Inspectie van het Onderwijs banner
Technisch rapport financieel beheer. De Staat van het Onderwijs 2026.

Publicatiedatum

april 2026

Inleiding

Dit is het technisch rapport dat ten grondslag ligt aan de financiële analyses in hoofdstuk 2 van de Staat van het Onderwijs 2026. In dit rapport staat de verantwoording van de onderzoeksgegevens. De analyses over financiële gegevens zijn gebaseerd op de gegevens tot en met boekjaar 2024.

In dit technisch rapport besteden we aandacht aan de financiële posities van onderwijsbesturen, en geven we een beeld van hoe financieel gezond de onderwijssectoren zijn. Verder geven we inzicht in de ontwikkelingen rond de vermogensposities van onderwijsbesturen. Daarbij is er specifiek aandacht voor de mogelijk bovenmatige vermogens van onderwijsbesturen.

Databronnen en definities

Databronnen

Financiële verantwoording (XBRL)

De financiële verantwoordingsgegevens worden jaarlijks door DUO ter beschikking gesteld, en zijn afkomstig uit de jaarrekeningen van de schoolbesturen, aangeleverd in het XBRL-onderwijsportaal. De cijfers uit het onderwijsportaal worden aangeleverd door de onderwijsbesturen zelf aan de hand van hun jaarverslagen. De financiële verantwoordingsgegevens gebruiken we in dit technisch rapport voor het berekenen van de financiële kengetallen, de baten en lasten, de balans, het mogelijk bovenmatig eigen vermogen en het aandeel personeel niet in loondienst. Deze financiële verantwoordingsgegevens bevatten voor de financiële kengetallen ook prognoses voor de jaren ná boekjaar 2024, zoals verwacht door besturen in hun jaarverslaglegging. Waar dit van toepassing is, laten we daarom in de technisch rapport naast de realisatiecijfers ook de prognosecijfers zien. De inspectie gaat in alle analyses uit van de XBRL-gegevens van DUO en maakt geen aanpassingen op deze data.

Het aantal besturen dat wordt genoemd bij de tabellen en figuren in dit rapport is gebaseerd op de gegevens van DUO. DUO werkt met een sectorindeling in haar databestanden, waarbij per bestuur is vastgesteld onder welke sector het bestuur valt (primair onderwijs (po), voortgezet onderwijs (vo), (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so), middelbaar beroepsonderwijs (mbo), hoger beroepsonderwijs (hbo) of wetenschappelijk onderwijs (wo)). Bij multisectorale besturen (een bestuur met scholen binnen verschillende sectoren) wordt 1 leidende sector bepaald. Een schoolbestuur kan van sector veranderen bij een fusie. Wanneer dit gebeurt, wordt deze wijziging ook doorgevoerd voor voorafgaande jaren. Dit kan ertoe leiden dat de cijfers van dit rapport kleine afwijkingen kunnen vertonen met het technisch rapport van vorig jaar.

Vragenlijsten ten behoeve van de Staat van het Onderwijs 2026

Voor de Staat van het Onderwijs 2026 zijn vragenlijsten uitgezet onder samenwerkingsverbanden, scholen in het funderend onderwijs (basisonderwijs (bo), voortgezet onderwijs (vo) en (voortgezet) speciaal onderwijs (v)so)) en studenten in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en hoger onderwijs (ho). Informatie over de steekproef, respons en opzet van dit vragenlijst onderzoek is te vinden in het technisch rapport behorende bij het hoofdstuk Passend Onderwijs van de Staat van het Onderwijs 2026 (Inspectie van het Onderwijs, 2026).

Definities

Rentabiliteit

Rentabiliteit geeft aan welk deel van de totale baten (opbrengsten) overblijft na aftrek van de totale lasten (kosten). De rentabiliteit van de gewone bedrijfsvoering is gedefinieerd als totaal van het resultaat voor belastingen gedeeld door het totaal van baten plus financiële baten. Als een bestuur meer heeft uitgegeven dan er geld binnenkwam, levert dat een negatief resultaat op en daarmee ook een negatieve rentabiliteit. Een negatieve rentabiliteit is niet per se zorgelijk, zolang er maar voldoende vermogen overblijft. Rentabiliteit zegt als het ware iets over het “kasboek” en niet over een eventuele “spaarrekening”

Rentabiliteit = (resultaat voor belastingen / totaal van baten + financiële baten) * 100%

Solvabiliteit(2)

De solvabiliteit is een maat voor kredietwaardigheid en kan op verschillende manieren gedefinieerd worden. In dit technisch rapport hanteren we de definitie voor solvabiliteit(2): het eigen vermogen inclusief voorzieningen gedeeld door het totaal vermogen. Dit kengetal geeft aan of een bestuur in staat is om op korte en langere termijn aan haar betalings- en aflossingsverplichtingen te voldoen. Met eigen vermogen bedoelen we het verschil tussen de bezittingen (inclusief specifieke spaarpotjes, zogenoemde ‘voorzieningen’) en de schulden van het schoolbestuur. Met totaal vermogen bedoelen we het eigen vermogen met daarbij opgeteld het vreemd vermogen (geld dat het bestuur heeft geleend). Als er sprake is van veel geleend geld, dan heeft dat een negatieve invloed op de score op de solvabiliteit. De Inspectie van het Onderwijs houdt een signaleringswaarde aan van 0,30.

Solvabiliteit(2) = (Eigen vermogen + voorzieningen) / totaal vermogen

Liquiditeit

De liquiditeitsratio geeft aan in welke mate de instelling op korte termijn aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. De liquiditeit (current ratio) wordt gedefinieerd als de vlottende activa gedeeld door de kortlopende schulden. Kortlopende schulden zijn bijvoorbeeld aflossingen op leningen, salarissen, huisvestingslasten, enz. Voor het bepalen van de vlottende activa wordt gekeken naar geld dat het bestuur nog tegoed heeft en wat het bestuur op de bank heeft staan. De Inspectie van het Onderwijs houdt verschillende signaleringswaarden aan, afhankelijk van de totale baten van het schoolbestuur: - Besturen met totale baten minder dan € 3 miljoen: 1,50 - Besturen met totale baten tussen € 3 en € 12 miljoen: 1,00 - Besturen met totale baten meer dan € 12 miljoen: 0,75 - Besturen met totale baten meer dan € 25 miljoen: 0,50

Liquiditeit = Vlottende activa / kortlopende schulden

Mogelijk bovenmatig eigen vermogen

Het mogelijk bovenmatig eigen vermogen geeft aan welk deel van het eigen vermogen mogelijk te veel is voor een gezonde bedrijfsvoering. De Inspectie van het Onderwijs hanteert vanaf 2020 een signaleringswaarde voor mogelijk bovenmatig eigen vermogen. De signaleringswaarde gaat over het publieke deel van het eigen vermogen, dus exclusief privaat vermogen. De signaleringswaarde houdt rekening met de omvang van de baten en de materiele vaste activa van een bestuur. Voor samenwerkingsverbanden is een afzonderlijke signaleringswaarde bepaald.

Voor onderwijsinstellingen is de berekeningswijze als volgt: (0,5 * aanschafwaarde gebouwen * 1,27) + (boekwaarde overige materiële vaste activa) + (omvangafhankelijke rekenfactor * totale baten).

