0,43 0,34
logLik 14.769,79 16.769,52 -61.330,26 -71.616,81 -28.915,56 -35.938,18
AIC -25.621,57 -28.809,04 126.578,53 147.963,61 61.749,11 76.606,37

*** P < 0,001; ** p < 0,01; * p < 0,05.
Modellen zijn gecorrigeerd voor diplomajaar, leeftijd, geslacht, etniciteit, opleidingsniveau ouders en inkomensniveau ouders.

Tabel 109 geeft de resultaten weer van de fixed regressie-analyses van de relatie tussen het behalen van referentieniveau 2F Nederlandse taal en de onderzochte arbeidsmarktuitkomsten bij mbo 3 gediplomeerden, gecorrigeerd voor studentkenmerken. De tabel laat zien dat het uurloon, direct na afstuderen, significant lager is bij mbo 3 gediplomeerden die niet het referentieniveau 2F behaalden, in vergelijking met gediplomeerden die wel het referentieniveau behaalden. Er waren geen significante verbanden te zien op de overige arbeidsmarktuitkomsten, noch op het uurloon 1 jaar na afstuderen.

Tabel 109: Samenhang tussen het behalen van referentieniveau 2F (mbo niveau 3) en arbeidsmarktuitkomsten direct na afstuderen en 1 jaar na afstuderen
Variabele Werkend, direct na afstuderen Werkend, 1 jaar na afstuderen Basisuren, direct na afstuderen Basisuren, 1 jaar na afstuderen Uurloon, direct na afstuderen Uurloon, 1 jaar na afstuderen
2f niet behaald -0,00 -0,00 -0,31 -0,52 -0,21 * 0,01
N 19.716 25.296 19.716 25.296 19.716 25.296
R2 0,16 0,16 0,27 0,30 0,53 0,49
logLik 32.276,98 37.311,07 -99.822,08 -123.399,62 -46.521,14 -60.322,25
AIC -59.005,95 -67.522,14 205.192,16 253.899,23 98.590,28 127.744,51

*** P < 0,001; ** p < 0,01; * p < 0,05.
Modellen zijn gecorrigeerd voor diplomajaar, leeftijd, geslacht, etniciteit, opleidingsniveau ouders en inkomensniveau ouders.

Tabel 110 geeft de resultaten weer van de fixed regressie-analyses van de relatie tussen het behalen van referentieniveau 3F Nederlandse taal en de onderzochte arbeidsmarktuitkomsten bij mbo 3 gediplomeerden, gecorrigeerd voor studentkenmerken. De tabel laat zien dat gediplomeerden die niet het referentieniveau 3F behaalden iets vaker werk hadden dan gediplomeerden die het referentieniveau wel haalden, direct na afstuderen. Er waren geen significante verbanden te zien op de overige arbeidsmarktuitkomsten, noch op het hebben van werk 1 jaar na afstuderen.

Tabel 110: Samenhang tussen het behalen van referentieniveau 3F (mbo niveau 3) en arbeidsmarktuitkomsten direct na afstuderen en 1 jaar na afstuderen
Variabele Werkend, direct na afstuderen Werkend, 1 jaar na afstuderen Basisuren, direct na afstuderen Basisuren, 1 jaar na afstuderen Uurloon, direct na afstuderen Uurloon, 1 jaar na afstuderen
3f niet behaald 0,01 * 0,00 -3,12 -0,97 -0,07 -0,02
N 2.685 3.062 2.685 3.062 2.685 3.062
R2 0,25 0,24 0,33 0,38 0,51 0,51
logLik 4.772,83 5.175,87 -13.435,48 -14.588,75 -5.894,26 -6.478,31
AIC -8.291,66 -8.881,74 28.124,96 30.647,50 13.042,52 14.426,63

*** P < 0,001; ** p < 0,01; * p < 0,05.
Modellen zijn gecorrigeerd voor diplomajaar, leeftijd, geslacht, etniciteit, opleidingsniveau ouders en inkomensniveau ouders.

Tabel 111 geeft de resultaten weer van de fixed regressie-analyses van de relatie tussen het behalen van referentieniveau 3F Nederlandse taal en de onderzochte arbeidsmarktuitkomsten bij mbo 4 gediplomeerden, gecorrigeerd voor studentkenmerken. De tabel laat zien dat gediplomeerden die niet het referentieniveau 3F behaalden iets vaker werk hadden dan gediplomeerden die het referentieniveau wel haalden, direct na afstuderen. Daarnaast werken gediplomeerden die het referentieniveau niet haalden meer uren dan gediplomeerden die het referentieniveau wel haalden, direct na afstuderen en 1 jaar na afstuderen. Er waren geen significante verbanden te zien op het uurloon, noch op het hebben van werk 1 jaar na afstuderen.

Tabel 111: Samenhang tussen het behalen van referentieniveau 3F (mbo niveau 4) en arbeidsmarktuitkomsten direct na afstuderen en 1 jaar na afstuderen
Variabele Werkend, direct na afstuderen Werkend, 1 jaar na afstuderen Basisuren, direct na afstuderen Basisuren, 1 jaar na afstuderen Uurloon, direct na afstuderen Uurloon, 1 jaar na afstuderen
3f niet behaald 0,00 ** 0,00 0,85 * 1,06 *** -0,03 -0,04
N 73.597 89.507 73.597 89.507 73.597 89.507
R2 0,11 0,12 0,19 0,21 0,52 0,54
logLik 133.999,49 134.924,45 -377.150,40 -442.759,67 -172.120,30 -208.484,65
AIC -255.018,99 -253.360,89 767.280,80 902.007,34 357.220,59 433.457,29

*** P < 0,001; ** p < 0,01; * p < 0,05.
Modellen zijn gecorrigeerd voor diplomajaar, leeftijd, geslacht, etniciteit, opleidingsniveau ouders en inkomensniveau ouders.

Voetnoten

  1. De uitstroom van 2024-2025 kan nog niet worden geanalyseerd omdat voor deze groep ten tijde van de analyses nog geen arbeidsmarktuitkomsten bekend waren, en niet kon worden bepaald of deze groep zich in 2025-2026 in een andere onderwijssoort had ingeschreven.↩︎

  2. Op basis van de SOI 2006 onderwijsniveau-indeling zijn dit respectievelijk niveau 4.1 en niveau 4.2.↩︎