De omvangafhankelijke rekenfactor in de risicobuffer is groter naarmate de totale baten van een instelling kleiner zijn: - 0,05 voor besturen met totale baten groter dan of gelijk aan € 12 miljoen; oplopend van 0,05 onder de € 12 miljoen tot uiteindelijk 0,1 bij besturen met een budget van € 3 miljoen - een vaste risicobuffer van € 300.000 voor besturen met totale baten onder 3 miljoen (dus geen rekenfactor).

De rekenmethode voor de samenwerkingsverbanden is eenvoudiger. Zij hebben vrijwel geen materiële vaste activa. Daarom bestaat de rekenmethode voor samenwerkingsverbanden uitsluitend uit een risicobuffer. De signaleringswaarde bovenmatig publiek eigen vermogen is dan: 0,035 * totale baten, maar ten minste een risicobuffer van € 250.000.

Het mogelijk bovenmatig eigen vermogen is het deel van het publiek eigen vermogen dat boven de signaleringswaarde (ook wel het normatief eigen vermogen genoemd) uitkomt.

Als we het (publiek) eigen vermogen delen door de signaleringswaarde, krijgen we de ratio eigen vermogen (ratioEV). Deze ratio geeft aan hoeveel keer zo groot het eigen vermogen is in verhouding tot de signaleringswaarde.

ratioEV = Publiek eigen vermogen / Normatief eigen vermogen.

Op sectorniveau wordt het gewogen gemiddelde van dit ratio gebruikt, dit is het sectorgemiddelde van het ratioEV op bestuursniveau gewogen naar de totale baten.

Percentage incidenteel geld

Dit percentage geeft aan hoeveel incidentele middelen besturen hebben ontvangen ten opzichte van de Rijksbijdragen vanuit het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).

Percentage incidenteel geld = (Totaal van overige subsidies OCW en EZ + Overige overheidsbijdragen en -subsidies) / (Totale Rijksbijdragen + Totaal van overige subsidies OCW en EZ) * 100

Opsplitsingen kunnen worden gemaakt voor incidenteel geld vanuit overige subsidies (gemeenten/ provincies/ eventueel andere bronnen) en incidenteel geld vanuit de Rijksoverheid.

Percentage incidenteel geld overig = Overige overheidsbijdragen en -subsidies / (Totale Rijksbijdragen + Totaal van overige subsidies OCW en EZ) * 100

Percentage incidenteel geld Rijk = Totaal van overige subsidies OCW en EZ / (Totale Rijksbijdragen + Totaal van overige subsidies OCW en EZ) * 100

De afhankelijkheid van incidenteel geld op bestuursniveau is als volgt berekend: (Totaal van overige subsidies OCW en EZ + Overige overheidsbijdragen en -subsidies) / Totale baten * 100

De NPOnderwijsmiddelen vanuit het Nationaal Programma Onderwijs zijn wisselend door besturen verantwoord in de jaarverslagen en dus in de XBRL data. Sommige besturen hebben de bedragen onder de lumpsum en anderen onder incidenteel vanuit Rijk verantwoord. Hierdoor zijn de effecten van de NPOnderwijsmiddelen niet goed uit de XBRL data te halen. Dit geldt ook voor andere geoormerkte bekostiging, dit valt niet onder incidenteel geld. Dit zorgt ervoor dat de aandelen incidenteel geld die gerapporteerd worden een onderschatting zijn.

Let op: deze definitie verschilt van de eerdere definitie gehanteerd door de inspectie. De reden voor de aanpassing is inhoudelijk. Eerder werd het percentage incidenteel geld berekend ten opzichte van alleen de lumpsum (structurele middelen). In de nieuwe definitie is het percentage tijdelijk geld berekend ten opzichte van het totaal van de ontvangen baten, dus inclusief de tijdelijke middelen. Cijfers kunnen dus verschillen met andere rapportages over dit onderwerp. Dit geldt ook voor de eerdere Staat van het Onderwijs rapporten en technische rapportages.

Financieel toezicht op besturen

Herstelopdrachten

Er is een tekstuele analyse uitgevoerd op 122 herstelopdrachten aan besturen, die betrekking hebben op de financiën en de financiële verantwoording en tussen 31-08-2024 t/m 31-08-2025 zijn vastgesteld door de inspectie. Deze herstelopdrachten zijn tijdens bestuursonderzoeken en herstelonderzoeken vastgesteld. De herstelopdrachten zijn vastgesteld bij onderzoeken bij schoolbesturen, besturen van samenwerkingsverbanden en toezichthouders in het primair onderwijs (po) en het voortgezet onderwijs (vo). De herstelopdrachten zijn in verschillende categorieën uitgesplitst, zie Tabel 1.

Tabel 1: Aantal herstelopdrachten over financiën en financiële verantwoording in schooljaar 2024-2025
Po Po % Vo Vo % Swv Swv % Totaal Totaal %
Aanwezigheid en werking risicobeheersingssysteem 14 25,5 1 25,0 9 14,3 24 19,7
Aanwezigheid meerjarenbegroting op het niveau van de jaarrekening 0 0,0 0 0,0 2 3,2 2 1,6
Intern toezichthouder over doelmatige besteding 15 27,3 1 25,0 20 31,7 36 29,5
Meerjarenprognoses leerlingen en FTE 1 1,8 0 0,0 2 3,2 3 2,5
Risico's en passende beheersmaatregelen 3 5,5 0 0,0 2 3,2 5 4,1
Toelichting op hoogte bovenmatige reserves 0 0,0 0 0,0 1 1,6 1 0,8
Uitsplitsing Eigen Vermogen 0 0,0 0 0,0 0 0,0 0 0,0
Verslag intern toezichthouder (resultaten, ondersteuning/advisering) 14 25,5 2 50,0 27 42,9 43 35,2
Rechtmatigheidissue 6 10,9 0 0,0 0 0,0 6 4,9
Continuïteit 1 1,8 0 0,0 0 0,0 1 0,8
Indienen jaarverslag 1 1,8 0 0,0 0 0,0 1 0,8
Total 55 100 4 100 63 100 122 100

Aangepast financieel toezicht (AFT)

Als de onderwijsinspectie vaststelt dat de voortgang van het onderwijs in het geding is of dreigt te komen door financiële problemen, dan kan de onderwijsinspectie de instelling onder ‘aangepast financieel continuïteitstoezicht’ plaatsen. Dit betekent dat bij deze besturen nauwlettend wordt gevolgd hoe de financiële positie zich ontwikkelt. Tabel 2 is een weergave van het aantal besturen onder AFT (op 1 augustus 2025).

[Volgt vanuit RS: sectorverdeling eenpitters en onvoldoendes]

Tabel 2: Aantal besturen onder aangepast financieel toezicht
Sector Aantal Eénpitters Onderwijskwaliteit onvoldoende*
Po 4 4 4
Vo 2 2 1
Hbo 2 N.v.t. N.v.t.
Totaal 8 5 4

* Uit onderzoek op schoolniveau, bij minstens één school.

Nieuwe besturen

Tabel 3 laat de financiële situatie zien, in 2024, voor besturen die zijn opgericht in 2023 en 2024.

Tabel 3: Financiële situatie van nieuwe besturen
Oprichtingsjaar Sector Solvaibiliteit onder signaleringswaarde Liquiditeit onder signaleringswaarde Negatief eigen vermogen Negatieve rentabiliteit Aantal
2023 PO 0 0 0 0 3
2023 VO 1 1 1 1 1
2024 PO 2 1 1 1 2
2024 VO 3 3 1 0 4
Totaal 6 5 3 2 10

Financiële gegevens van 2024, ook voor de besturen die in 2023 zijn opgericht. Al deze besturen zijn eenpitters, op één po- en één vo-bestuur opgericht in 2024 na.

Tabel 4 laat de ontwikkeling van de financiële situatie zien van de 4 besturen opgericht in 2023.

Tabel 4: Ontwikeling financiële situatie besturen opgericht in 2023
Bestuur Jaar Sector Eigen vermogen Solvabiliteit onder signaleringswaarde Liquiditeit onder signaleringswaarde
a 2023 PO 29.064 Ja Ja
a 2024 PO 115.046 Nee Nee
b 2023 VO -306.287 Ja Ja
b 2024 VO -340.357 Ja Ja
c 2023 PO -107.188 Ja Ja
d 2023 PO 145.930 Nee Nee
d 2024 PO 315.960 Nee Nee

Voor bestuur 'c' ontbreken de financiële gegevens in 2024

Financiële situatie van het onderwijsstelsel

Kengetallen

Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling in de financiële kengetallen liquiditeit, solvabiliteit en rentabiliteit op sectorniveau weer. De kengetallen zijn berekend op sectorniveau door de verschillende posten (bijvoorbeeld “resultaat” in de teller van rentabiliteit) te sommeren op sectorniveau en vervolgens het desbetreffende kengetal te berekenen. De ontwikkeling van de totale vlottende active en kortlopende schulden zijn ook in de tabel opgenomen, om de ontwikkeling in de liquiditeit te verklaren.

Tabel 5: Ontwikkeling kengetallen per sector
 2020   2021   2022   2023   2024   2025   2026   2027 
 PO 
   Solvabiliteit  0,71  0,74  0,72  0,69  0,66  0,66  0,66  0,66 
   Rentabiliteit  -1,92  4,07  2,20  0,03  -1,87  -1,15  -0,83  0,00 
   Liquiditeit  2,37  2,69  2,53  2,23  1,96  1,81  1,74  1,75 
   Vlottende activa (in miljoenen)  3.196  3.689  4.260  4.540  4.288  3.508  3.306  3.309 
   Kortlopende schulden (in miljoenen)  1.348  1.374  1.684  2.039  2.183  1.937  1.904  1.890 
   Aantal  853  831  817  805  776  773  772  770 
 (V)SO 
   Solvabiliteit  0,71  0,73  0,70  0,68  0,64  0,66  0,65  0,65 
   Rentabiliteit  -0,26  1,59  0,61  -0,07  -1,57  -1,07  -0,18  0,02 
   Liquiditeit  2,90  3,05  2,70  2,37  2,05  1,95  1,90  1,91 
   Vlottende activa (in miljoenen)  399  393  414  393  384  314  305  306 
   Kortlopende schulden (in miljoenen)  138  129  154  166  187  161  161  161 
   Aantal  58  54  48  47  46  46  46  46 
 SWV 
   Solvabiliteit  0,73  0,71  0,60  0,49  0,54  0,52  0,50  0,49 
   Rentabiliteit  -0,98  -0,10  -0,18  -2,01  0,24  -0,91  -0,43  -0,12 
   Liquiditeit  3,58  3,37  2,44  1,89  2,10  2,01  1,92  1,89 
   Vlottende activa (in miljoenen)  319  290  342  307  286  230  214  211 
   Kortlopende schulden (in miljoenen)  89  86  140  162  137  114  112  112 
   Aantal  151  151  151  151  151  151  151  151 
 VO 
   Solvabiliteit  0,59  0,63  0,62  0,62  0,60  0,61  0,60  0,60 
   Rentabiliteit  -0,18  5,35  2,88  1,46  -1,30  -2,32  -1,20  -1,98 
   Liquiditeit  1,84  2,19  2,17  2,06  1,85  1,69  1,61  1,60 
   Vlottende activa (in miljoenen)  2.737  3.342  3.918  4.169  4.027  3.260  3.003  2.968 
   Kortlopende schulden (in miljoenen)  1.488  1.524  1.807  2.019  2.172  1.924  1.869  1.856 
   Aantal  277  266  249  241  236  234  234  234 
 MBO 
   Solvabiliteit  0,62  0,64  0,64  0,64  0,64  0,64  0,63  0,63 
   Rentabiliteit  1,47  4,05  1,06  1,79  0,74  -1,47  0,05  -0,96 
   Liquiditeit  1,39  1,58  1,58  1,60  1,60  1,33  1,21  1,14 
   Vlottende activa (in miljoenen)  1.433  1.662  1.675  1.893  1.967  1.622  1.484  1.410 
   Kortlopende schulden (in miljoenen)  1.029  1.049  1.061  1.184  1.233  1.222  1.230  1.242 
   Aantal  60  58  56  55  53  53  53  53 
 HBO 
   Solvabiliteit  0,53  0,56  0,53  0,54  0,54  0,52  0,51  0,51 
   Rentabiliteit  0,39  5,21  2,12  1,21  -0,06  -2,27  -1,72  -0,88 
   Liquiditeit  1,12  1,27  1,23  1,20  1,18  1,08  0,96  0,89 
   Vlottende activa (in miljoenen)  1.322  1.523  1.908  1.924  1.961  1.737  1.532  1.412 
   Kortlopende schulden (in miljoenen)  1.179  1.204  1.552  1.597  1.655  1.613  1.602  1.592 
   Aantal  35  35  35  35  35  35  35  35 
 WO 
   Solvabiliteit  0,53  0,54  0,50  0,46  0,44  0,42  0,41  0,40 
   Rentabiliteit  0,62  2,53  1,10  -1,02  -1,22  -1,71  -0,80  -0,06 
   Liquiditeit  0,97  0,95  0,91  0,88  0,87  0,72  0,63  0,59 
   Vlottende activa (in miljoenen)  2.936  2.927  3.438  3.889  4.124  3.359  2.867  2.646 
   Kortlopende schulden (in miljoenen)  3.030  3.080  3.767  4.422  4.733  4.647  4.564  4.520 
   Aantal  18  18  18  18  18  18  18  18 

Op bestuursniveau kunnen de kengetallen onder de specifieke signaleringswaarde vallen (voor het desbetreffende kengetal gegeven de bestuurskenmerken). Onderstaande tabellen laten zien voor hoe veel besturen dit gold. Voor rentabiliteit hanteert de inspectie geen signaleringswaarde, hier is gekeken naar het aantal besturen met een negatieve rentabiliteit.

Tabel 6: Ontwikkeling aantal besturen onder signaleringswaarden per sector
 2020   2021   2022   2023   2024 
 PO 
   Solvabiliteit     Aantal onder signaleringswaarde  15  12  12  20  16 
     % onder signaleringswaarde  1,8  1,4  1,5  2,5  2,1 
   Liquiditeit     Aantal onder signaleringswaarde  26  24  24  34  33 
     % onder signaleringswaarde  3,0  2,9  2,9  4,2  4,3 
   Aantal besturen  853  831  817  805  776 
 (V)SO 
   Solvabiliteit     Aantal onder signaleringswaarde 
     % onder signaleringswaarde  6,9  5,6  2,1  2,1  2,2 
   Liquiditeit     Aantal onder signaleringswaarde 
     % onder signaleringswaarde  3,4  3,7  4,2  2,1  2,2 
   Aantal besturen  58  54  48  47  46 
 SWV 
   Solvabiliteit     Aantal onder signaleringswaarde  16  26  19 
     % onder signaleringswaarde  4,0  6,0  10,6  17,2  12,6 
   Liquiditeit     Aantal onder signaleringswaarde 
     % onder signaleringswaarde  1,3  0,7  0,0  0,7  2,0 
   Aantal besturen  151  151  151  151  151 
 VO 
   Solvabiliteit     Aantal onder signaleringswaarde  10  12 
     % onder signaleringswaarde  3,6  2,6  2,8  3,7  5,1 
   Liquiditeit     Aantal onder signaleringswaarde  17 
     % onder signaleringswaarde  6,1  3,0  2,0  2,1  3,8 
   Aantal besturen  277  266  249  241  236 
 MBO 
   Solvabiliteit     Aantal onder signaleringswaarde 
     % onder signaleringswaarde 
   Liquiditeit     Aantal onder signaleringswaarde 
     % onder signaleringswaarde  1,7  1,7  0,0  1,8  1,9 
   Aantal besturen  60  58  56  55  53 
 HBO 
   Solvabiliteit     Aantal onder signaleringswaarde 
     % onder signaleringswaarde 
   Liquiditeit     Aantal onder signaleringswaarde 
     % onder signaleringswaarde  8,6  14,3  11,4  14,3  5,7 
   Aantal besturen  35  35  35  35  35 
 WO 
   Solvabiliteit     Aantal onder signaleringswaarde 
     % onder signaleringswaarde 
   Liquiditeit     Aantal onder signaleringswaarde 
     % onder signaleringswaarde  11,1  0,0  5,6  0,0  0,0 
   Aantal besturen  18  18  18  18  18 
Tabel 7: Ontwikkeling aantal éénpitters onder signaleringswaarden in het po en vo
   2020     2021     2022     2023     2024 
   n   %     n   %     n   %     n   %     n   % 
 PO 
   Eénpitter   Liquiditeit   Onder signaleringswaarde    14  5,1    13  4,7    13  4,6    20  6,9    19  6,5 
    Solvabiliteit   Onder signaleringswaarde    2,2    1,4    2,1    13  4,5    2,4 
    Totaal    276    278    282    291    291 
   Geen éénpitter   Liquiditeit   Onder signaleringswaarde    0,4    0,9    1,1    1,5    12  2,5 
    Solvabiliteit   Onder signaleringswaarde    1,1    0,6    1,1    0,8    1,7 
    Totaal    465    467    469    472    472 
 VO 
   Eénpitter   Liquiditeit   Onder signaleringswaarde    2,6    1,7    1,7    2,5    4,1 
    Solvabiliteit   Onder signaleringswaarde    2,6    1,7    2,6    4,2    5,7 
    Totaal    115    117    117    119    123 
   Geen éénpitter   Liquiditeit   Onder signaleringswaarde    2,9    2,9    2,9    1,9    1,9 
    Solvabiliteit   Onder signaleringswaarde    3,8    3,8    3,8    3,8    4,6 
    Totaal    104    105    105    106    108 
Tabel 8: Ontwikkeling aantal besturen met negatieve rentabiliteit
 2020   2021   2022   2023   2024 
 PO 
   Negatieve rentabiliteit  589  112  271  387  504 
   % negatieve rentabiliteit  69,1  13,5  33,2  48,1  64,9 
   Aantal besturen  853  831  817  805  776 
 (V)SO 
   Negatieve rentabiliteit  24  15  23  27  29 
   % negatieve rentabiliteit  41,4  27,8  47,9  57,4  63,0 
   Aantal besturen  58  54  48  47  46 
 SWV 
   Negatieve rentabiliteit  91  106  74  104  54 
   % negatieve rentabiliteit  60,3  70,2  49,0  68,9  35,8 
   Aantal besturen  151  151  151  151  151 
 VO 
   Negatieve rentabiliteit  144  26  75  85  156 
   % negatieve rentabiliteit  52,0  9,8  30,1  35,3  66,1 
   Aantal besturen  277  266  249  241  236 
 MBO 
   Negatieve rentabiliteit  16  21  18  21 
   % negatieve rentabiliteit  26,7  6,9  37,5  32,7  39,6 
   Aantal besturen  60  58  56  55  53 
 HBO 
   Negatieve rentabiliteit  15  10  14  16 
   % negatieve rentabiliteit  42,9  11,4  28,6  40,0  45,7 
   Aantal besturen  35  35  35  35  35 
 WO 
   Negatieve rentabiliteit  12  11  13 
   % negatieve rentabiliteit  66,7  22,2  27,8  61,1  72,2 
   Aantal besturen  18  18  18  18  18 

Financiële continuïteit hoger onderwijs

Vanuit het financieel toezicht voeren we minstens 1 keer in de 4 jaar een financiële analyse uit bij ho-instellingen. Omdat de inspectie in 2025 ook een thema-onderzoek deed naar de financiële continuïteit van wo-instellingen, zijn de instellingen in het wo dit jaar niet meegenomen en zijn er 14 hbo-instellingen onderzocht. De financiële analyse bij de hbo-instellingen bestond uit een deskanalyse van de jaarverslagen met vaste werkstappen. De uitkomsten van deze analyse zijn in Tabel 9 weergegeven.

Tabel 9: Analyse van jaarverslagen hbo-instellingen
Aantal
Verslaglegging op orde 4
Verslaglegging kan beter 10
Verantwoording RVT kan beter: toezicht doelmatige besteding 7
Verantwooridng RVT kan beter: effecten van intern toezicht 7
Verantwoording interne risicobeheersing kan beter 6
Totaal 14

Reserves / mogelijk bovenmatig eigen vermogen

Onderstaande tabellen laten de ontwikkeling van het mogelijk bovenmatig eigen vermogen en het gewogen gemiddelde ratioEV over de jaren heen zien.

Tabel 10: Ontwikkeling mogelijk bovenmatig eigen vermogen per sector
 2020   2021   2022   2023   2024 
 PO 
   Aantal besturen  853  831  817  805  778 
   Aantal besturen met MBEV  422  516  508  451  387 
   % besturen met MBEV  49,5  62,1  62,2  56,0  49,7 
   MBEV (mln.)  515,7  756,8  867,0  740,0  526,1 
 (V)SO 
   Aantal besturen  58  54  48  47  46 
   Aantal besturen met MBEV  44  45  39  38  30 
   % besturen met MBEV  75,9  83,3  81,3  80,9  65,2 
   MBEV (mln.)  136,7  141,1  131,9  98,0  91,7 
 SWV 
   Aantal besturen  151  151  151  151  151 
   Aantal besturen met MBEV  129  124  102  79  88 
   % besturen met MBEV  85,4  82,1  67,5  52,3  58,3 
   MBEV (mln.)  158,5  131,5  116,1  58,8  59,2 
 VO 
   Aantal besturen  277  266  249  241  236 
   Aantal besturen met MBEV  118  145  149  131  116 
   % besturen met MBEV  42,6  54,5  59,8  54,4  49,2 
   MBEV (mln.)  235,3  356,8  498,4  468,9  374,6 
 MBO 
   Aantal besturen  60  58  56  55  53 
   Aantal besturen met MBEV 
   % besturen met MBEV  10,0  8,6  7,1  5,5  9,4 
   MBEV (mln.)  63,6  70,5  48,8  47,6  54,4 
 HBO 
   Aantal besturen  35  35  35  35  35 
   Aantal besturen met MBEV 
   % besturen met MBEV  8,6  8,6  11,4  8,6  11,4 
   MBEV (mln.)  6,5  4,4  7,4  6,3  14,9 
 WO 
   Aantal besturen  18  18  18  18  18 
   Aantal besturen met MBEV 
   % besturen met MBEV  5,6  5,6  5,6  5,6  5,6 
   MBEV (mln.)  0,8  0,5  0,4  0,4  0,1 
Tabel 11: Gewogen gemiddelde ratio MBEV per sector
Sector 2020 2021 2022 2023 2024
PO 1,1 1,3 1,3 1,2 1,0
(V)SO 1,7 1,8 1,7 1,4 1,2
SWV 2,9 2,5 2,2 1,4 1,4
VO 0,9 1,0 1,1 1,1 1,0
MBO 0,6 0,7 0,7 0,7 0,7
HBO 0,5 0,5 0,6 0,6 0,6
WO 0,5 0,5 0,5 0,4 0,4

Tijdelijke gelden

Onderstaande tabellen laten de ontwikkeling in aandeel van incidenteel geld zien op sector- en bestuursniveau. Let op de verschillende definities van de percentages op deze niveaus, zoals beschreven in Paragraaf 2.2.5.

Tabel 13: Afhankelijkheid besturen van incidenteel geld per sector
Sector < 5% % van besturen 5 - 10% % van besturen 10 - 20% % van besturen 20 - 30% % van besturen > 30 % % van besturen N
PO 489 63,0 198 25,5 65 8,4 18 2,3 6 0,8 776
(V)SO 37 80,4 8 17,4 1 2,2 0 0,0 0 0,0 46
VO 57 24,2 90 38,1 77 32,6 10 4,2 1 0,4 236

Middelen passend onderwijs

Onderstaande tabel is een weergave van het eigen vermogen van de samenwerkingsverbanden over de jaren heen.

Tabel 14: Ontwikkeling totaal aan eigen vermogen van samenwerkingsverbanden
Jaar Totaal eigen vermogen (in miljoenen)
2020 236,4
2021 209,2
2022 203,2
2023 145,7
2024 151,4

Resultaten van de Vragenlijsten ten behoeve van de Staat van het Onderwijs 2026

Onderstaande tabellen geven de resultaten weer van de vragenlijsten uitgezet onder scholen en samenwerkingsverbanden die betrekking hebben op financiën.

Vragenlijst scholen

Tabel 15: Geef aan in hoeverre de onderstaande uitspraken over financiële middelen op u van toepassing zijn.
 Helemaal niet van toepassing     Enigszins niet van toepassing     Neutraal     Enigszins van toepassing     Helemaal van toepassing     Weet ik niet     Totaal 
 n   %     n   %     n   %     n   %     n   %     n   %     n   % 
 Bo 
   De school ontvangt voldoende geld om de leerlingen goed onderwijs te kunnen bieden.  11  7,3    42  27,8    14  9,3    53  35,1    31  20,5    0,0    151  100,0 
   Tijdens het opstellen van de jaarbegroting vallen er altijd zaken af vanwege gebrek aan geld.  10  6,6    20  13,2    15  9,9    58  38,4    48  31,8    0,0    151  100,0 
   Het bestuur heeft hoge financiële reserves.  19  12,6    29  19,2    51  33,8    24  15,9    21  13,9    4,6    151  100,0 
   Ik maak mij zorgen of de aan de school toegekende middelen dit schooljaar (2025/2026) toereikend zijn.  25  16,6    37  24,5    23  15,2    41  27,2    25  16,6    0,0    151  100,0 
   Ik maak mij zorgen over de vraag of de school het in de toekomst (na dit schooljaar) financieel zal redden.  39  25,8    34  22,5    18  11,9    37  24,5    23  15,2    0,0    151  100,0 
 Vmbo 
   De school ontvangt voldoende geld om de leerlingen goed onderwijs te kunnen bieden.  6,0    44  33,1    14  10,5    46  34,6    21  15,8    0,0    133  100,0 
   Tijdens het opstellen van de jaarbegroting vallen er altijd zaken af vanwege gebrek aan geld.  0,8    12  9,0    14  10,5    52  39,1    53  39,8    0,8    133  100,0 
   Het bestuur heeft hoge financiële reserves.  11  8,3    27  20,3    41  30,8    27  20,3    12  9,0    15  11,3    133  100,0 
   Ik maak mij zorgen of de aan de school toegekende middelen dit schooljaar (2025/2026) toereikend zijn.  6,8    25  18,8    28  21,1    35  26,3    35  26,3    0,8    133  100,0 
   Ik maak mij zorgen over de vraag of de school het in de toekomst (na dit schooljaar) financieel zal redden.  14  10,5    24  18,0    14  10,5    41  30,8    40  30,1    0,0    133  100,0 
 Havo/vwo 
   De school ontvangt voldoende geld om de leerlingen goed onderwijs te kunnen bieden.  12  12,2    27  27,6    17  17,3    31  31,6    11  11,2    0,0    98  100,0 
   Tijdens het opstellen van de jaarbegroting vallen er altijd zaken af vanwege gebrek aan geld.  4,1    6,1    9,2    34  34,7    44  44,9    1,0    98  100,0 
   Het bestuur heeft hoge financiële reserves.  19  19,4    20  20,4    18  18,4    26  26,5    7,1    8,2    98  100,0 
   Ik maak mij zorgen of de aan de school toegekende middelen dit schooljaar (2025/2026) toereikend zijn.  7,1    18  18,4    9,2    34  34,7    30  30,6    0,0    98  100,0 
   Ik maak mij zorgen over de vraag of de school het in de toekomst (na dit schooljaar) financieel zal redden.  9,2    20  20,4    11  11,2    32  32,7    26  26,5    0,0    98  100,0 
 So 
   De school ontvangt voldoende geld om de leerlingen goed onderwijs te kunnen bieden.  5,4    12  12,9    11  11,8    32  34,4    33  35,5    0,0    93  100,0 
   Tijdens het opstellen van de jaarbegroting vallen er altijd zaken af vanwege gebrek aan geld.  12  12,9    15  16,1    15  16,1    30  32,3    21  22,6    0,0    93  100,0 
   Het bestuur heeft hoge financiële reserves.  12  12,9    11  11,8    37  39,8    19  20,4    8,6    6,5    93  100,0 
   Ik maak mij zorgen of de aan de school toegekende middelen dit schooljaar (2025/2026) toereikend zijn.  17  18,3    26  28,0    13  14,0    23  24,7    14  15,1    0,0    93  100,0 
   Ik maak mij zorgen over de vraag of de school het in de toekomst (na dit schooljaar) financieel zal redden.  22  23,7    21  22,6    17  18,3    21  22,6    12  12,9    0,0    93  100,0 
 Vso 
   De school ontvangt voldoende geld om de leerlingen goed onderwijs te kunnen bieden.  2,5    13  16,3    7,5    30  37,5    29  36,3    0,0    80  100,0 
   Tijdens het opstellen van de jaarbegroting vallen er altijd zaken af vanwege gebrek aan geld.  10  12,5    18  22,5    15  18,8    22  27,5    14  17,5    1,3    80  100,0 
   Het bestuur heeft hoge financiële reserves.  11,3    10  12,5    28  35,0    18  22,5    11  13,8    5,0    80  100,0 
   Ik maak mij zorgen of de aan de school toegekende middelen dit schooljaar (2025/2026) toereikend zijn.  18  22,5    20  25,0    13  16,3    15  18,8    14  17,5    0,0    80  100,0 
   Ik maak mij zorgen over de vraag of de school het in de toekomst (na dit schooljaar) financieel zal redden.  24  30,0    17  21,3    11  13,8    15  18,8    13  16,3    0,0    80  100,0 

De resultaten uit bovenstaande tabel zijn ook uitgesplitst naar of het bestuur waar de school onder valt wel of geen mogelijk bovenmatig eigen vermogen (MBEV) bezit. De onderstaande 3 tabellen geven deze resultaten weer voor het bo, vo en (v)so.

Tabel 16: Stelling financiële middelen, uitgesplitst naar wel/geen MBEV in het bo
 Helemaal niet van toepassing     Enigszins niet van toepassing     Neutraal     Enigszins van toepassing     Helemaal van toepassing     Weet ik niet     Totaal 
 n   %     n   %     n   %     n   %     n   %     n   %     n   % 
 Wel MBEV 
   De school ontvangt voldoende geld om de leerlingen goed onderwijs te kunnen bieden.  7,4    13  19,1    7,4    25  36,8    20  29,4    0,0    68  100,0 
   Het bestuur heeft hoge financiële reserves.  4,4    11  16,2    26  38,2    12  17,6    13  19,1    4,4    68  100,0 
   Ik maak mij zorgen of de aan de school toegekende middelen dit schooljaar (2025/2026) toereikend zijn.  17  25,0    15  22,1    13,2    18  26,5    13,2    0,0    68  100,0 
   Ik maak mij zorgen over de vraag of de school het in de toekomst (na dit schooljaar) financieel zal redden.  21  30,9    18  26,5    5,9    12  17,6    13  19,1    0,0    68  100,0 
 Geen MBEV 
   De school ontvangt voldoende geld om de leerlingen goed onderwijs te kunnen bieden.  7,3    29  35,4    11,0    27  32,9    11  13,4    0,0    82  100,0 
   Het bestuur heeft hoge financiële reserves.  16  19,5    18  22,0    25  30,5    11  13,4    9,8    4,9    82  100,0 
   Ik maak mij zorgen of de aan de school toegekende middelen dit schooljaar (2025/2026) toereikend zijn.  9,8    22  26,8    13  15,9    23  28,0    16  19,5    0,0    82  100,0 
   Ik maak mij zorgen over de vraag of de school het in de toekomst (na dit schooljaar) financieel zal redden.  18  22,0    16  19,5    13  15,9    25  30,5    10  12,2    0,0    82  100,0 
 Totaal  
   De school ontvangt voldoende geld om de leerlingen goed onderwijs te kunnen bieden.  11  7,3    42  28,0    14  9,3    52  34,7    31  20,7    0,0    150  100,0 
   Het bestuur heeft hoge financiële reserves.  19  12,7    29  19,3    51  34,0    23  15,3    21  14,0    4,7    150  100,0 
   Ik maak mij zorgen of de aan de school toegekende middelen dit schooljaar (2025/2026) toereikend zijn.  25  16,7    37  24,7    22  14,7    41  27,3    25  16,7    0,0    150  100,0 
   Ik maak mij zorgen over de vraag of de school het in de toekomst (na dit schooljaar) financieel zal redden.  39  26,0    34  22,7    17  11,3    37  24,7    23  15,3    0,0    150  100,0 
Tabel 17: Stelling financiële middelen, uitgesplitst naar wel/geen MBEV in het vo
 Helemaal niet van toepassing     Enigszins niet van toepassing     Neutraal     Enigszins van toepassing     Helemaal van toepassing     Weet ik niet     Totaal 
 n   %     n   %     n   %     n   %     n   %     n   %     n   % 
 Wel MBEV 
   De school ontvangt voldoende geld om de leerlingen goed onderwijs te kunnen bieden.  8,0    27  31,0    10  11,5    34  39,1    10,3    0,0    87  100,0 
   Het bestuur heeft hoge financiële reserves.  5,7    16  18,4    23  26,4    29  33,3    10,3    5,7    87  100,0 
   Ik maak mij zorgen of de aan de school toegekende middelen dit schooljaar (2025/2026) toereikend zijn.  5,7    20  23,0    11  12,6    25  28,7    26  29,9    0,0    87  100,0 
   Ik maak mij zorgen over de vraag of de school het in de toekomst (na dit schooljaar) financieel zal redden.  5,7    19  21,8    6,9    32  36,8    25  28,7    0,0    87  100,0 
 Geen MBEV 
   De school ontvangt voldoende geld om de leerlingen goed onderwijs te kunnen bieden.  13  9,4    41  29,7    21  15,2    41  29,7    22  15,9    0,0    138  100,0 
   Het bestuur heeft hoge financiële reserves.  22  15,9    30  21,7    36  26,1    23  16,7    6,5    18  13,0    138  100,0 
   Ik maak mij zorgen of de aan de school toegekende middelen dit schooljaar (2025/2026) toereikend zijn.  11  8,0    22  15,9    25  18,1    41  29,7    39  28,3    0,0    138  100,0 
   Ik maak mij zorgen over de vraag of de school het in de toekomst (na dit schooljaar) financieel zal redden.  16  11,6    25  18,1    17  12,3    40  29,0    40  29,0    0,0    138  100,0 
 Totaal  
   De school ontvangt voldoende geld om de leerlingen goed onderwijs te kunnen bieden.  20  8,9    68  30,2    31  13,8    75  33,3    31  13,8    0,0    225  100,0 
   Het bestuur heeft hoge financiële reserves.  27  12,0    46  20,4    59  26,2    52  23,1    18  8,0    23  10,2    225  100,0 
   Ik maak mij zorgen of de aan de school toegekende middelen dit schooljaar (2025/2026) toereikend zijn.  16  7,1    42  18,7    36  16,0    66  29,3    65  28,9    0,0    225  100,0 
   Ik maak mij zorgen over de vraag of de school het in de toekomst (na dit schooljaar) financieel zal redden.  21  9,3    44  19,6    23  10,2    72  32,0    65  28,9    0,0    225  100,0 
Tabel 18: Stelling financiële middelen, uitgesplitst naar wel/geen MBEV in het (v)so
 Helemaal niet van toepassing     Enigszins niet van toepassing     Neutraal     Enigszins van toepassing     Helemaal van toepassing     Weet ik niet     Totaal 
 n   %     n   %     n   %     n   %     n   %     n   %     n   % 
 Geen MBEV 
   De school ontvangt voldoende geld om de leerlingen goed onderwijs te kunnen bieden.  7,0    14  16,3    10  11,6    27  31,4    29  33,7    0,0    86  100,0 
   Het bestuur heeft hoge financiële reserves.  13  15,1    14  16,3    38  44,2    10,5    4,7    9,3    86  100,0 
   Ik maak mij zorgen of de aan de school toegekende middelen dit schooljaar (2025/2026) toereikend zijn.  15  17,4    24  27,9    10  11,6    23  26,7    14  16,3    0,0    86  100,0 
   Ik maak mij zorgen over de vraag of de school het in de toekomst (na dit schooljaar) financieel zal redden.  24  27,9    17  19,8    14  16,3    18  20,9    13  15,1    0,0    86  100,0 
 Wel MBEV 
   De school ontvangt voldoende geld om de leerlingen goed onderwijs te kunnen bieden.  1,1    11  12,6    8,0    35  40,2    33  37,9    0,0    87  100,0 
   Het bestuur heeft hoge financiële reserves.  9,2    8,0    27  31,0    28  32,2    15  17,2    2,3    87  100,0 
   Ik maak mij zorgen of de aan de school toegekende middelen dit schooljaar (2025/2026) toereikend zijn.  20  23,0    22  25,3    16  18,4    15  17,2    14  16,1    0,0    87  100,0 
   Ik maak mij zorgen over de vraag of de school het in de toekomst (na dit schooljaar) financieel zal redden.  22  25,3    21  24,1    14  16,1    18  20,7    12  13,8    0,0    87  100,0 
 Totaal  
   De school ontvangt voldoende geld om de leerlingen goed onderwijs te kunnen bieden.  4,0    25  14,5    17  9,8    62  35,8    62  35,8    0,0    173  100,0 
   Het bestuur heeft hoge financiële reserves.  21  12,1    21  12,1    65  37,6    37  21,4    19  11,0    10  5,8    173  100,0 
   Ik maak mij zorgen of de aan de school toegekende middelen dit schooljaar (2025/2026) toereikend zijn.  35  20,2    46  26,6    26  15,0    38  22,0    28  16,2    0,0    173  100,0 
   Ik maak mij zorgen over de vraag of de school het in de toekomst (na dit schooljaar) financieel zal redden.  46  26,6    38  22,0    28  16,2    36  20,8    25  14,5    0,0    173  100,0 
Tabel 19: Geef aan in hoeverre u het eens bent met de onderstaande stellingen over tijdelijke financiële middelen.
 Helemaal oneens     Oneens     Neutraal     Eens     Helemaal eens     Niet van toepassing     Totaal 
 n   %     n   %     n   %     n   %     n   %     n   %     n   % 
 Bo 
   Tijdelijke middelen (zoals NPO-gelden) leveren een positieve bijdrage aan het verbeteren van de onderwijskwaliteit.  2,0    22  14,6    15  9,9    73  48,3    37  24,5    0,7    151  100,0 
   Het effect van de tijdelijke middelen is goed meetbaar.  1,3    42  27,8    57  37,7    38  25,2    11  7,3    0,7    151  100,0 
   Tijdelijke middelen maken het realiseren van structurele verbeteringen mogelijk.  23  15,2    55  36,4    33  21,9    27  17,9    12  7,9    0,7    151  100,0 
 Vmbo 
   Tijdelijke middelen (zoals NPO-gelden) leveren een positieve bijdrage aan het verbeteren van de onderwijskwaliteit.  4,5    21  15,8    15  11,3    51  38,3    40  30,1    0,0    133  100,0 
   Het effect van de tijdelijke middelen is goed meetbaar.  3,0    37  27,8    44  33,1    37  27,8    11  8,3    0,0    133  100,0 
   Tijdelijke middelen maken het realiseren van structurele verbeteringen mogelijk.  17  12,8    49  36,8    24  18,0    31  23,3    12  9,0    0,0    133  100,0 
 Havo/vwo 
   Tijdelijke middelen (zoals NPO-gelden) leveren een positieve bijdrage aan het verbeteren van de onderwijskwaliteit.  12  12,2    16  16,3    17  17,3    29  29,6    24  24,5    0,0    98  100,0 
   Het effect van de tijdelijke middelen is goed meetbaar.  13  13,3    27  27,6    24  24,5    28  28,6    6,1    0,0    98  100,0 
   Tijdelijke middelen maken het realiseren van structurele verbeteringen mogelijk.  26  26,5    27  27,6    16  16,3    24  24,5    5,1    0,0    98  100,0 
 So 
   Tijdelijke middelen (zoals NPO-gelden) leveren een positieve bijdrage aan het verbeteren van de onderwijskwaliteit.  2,2    14  15,1    14  15,1    36  38,7    27  29,0    0,0    93  100,0 
   Het effect van de tijdelijke middelen is goed meetbaar.  4,3    28  30,1    27  29,0    20  21,5    14  15,1    0,0    93  100,0 
   Tijdelijke middelen maken het realiseren van structurele verbeteringen mogelijk.  11  11,8    38  40,9    16  17,2    20  21,5    8,6    0,0    93  100,0 
 Vso 
   Tijdelijke middelen (zoals NPO-gelden) leveren een positieve bijdrage aan het verbeteren van de onderwijskwaliteit.  2,5    12  15,0    11  13,8    33  41,3    21  26,3    1,3    80  100,0 
   Het effect van de tijdelijke middelen is goed meetbaar.  1,3    22  27,5    26  32,5    25  31,3    7,5    0,0    80  100,0 
   Tijdelijke middelen maken het realiseren van structurele verbeteringen mogelijk.  11,3    26  32,5    19  23,8    19  23,8    8,8    0,0    80  100,0 
Tabel 20: Bent u verplicht schriftelijke verantwoording af te leggen aan het bestuur over de inzet van financiële middelen voor de basisondersteuning en/of extra ondersteuning?
 n   % 
 Bo 
   Ja, enkel over basisondersteuning  1,3 
   Ja, enkel over extra ondersteuning  10  6,6 
   Ja, over zowel basis- als extra ondersteuning  106  70,2 
   Nee  33  21,9 
   Totaal  151  100,0 
 Vmbo 
   Ja, enkel over basisondersteuning  2,3 
   Ja, enkel over extra ondersteuning  1,5 
   Ja, over zowel basis- als extra ondersteuning  111  83,5 
   Nee  17  12,8 
   Totaal  133  100,0 
 Havo/vwo 
   Ja, enkel over basisondersteuning  2,0 
   Ja, enkel over extra ondersteuning  3,1 
   Ja, over zowel basis- als extra ondersteuning  79  80,6 
   Nee  14  14,3 
   Totaal  98  100,0 
Tabel 21: Bent u verplicht schriftelijke verantwoording af te leggen aan het bestuur over de inzet van financiële middelen voor de extra ondersteuning?
 n   % 
 So 
   Ja  74  79,6 
   Nee  19  20,4 
   Totaal  93  100,0 
 Vso 
   Ja  66  82,5 
   Nee  14  17,5 
   Totaal  80  100,0 

Vragenlijst samenwerkingsverbanden

Tabel 22: In hoeverre zijn onderstaande uitspraken op u/uw samenwerkingsverband van toepassing?
 Helemaal niet van toepassing     Enigszins niet van toepassing     Neutraal     Enigszins van toepassing     Helemaal van toepassing     Totaal 
 n   %     n   %     n   %     n   %     n   %     n   % 
 PO 
   Het samenwerkingsverband ontvangt voldoende geld om alle leerlingen binnen het samenwerkingsverband een passende oplossing te bieden.  5,0    12,5    22,5    18  45,0    15,0    40  100,0 
   Tijdens het opstellen van de jaarbegroting vallen er altijd zaken af vanwege gebrek aan geld.  20,0    20,0    11  27,5    22,5    10,0    40  100,0 
   Het samenwerkingsverband heeft hoge financiële reserves.  21  52,5    10,0    15,0    10,0    12,5    40  100,0 
   Ik maak mij zorgen of ik het dit jaar (2025) red met de financiële middelen die ik ontvang.  15  37,5    20,0    10  25,0    7,5    10,0    40  100,0 
   Ik maak mij zorgen of ik het in de toekomst zal redden met de financiële middelen die ik ontvang.  10,0    15,0    15,0    17  42,5    17,5    40  100,0 
   Door de wet- en regelgeving rondom de besteding van middelen voor passend onderwijs is het lastig om voor elke leerling een passende oplossing te bieden.  7,5    7,5    10  25,0    14  35,0    10  25,0    40  100,0 
 VO 
   Het samenwerkingsverband ontvangt voldoende geld om alle leerlingen binnen het samenwerkingsverband een passende oplossing te bieden.  15  34,1    10  22,7    11,4    11  25,0    6,8    44  100,0 
   Tijdens het opstellen van de jaarbegroting vallen er altijd zaken af vanwege gebrek aan geld.  11,4    18,2    18,2    13  29,5    10  22,7    44  100,0 
   Het samenwerkingsverband heeft hoge financiële reserves.  24  54,5    20,5    18,2    4,5    2,3    44  100,0 
   Ik maak mij zorgen of ik het dit jaar (2025) red met de financiële middelen die ik ontvang.  12  27,3    18,2    11  25,0    15,9    13,6    44  100,0 
   Ik maak mij zorgen of ik het in de toekomst zal redden met de financiële middelen die ik ontvang.  6,8    9,1    13,6    13  29,5    18  40,9    44  100,0 
   Door de wet- en regelgeving rondom de besteding van middelen voor passend onderwijs is het lastig om voor elke leerling een passende oplossing te bieden.  2,3    11,4    15,9    17  38,6    14  31,8    44  100,0 
 Totaal  
   Het samenwerkingsverband ontvangt voldoende geld om alle leerlingen binnen het samenwerkingsverband een passende oplossing te bieden.  17  20,2    15  17,9    14  16,7    29  34,5    10,7    84  100,0 
   Tijdens het opstellen van de jaarbegroting vallen er altijd zaken af vanwege gebrek aan geld.  13  15,5    16  19,0    19  22,6    22  26,2    14  16,7    84  100,0 
   Het samenwerkingsverband heeft hoge financiële reserves.  45  53,6    13  15,5    14  16,7    7,1    7,1    84  100,0 
   Ik maak mij zorgen of ik het dit jaar (2025) red met de financiële middelen die ik ontvang.  27  32,1    16  19,0    21  25,0    10  11,9    10  11,9    84  100,0 
   Ik maak mij zorgen of ik het in de toekomst zal redden met de financiële middelen die ik ontvang.  8,3    10  11,9    12  14,3    30  35,7    25  29,8    84  100,0 
   Door de wet- en regelgeving rondom de besteding van middelen voor passend onderwijs is het lastig om voor elke leerling een passende oplossing te bieden.  4,8    9,5    17  20,2    31  36,9    24  28,6    84  100,0 
Tabel 23: Welke gevolgen heeft de korting op de bekostiging in 2024 naar aanleiding van de mogelijk bovenmatige eigen reserves in de sector gehad?
 n   % 
 PO 
   De wet- en regelgeving vereist dat bestedingen voor onderwijs en voor zorg worden onderscheiden, terwijl die niet goed te onderscheiden zijn  24  100,0 
   De bestedingen die eigenlijk nodig zijn, zijn volgens de wet- en regelgeving niet toegestaan  21  87,5 
   De wet- en regelgeving vereist registraties waar het samenwerkingsverband geen tijd voor heeft  20,8 
   De wet- en regelgeving is onvoldoende duidelijk  16,7 
   De wet- en regelgeving wijzigt te vaak  8,3 
   De wet- en regelgeving vereist registraties die het administratieve systeem niet aan kan   4,2 
   De precieze wet- en regelgeving is (deels) onbekend  0,0 
   Geen van bovenstaande  0,0 
   Totaal  24  100,0 
 VO 
   De wet- en regelgeving vereist dat bestedingen voor onderwijs en voor zorg worden onderscheiden, terwijl die niet goed te onderscheiden zijn  27  87,1 
   De bestedingen die eigenlijk nodig zijn, zijn volgens de wet- en regelgeving niet toegestaan  18  58,1 
   De wet- en regelgeving wijzigt te vaak  16,1 
   De wet- en regelgeving is onvoldoende duidelijk  12,9 
   De wet- en regelgeving vereist registraties waar het samenwerkingsverband geen tijd voor heeft  12,9 
   De precieze wet- en regelgeving is (deels) onbekend  9,7 
   De wet- en regelgeving vereist registraties die het administratieve systeem niet aan kan   9,7 
   Geen van bovenstaande  6,5 
   Totaal  31  100,0 
 Totaal 
   De wet- en regelgeving vereist dat bestedingen voor onderwijs en voor zorg worden onderscheiden, terwijl die niet goed te onderscheiden zijn  51  92,7 
   De bestedingen die eigenlijk nodig zijn, zijn volgens de wet- en regelgeving niet toegestaan  39  70,9 
   De wet- en regelgeving vereist registraties waar het samenwerkingsverband geen tijd voor heeft  16,4 
   De wet- en regelgeving is onvoldoende duidelijk  14,5 
   De wet- en regelgeving wijzigt te vaak  12,7 
   De wet- en regelgeving vereist registraties die het administratieve systeem niet aan kan   7,3 
   De precieze wet- en regelgeving is (deels) onbekend  5,5 
   Geen van bovenstaande  3,6 
   Totaal  55  100,0 

Referenties

Inspectie van het Onderwijs (2026). Technisch rapport passend onderwijs. De Staat van het Onderwijs 2026. Utrecht: Inspectie van het onderwijs.